Meer lezen overDwangstoornis
CloseSluiten

Tip var de dag

Schouderklopje

Wat heb jij vandaag goed gedaan? Geef jezelf eens wat vaker een schouderklopje, dat is niet gek of arrogant

Als kiezen niet meer lukt

Controleren of het gas uit is, de kleren netjes opruimen, alle rode auto’s tellen of voortdurend hetzelfde deuntje in je hoofd hebben. Niemand die daar gek van opkijkt. En geen mens is verbaasd wanneer een kennis geen tijd heeft om gezellig te winkelen, omdat de schoonmaak voorgaat. De ene persoon is wat schoner en opgeruimder dan de ander, maar iedereen heeft wel bepaalde vaste gewoonten of rituelen in huis.

Bij sommige mensen nemen deze gewoonten echter extreme vormen aan. Ze schrobben hun handen tot bloedens toe. Of ze gaan urenlang door totdat ze alle kleren precies recht opgevouwen hebben. Anderen moeten steeds weer terug naar huis om te controleren of de deur wel echt op slot is. Dan is het gewone dagelijkse ‘moeten’ een ongezonde dwang geworden. Die dwang kan zover gaan dat hij alle tijd opslokt. Een normaal dagelijks functioneren is dan onmogelijk. Mensen die dit hebben, lijden aan een dwangstoornis, ook wel obsessief-compulsieve stoornis genoemd (vroeger dwangneurose).

Meest voorkomende dwangstoornissen

Bepaalde gedachten en handelingen komen bij dwangstoornissen veel voor. Vaak hebben mensen last van meerdere vormen tegelijk. De meest voorkomende dwangstoornissen zijn:

  • Was-, schoonmaak- of poetsdwang
    Iemand met deze dwang is zo bang voor vuil en besmetting, dat hij de onzichtbare, microscopisch kleine vuildeeltjes en bacteriën op allerlei manieren te lijf gaat. Sommige mensen schrobben urenlang hun handen, vermijden contact met kranen en wc’s of durven niemand meer een hand te geven. Anderen moeten na elk uitstapje opnieuw douchen. Weer anderen stofzuigen elke dag urenlang.
  • Controledwang
    Iemand met controledwang controleert steeds opnieuw of het gas uit is, de voordeur wel op slot is en of de auto wel in de garage staat. Vaak moet hij een handeling een aantal keren herhalen. Bijvoorbeeld de sleutel perse vijfmaal in het slot omdraaien
  • Dwanggedachten over geweld
    Iemand met deze dwanggedachten ziet in zijn hoofd beelden dat hij iemand aanvalt, in elkaar slaat of aanrijdt. Of hij is bang met een schaar of mes zijn eigen kinderen iets aan te doen. Zo iemand is bang dat hij de zich opdringende beelden echt gaat uitvoeren. Die beelden en gedachten roepen meestal veel angst op. De angst zakt pas wanneer een flink aantal keren een tegengedachte of rituele handeling is uitgevoerd. Vaak leidt de angst tot vermijding van bepaalde situaties of van de middelen waarmee iemand de daad bij het woord zou kunnen voegen. De persoon in kwestie bergt dan bijvoorbeeld alle scharen en messen op en geeft de sleutel aan iemand anders.
  • Dwangmatige perfectie of netheid.
    Iemand die hieraan lijdt moet constant denken aan dingen die hij niet netjes, perfect of goed genoeg heeft gedaan. Zo iemand is constant bezig dingen recht te zetten en op te ruimen. Hij kan daardoor enorm traag worden en bijvoorbeeld urenlang bezig zijn om zich precies goed te scheren of telkens opnieuw de bloemen in een vaas te schikken.

Hoe vaak komt het voor?

Dwangstoornissen worden nog niet zo lang (h)erkend als ziekte. De afgelopen jaren heeft onderzoek uitgewezen dat ongeveer 2% van de bevolking last heeft van dwangstoornissen. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Bepaalde dwangstoornissen, zoals was- en schoonmaakdwang, komen vaker bij vrouwen voor. Mannen hebben meer last van controledwang. Dwangstoornissen ontstaan vaak al op jonge leeftijd, voor het vijfentwintigste jaar. Soms komen ze op de lagere schoolleeftijd al tot uiting.
Een dwangstoornis raakt veel mensen. Het is niet iets om je voor te schamen of om verborgen te houden.

Laatst bijgewerkt: 30 december 2011

Dwangstoornis

Overzicht

Als kiezen niet meer lukt

Controleren of het gas uit is, de kleren netjes opruimen, alle rode auto’s tellen of voortdurend hetzelfde deuntje in je hoofd hebben. Niemand die daar gek van opkijkt. En geen mens is verbaasd wanneer een kennis geen tijd heeft om gezellig te winkelen, omdat de schoonmaak voorgaat. De ene persoon is wat schoner en opgeruimder dan de ander, maar iedereen heeft wel bepaalde vaste gewoonten of rituelen in huis.

Bij sommige mensen nemen deze gewoonten echter extreme vormen aan. Ze schrobben hun handen tot bloedens toe. Of ze gaan urenlang door totdat ze alle kleren precies recht opgevouwen hebben. Anderen moeten steeds weer terug naar huis om te controleren of de deur wel echt op slot is. Dan is het gewone dagelijkse ‘moeten’ een ongezonde dwang geworden. Die dwang kan zover gaan dat hij alle tijd opslokt. Een normaal dagelijks functioneren is dan onmogelijk. Mensen die dit hebben, lijden aan een dwangstoornis, ook wel obsessief-compulsieve stoornis genoemd (vroeger dwangneurose).

Meest voorkomende dwangstoornissen

Bepaalde gedachten en handelingen komen bij dwangstoornissen veel voor. Vaak hebben mensen last van meerdere vormen tegelijk. De meest voorkomende dwangstoornissen zijn:

  • Was-, schoonmaak- of poetsdwang
    Iemand met deze dwang is zo bang voor vuil en besmetting, dat hij de onzichtbare, microscopisch kleine vuildeeltjes en bacteriën op allerlei manieren te lijf gaat. Sommige mensen schrobben urenlang hun handen, vermijden contact met kranen en wc’s of durven niemand meer een hand te geven. Anderen moeten na elk uitstapje opnieuw douchen. Weer anderen stofzuigen elke dag urenlang.
  • Controledwang
    Iemand met controledwang controleert steeds opnieuw of het gas uit is, de voordeur wel op slot is en of de auto wel in de garage staat. Vaak moet hij een handeling een aantal keren herhalen. Bijvoorbeeld de sleutel perse vijfmaal in het slot omdraaien
  • Dwanggedachten over geweld
    Iemand met deze dwanggedachten ziet in zijn hoofd beelden dat hij iemand aanvalt, in elkaar slaat of aanrijdt. Of hij is bang met een schaar of mes zijn eigen kinderen iets aan te doen. Zo iemand is bang dat hij de zich opdringende beelden echt gaat uitvoeren. Die beelden en gedachten roepen meestal veel angst op. De angst zakt pas wanneer een flink aantal keren een tegengedachte of rituele handeling is uitgevoerd. Vaak leidt de angst tot vermijding van bepaalde situaties of van de middelen waarmee iemand de daad bij het woord zou kunnen voegen. De persoon in kwestie bergt dan bijvoorbeeld alle scharen en messen op en geeft de sleutel aan iemand anders.
  • Dwangmatige perfectie of netheid.
    Iemand die hieraan lijdt moet constant denken aan dingen die hij niet netjes, perfect of goed genoeg heeft gedaan. Zo iemand is constant bezig dingen recht te zetten en op te ruimen. Hij kan daardoor enorm traag worden en bijvoorbeeld urenlang bezig zijn om zich precies goed te scheren of telkens opnieuw de bloemen in een vaas te schikken.

Hoe vaak komt het voor?

Dwangstoornissen worden nog niet zo lang (h)erkend als ziekte. De afgelopen jaren heeft onderzoek uitgewezen dat ongeveer 2% van de bevolking last heeft van dwangstoornissen. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen. Bepaalde dwangstoornissen, zoals was- en schoonmaakdwang, komen vaker bij vrouwen voor. Mannen hebben meer last van controledwang. Dwangstoornissen ontstaan vaak al op jonge leeftijd, voor het vijfentwintigste jaar. Soms komen ze op de lagere schoolleeftijd al tot uiting.
Een dwangstoornis raakt veel mensen. Het is niet iets om je voor te schamen of om verborgen te houden.

Laatst bijgewerkt: 30 december 2011

Symptom

Er is een geleidelijke overgang van ‘normale’ dwangmatige eigenschappen naar ‘ziekelijke’ dwang. Iemand heeft een dwangstoornis wanneer iemand dwanggedachten of dwanghandelingen heeft die veel tijd opslokken,. Deze dwanggedachten of handelingen veroorzaken veel last en verstoren het dagelijks functioneren. Iemand heeft het gevoel heeft  dat de gedachten en het gedrag niet bij hem horen. De gedachten en het gedrag  zijn bovendien ongewenst.

De meeste mensen met een dwangstoornis hebben zowel dwanggedachten als dwanghandelingen.

Dwanggedachten (obsessies)

Dwanggedachten zijn steeds terugkerende, hardnekkige gedachten of (denk)beelden. Ze zijn akelig en storend. Ze veroorzaken een gevoel van spanning, angst en onrust. Iemand met zulke gedachten kan proberen ze te negeren of te onderdrukken. Maar vaak stoppen ze pas als bepaalde handelingen uitgevoerd worden.

Dwanghandelingen (compulsies)

Dwanghandelingen zijn handelingen of regels die iemand bewust op een bepaalde manier uitvoert of toepast om de angst en de onrust te stoppen. Bijvoorbeeld alle nummerborden van rode auto’s hardop opnoemen om te voorkomen dat een familielid ernstig ziek wordt of een ongeluk krijgt. Dwanghandelingen kunnen ook als ritueel in gedachten worden uitgevoerd. Dat is voor de buitenwereld onzichtbaar. Een voorbeeld van een gedachteritueel: iemand moet van zichzelf eerst een vraag drie keer herhalen en mag dan pas antwoord geven.

De meeste mensen met een dwangstoornis schamen zich voor hun gedachten en gedrag. Ze doen hun uiterste best hun probleem te verbergen. Gedachterituelen verhullen ze zelfs vaak voor hun partner. Tegelijkertijd zijn ze een groot deel van hun tijd met de dwang bezig. Ze vermijden vaak situaties waarin dwanggedachten of -handelingen opgeroepen kunnen worden. Daardoor kunnen ze geen gewoon sociaal leven meer leiden en soms ook niet meer werken. Een dwangstoornis gaat bovendien vaak gepaard met een depressie en met lichamelijke klachten zoals moeheid, hoofdpijn en maagklachten.

Laatst bijgewerkt: 10 januari 2012

Oorzaken

Dwangstoornissen ontstaan meestal door een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren.

Biologische factoren

Een belangrijke biologische factor is aanleg. Eén aspect daarvan is erfelijkheid. Dwangstoornissen komen in bepaalde families vaker voor. Ook verlopen bepaalde biochemische processen in de hersenen bij mensen met een dwangstoornis anders dan bij andere mensen.

Sociale factoren

Belangrijke sociale factoren zijn ingrijpende gebeurtenissen of ervaringen, zoals het overlijden van een dierbare, een bevalling, ontslag of zelfstandig gaan wonen. Zij kunnen een dwangstoornis uitlokken.

Psychische factoren

Psychische factoren die een rol spelen bij het ontstaan van dwangstoornissen zijn onder meer persoonlijke eigenschappen, zoals slecht raad weten met emoties en spanningen.

Van oplossing tot probleem

Een dwangstoornis ontstaat meestal ongemerkt. Vaak gebeurt dat nadat iemand ontdekt dat bepaalde gedachten of handelingen helpen de angst en onrust te bezweren in een vervelende of angstaanjagende situatie. Die persoon zal in vergelijkbare situaties de rustgevende gedachten of handelingen opnieuw gebruiken. Steeds vaker. Totdat uiteindelijk de oorspronkelijke situatie vergeten is. De gedachte of handeling ‘moet’ omdat er anders een ondraaglijke angst ontstaat.

Steeds hetzelfde proces

Iemand met een dwangstoornis maakt steeds hetzelfde proces door. Hij krijgt ongewild steeds dezelfde angstaanjagende gedachten. Bijvoorbeeld dat het huis zal ontploffen omdat de gaskraan open staat. Ook al weet hij dat hij dit zojuist nog heeft gecontroleerd, toch heeft hij nu geen rust meer. Even kan hij de gedachte misschien negeren, maar dan worden de angst en de onrust ondraaglijk. Toegeven aan de dwang en de gaskraan opnieuw controleren lijkt dan de enige oplossing. Dat brengt tijdelijk verlichting. Maar na verloop van korte of langere tijd begint hetzelfde proces van vooraf aan.

Laatst bijgewerkt: 10 januari 2012

Diagnose

De eerste stap is toegeven en accepteren dat er iets aan de hand is. Neem je gevoelens en klachten serieus. Hieronder lees je meer over wat jezelf kunt doen.

Praten

Het is belangrijk je problemen met anderen te delen. Praten lucht op! Door te praten over je problemen geef je voor jezelf toe dat ze er zijn. Door hardop te denken merk je wat voor klachten je hebt en hoe erg ze zijn. En misschien ontdek je dat je niet de enige bent met dit probleem. Misschien kan deze persoon je steun geven. Er rust nog altijd een taboe op psychische problemen. Veel mensen durven niet over hun problemen te praten uit schaamte of uit angst ‘gek’ gevonden te worden. Die angst is meestal onterecht.

Praten, maar met wie?

Het is belangrijk iemand te kiezen bij wie je je op je gemak voelt. Iemand die jou goed kent en die om je geeft. Dat kan een zus, broer of ouder zijn. Maar ook een goede vriendin of sportmaatje. Soms zijn problemen gemakkelijker te bespreken met iemand die je minder goed kent. Denk aan een collega, een vertrouwenspersoon of een bedrijfsarts. Het kan ook een geestelijk raadsman of –vrouw zijn.

Bellen

Wil je of kun je niet met iemand uit je omgeving praten? Dan kun je ook bellen met een telefonische hulpdienst. Je bepaalt zelf wanneer je belt en je kunt anoniem blijven. Ook familieleden en andere naasten kunnen hier terecht. Hieronder leest je twee voorbeelden van telefonische hulpdiensten.

  • Psychische Gezondheidslijn
    De mensen aan de telefoon zijn vrijwilligers die veel weten over psychische problemen. Ze luisteren naar je, kunnen je steun bieden en advies geven. Ze hebben telefoonnummers en adressen van patiëntenverenigingen en hulpverleners bij je in de buurt. Bel 0900 903 903 9 (€ 0,20 p/min. elke werkdag van 10.00 – 16.00 uur).
  • Sensoor
    Deze telefonische hulpdienst is dag en nacht bereikbaar. De mensen aan de telefoon zijn vrijwilligers die weten hoe belangrijk het is om je verhaal aan iemand kwijt te kunnen. Bel 0900 0767 (€ 0,05 p/min.).

Schrijven

Misschien kun je niet over je problemen praten, omdat het te gevoelig is. Dan kun je je problemen ook opschrijven. Schrijven kan een manier zijn om onder woorden te brengen wat je bezighoudt. Je kunt het voor jezelf houden en het in een dagboek opschrijven. Ook kun je iemand een brief schrijven. Je kunt je verhaal of vraag ook mailen naar de Psychische Gezondheidslijn

Online tools en therapie
Voor veel klachten kan het internet een uitkomst bieden. Dit, al dan niet begeleide, online aanbod varieert van tools tot therapie.

Informatie zoeken
Informatie kan je helpen inzicht te krijgen in je problemen of klachten. Over psychische problemen en psychiatrische ziekten bestaan folders, brochures, (zelfhulp) boeken, dvd’s en internetsites zoals deze.

Brochures, boeken en dvd’s kun je bestellen in de webwinkels van het Fonds Psychische Gezondheid en het Trimbos instituut. Je kunt ook terecht bij een Informatiewinkel Geestelijke Gezondheidszorg bij je in de buurt. Daar vind je informatie over psychische problemen, behandelingen en therapeuten. Adressen vind je in de telefoongids of op internet.

Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren informatiebijeenkomsten over psychische problemen. Sommige bijeenkomsten zijn voor mensen met een bepaald psychisch probleem, andere zijn voor partners of ouders. Ze worden vaak aangekondigd in huis-aan-huisbladen.

Cursussen en trainingen bij instellingen voor geestelijke gezondheidszorg 

Elke instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) geeft trainingen en cursussen voor het aanpakken van lichte psychische klachten. Kijk voor meer informatie op de website van de instelling voor geestelijke gezondheidszorginstelling bij je in de buurt.

Hulp zoeken

Gaan de klachten niet over? Of worden ze erger en maak je je daar zorgen over? Merk je dat je niet goed meer kunt functioneren? Dan is het verstandig om hulp te zoeken bijvoorbeeld bij de huisarts.

Tips voor mensen  met een dwangstoornis:

  • Zoek zo vroeg mogelijk hulp. Dwangstoornissen verdwijnen vrijwel nooit vanzelf. De kans is zelfs groot dat de dwang erger wordt. Wacht niet met hulp zoeken. Dwangstoornissen zijn namelijk goed te behandelen.
  • Probeer met mensen in je omgeving te praten over je gedachten en gevoelens. Dit kan je stimuleren hulp te zoeken en de dwang te bestrijden.
  • Zet voor jezelf op een rij welke dwanghandelingen je heeft, hoeveel tijd ze in beslag nemen en wat je erbij voelt en denkt.
  • Probeer zo min mogelijk toe te geven aan de angst en onrust. Probeer situaties niet te vermijden.
  • Doe ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Ze kunnen je helpen moeilijke situaties het hoofd te bieden. Vraag bijvoorbeeld jouw huisarts naar oefeningen.

Laatst bijgewerkt: 10 januari 2012

Behandeling

Therapie

Gedragstherapie is de meest aangewezen vorm van behandeling bij dwangstoornissen. Soms is de dwang zo ernstig dat opname in een gespecialiseerde kliniek nodig is. In de therapie wordt de persoon (in gedachten of in het echt) blootgesteld aan de situaties of voorwerpen die de dwanggedachten en de angst en onrust oproepen. De persoon wordt getraind om het in die situaties uit te houden en dwanggedachten te ondergaan zonder dwanghandelingen uit te gaan voeren. De behandeling gaat meestal gepaard met huiswerk. De therapie kan zich ook richten op de angsten die tot de dwanggedachten en -handelingen leiden. Er kunnen ondersteunende technieken ingezet worden: ontspanningsoefeningen, assertiviteitstrainingen en technieken om te leren relativeren en gevoelens te uiten. Ook contact met lotgenoten kan veel steun bieden.

Dwangklachten verminderen

De behandeling vraagt grote inzet van de patiënt en zijn omgeving, maar de resultaten zijn in veel gevallen goed. Bij 80% van de mensen verminderen de dwangklachten zo dat ze er goed mee kunnen leven.

Medicijnen

Bij een ernstige vorm van dwangstoornis bestaat de behandeling meestal eerst uit medicijnen, later gecombineerd met gedragstherapie. De medicijnen moeten soms jarenlang gebruikt worden. De meest gebruikte medicijnen zijn de zogenaamde antidepressiva. Met name de nieuwere soorten antidepressiva (die inwerken op de stof serotonine) blijken de dwangklachten bij ongeveer 50% van de mensen met een dwangstoornis sterk te verminderen.

Laatst bijgewerkt: 10 januari 2012

Je Omgeving

Ook de partner en anderen in de directe omgeving hebben last van de dwang. Iemand met smetvrees kan bijvoorbeeld het hele gezin terroriseren door extreme hygiënische eisen te stellen. Bijvoorbeeld door alle gezinsleden te dwingen bij thuiskomst steeds schone kleren aan te doen. De omgeving onderwerpt zich vaak aan het regime van degene met een dwangstoornis.

Tips voor de omgeving

  • Probeer de dwanggedachten niet ‘weg te praten’. Besef dat de persoon met de dwangstoornis niet zomaar kan stoppen. Het is geen kwestie van wilskracht.
  • Geef geen adviezen of tips, maar reageer met begrip, sympathie en steun.
  • Vraag advies, bij voorkeur aan de behandelaar, om te weten hoe je het best kunt reageren op ‘dwang’-eisen en -vragen.
  • Neem voldoende tijd voor jezelf, je eigen hobby’s en vrienden.
  • Zoek zelf steun als het je teveel wordt.

Laatst bijgewerkt: 10 januari 2012

Advies

Organisaties
 
Fonds Psychische Gezondheid
Psychische Gezondheidslijn, voor vragen over psychische problemen. Telefoon: 0900 903 903 9 (op werkdagen van 10.00 – 16.00 uur, € 0,20 p/m) of stel je vraag via het online formulier.

Angst, Dwang en Fobiestichting
Voor contact met lotgenoten, steun en adviezen.
0900-2008711  (35 ct/min.)
 
Stichting Fobievrienden
Voor informatie, steun en paniekopvang, en voor psychologisch advies en medicijnbegeleiding.
0900-6161611  (50 ct/min.)
 
Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën
Voor mensen met dwangstoornissen en hun omgeving.
0488-491226  (wo 18-19 uur, zat 10-11 uur)
 
Labyrint - In Perspectief
Landelijke zelfhulporganisatie van en voor familieleden van psychiatrische patiënten.
0900-2546674  (20 ct/min.)
 
OCD Vriendenkring
Website voor informatie of contact met lotgenoten. 
 
Trimbos-instituut
Het Trimbos-instituut zet zich in voor het verbeteren van de geestelijke gezondheid door het delen van kennis.

Hulp & Instanties
Hier vind je meer informatie over hulp & Instanties. Wie doet wat en waar vind je ze bij jou in de buurt.
 
 
________________________________________
 
Meer lezen
 
Zorgboek dwang 
E.H. Coene, S. Kollaard (eindred.), 2003. St. September, Amsterdam. 
ISBN 9789072248688.
(verkrijgbaar in de webwinkevan het Fonds Psychische Gezondheid)

Het moet, moet, moet! Over normale en abnormale dwangverschijnselen.
M. Kwee en H. van der Waal, 2000. Boom, Meppel.
ISBN 9789060096857.
 
Dwanghandelingen, dwanggedachten 
R. Klepsch en S. Wilcken, 2000. De Driehoek, Amsterdam.
ISBN 9789060306024.
 
Hulpboek Dwang 
M. de Neef en Y. van der Pas, 2008. Boom, Amsterdam.
ISBN 9789085066125.
 
Leven met een dwangstoornis
F. Sterk, S. Swaen, in de serie Van A tot ggZ, 2001. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten.
ISBN 9789031335626.   

Lees het ervaringsverhaal van Herman op de website van het Fonds Psychische Gezondheid.

Laatst bijgewerkt: 10 januari 2012

Waardering: (1) (0)

Gerelateerd

Alles over hoofdzaken

Het Fonds Psychische Gezondheid zet zich al 60 jaar in voor mensen met psychische problemen en hun omgeving. Ook zet het Fonds zich in voor verbetering van de psychische gezondheid in Nederland. Wij doen dit door het subsidiëren van projecten en onderzoek en het geven van voorlichting. Wil je weten wat wij op dit moment doen?

Kijk op onze website