Bij een dwangstoornis kun je last hebben van dwanggedachten én dwanghandelingen. Maar het kan ook zo zijn dat je alleen last hebt van dwanggedachten, of alleen van dwanghandelingen.
Hoe herken je dwanggedachten?
Als je steeds weer dezelfde storende gedachten hebt, heb je misschien last van dwanggedachten. De gedachten komen steeds weer terug. Vaak hebben deze gedachten te maken met angst. Je bent bijvoorbeeld bang om besmet te raken door bacteriën en daardoor ziek wordt. Of je denkt dat er iets vreselijks gaat gebeuren als je iets niet controleert, of als je iets niet op een bepaalde manier doet. 
Je probeert te doen alsof ze er niet zijn, maar de gedachten blijven opkomen. Ze gaan bijvoorbeeld over: 
- Ziektes  
- Vuil  
- Fouten maken met vreselijke afloop  
- Agressie  
- Seks  
- God en godsdienst  
Hoe herken je dwanghandelingen?
Als je van jezelf steeds dezelfde dingen moet doen, kan er sprake zijn van dwanghandelingen. Dit zijn handelingen die je steeds opnieuw doet. Vaak doe je dit omdat je denkt dat je daarmee voorkomt dat er iets vervelends gebeurt.
Je doet alles steeds op dezelfde manier of in dezelfde volgorde. Dit kun je ook in je hoofd doen, door dingen te tellen of steeds te bidden. Maar sommige dwanghandelingen vinden niet alleen in je hoofd plaats. Je controleert bijvoorbeeld heel vaak achter elkaar of de deur goed dicht is, blijft je handen wassen, zet de hele tijd spullen recht of vermijd bepaalde getallen.
Hieronder lees je de meest voorkomende dwanghandelingen:
- Dingen controleren  
- Schoonmaken en wassen  
- Dingen ordenen  
- Vaak bidden  
- Spullen verzamelen  
Soms heb je er een tijd minder last van. Ook kunnen de klachten veranderen.