Angst en paniek

Angst voel je bij dreigend gevaar. Een hormoon dat we adrenaline noemen, komt vrij als je angst voelt. Daardoor kun je vechten of vluchten. Maar sommige mensen voelen zich angstig zonder dat ze in echt gevaar zijn. Soms kan er sprake van een angststoornis zijn.

Blonde vrouw die naar buiten kijkt.

In het kort

  • Iedereen ervaart weleens angst. Soms kan angst nuttig zijn: het helpt je om gevaar te herkennen en snel te reageren.
  • Maar soms is er geen direct gevaar en kun je je toch angstig voelen.
  • Je kunt je vaak en over veel dingen angstig voelen. Dat noemen we gegeneraliseerde angst. Maar je kunt ook angstig zijn voor één bepaalde situatie of één bepaald ding.
  • Soms kun je door angst een paniekaanval krijgen.
  • Angst kan minder worden. Dit kan helpen:
    • Praat met iemand die je vertrouwt over hoe je je voelt en wat je denkt.
    • Blijf doen wat belangrijk voor je is. Probeer spannende situaties niet te vermijden.
    • Zorg goed voor jezelf: slaap genoeg, beweeg en neem tijd voor ontspanning.
  • Houdt de angst langer aan of wordt de angst erger? Dan kan er sprake zijn van een angststoornis. Het is goed om op tijd hulp te zoeken.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat is angst?

Angst is een reactie van je lichaam op gevaar of spanning. Je hart klopt sneller, je gaat zweten of je spieren zijn erg gespannen. Ook let je extra goed op wat er om je heen gebeurt. Deze reactie kan nuttig zijn: als je ’s nachts bijvoorbeeld schrikt van het geluid van brekend glas, word je automatisch extra alert. Zo ben je klaar om snel te reageren als dat nodig is.

Iedereen is weleens angstig. Je kunt bijvoorbeeld spanning voelen voor een presentatie, een examen of een drukke plek. Vaak wordt die spanning weer minder als de situatie voorbij is.

Maar de angst kan ook erger worden of vaak terugkomen. Je kunt dan veel piekeren of dingen gaan vermijden. Als de angst invloed op je dagelijkse leven heeft, kan er sprake zijn van een angststoornis.

Een angststoornis kan op elke leeftijd ontstaan. Ongeveer 29% van de Nederlanders krijgt er ooit mee te maken.

Uitgelicht: paniekaanval

Wat is een paniekaanval?

Soms kun je door angst een paniekaanval krijgen. Maar dat hoeft niet. Je kunt ook angstig zijn zonder een paniekaanval te hebben. Of je hebt maar één keer of af en toe een paniekaanval.

Tijdens een paniekaanval word je opeens heel bang. Soms is daar geen duidelijke reden voor. De angst is dan veel sterker dan past bij de situatie. Je kunt het gevoel hebben dat je geen controle meer hebt over je angst.

Uitgelicht: paniekaanval

Hoe herken je een paniekaanval?

Bij een paniekaanval kun je één of meer van deze klachten hebben:

  • Je hart klopt snel.
  • Je hebt pijn of druk op je borst.
  • Je zweet veel.
  • Je krijgt het warm of koud.
  • Je trilt of beeft.
  • Je voelt je duizelig.
  • Je bent misselijk of hebt last van je buik.
  • Je hebt moeite met ademhalen of bent kortademig.
  • Alles om je heen voelt vreemd of onwerkelijk.
  • Je hebt het gevoel dat je niet helemaal jezelf bent.
  • Je bent bang dat je de controle verliest.
  • Je bent bang dat je flauwvalt of doodgaat.

Uitgelicht: paniekaanval

Tips bij een paniekaanval

Het helpt om te weten dat de paniek na 60 tot 90 minuten vanzelf minder wordt. Het is niet gevaarlijk en de paniekaanval gaat vanzelf over. Doe ook iets waardoor je minder let op je hartslag en ademhaling. Loop bijvoorbeeld even naar buiten, ga hardop lezen of praat even met iemand.

Tips bij angst

Er zijn verschillende manieren om met angst om te gaan. Met deze adviezen kom je verder:

  • Leer meer over je angst. Zoek informatie over angst en probeer te begrijpen hoe jouw angst zich uit.
  • Onderzoek je gedachten. Welke gedachten heb je als je angstig bent? In welke situaties gebeurt dat? En wat doe je dan? Vraag jezelf ook af: hoe groot is de kans dat waar ik bang voor ben echt gebeurt?
  • Praat erover. Vertel iemand die je vertrouwt hoe je je voelt. Praten kan opluchten en anderen kunnen je steunen. Jij bepaalt zelf wat je vertelt en aan wie. Je hoeft niet je hele verhaal te delen.
  • Blijf actief. Probeer je dagelijkse activiteiten zoveel mogelijk te blijven doen.
  • Probeer spannende situaties niet te vermijden. Hierdoor zul je merken dat je met de angst kunt omgaan. En dat waar je bang voor bent vaak niet gebeurt.
  • Doe een ontspannings- of ademhalingsoefening. Probeer de oefening Stoppen met tobben bijvoorbeeld.
  • Zoek afleiding als je onrust voelt. Kijk bijvoorbeeld bewust naar de dingen om je heen of luister naar muziek.
  • Zorg goed voor jezelf. Slaap voldoende, beweeg regelmatig, houd structuur in je dag en neem genoeg tijd voor ontspanning. Hiermee verminder je stress. Vaak heb je meer last van angst als je stress hebt of moe bent.
  • Volg een cursus of training. Er zijn trainingen die helpen om beter met angstklachten om te gaan. Je huisarts kan je helpen om een passende training te vinden. Ook de Angst, Dwang en Fobie Stichting biedt trainingen aan.

Oefeningen

Zie het positief voor je

Je maakt een positieve voorstelling van een moeilijk moment.

Angststoornis

Soms kan angst zich ontwikkelen tot een angststoornis. Bij een angststoornis heb je vaak last van de angst. De angst heeft dan invloed op je dagelijkse leven. Bijvoorbeeld als je dingen gaat vermijden.

Wat zijn de oorzaken van een angststoornis?

Hoe een angststoornis precies ontstaat, is niet altijd duidelijk. Wel zijn er factoren die de kans op een angststoornis groter kunnen maken, bijvoorbeeld:

  • Een angststoornis komt in je familie voor. Hierdoor kun je een erfelijke aanleg voor een angststoornis hebben. Het zit dan in je genen.
  • Je bent erg verlegen, onzeker of gevoelig voor stress.
  • Je hebt iets ingrijpends of verdrietigs meegemaakt, zoals verlies, misbruik of mishandeling.
  • Je bent opgegroeid in een onveilige omgeving of kreeg weinig steun.
  • Je hebt een lichamelijke ziekte die niet meer overgaat, zoals een longziekte.
  • Je hebt ook andere psychische klachten, zoals een depressie of verslaving.

Welke angststoornissen zijn er?

Er bestaan verschillende soorten angststoornissen. Deze hebben hun eigen kenmerken.

Als je de hele tijd angstig en bezorgd bent over alledaagse dingen, heb je een gegeneraliseerde angststoornis. Je hebt angstgevoelens en last van zweten en hartkloppingen. Het verschil met andere angststoornissen is dat de angst er steeds is. Het ontstaat niet door een bepaalde situatie.

Als je een gegeneraliseerde angststoornis hebt, maak je je vaak en veel zorgen. Ook kun je de volgende symptomen merken:

  • Je voelt je onrustig of gespannen
  • Je bent snel moe
  • Je hebt moeite om je te concentreren
  • Je bent prikkelbaar
  • Je slaapt slechter
  • Je hebt last van gespannen spieren

Bij een paniekstoornis heb je plotselinge paniekaanvallen. Onverwacht voel je angst die eigenlijk veel te groot is voor de situatie. Die angst overkomt je gewoon. Je krijgt last van hartkloppingen, zweten, opvliegers, koude rillingen, trillen of duizeligheid.

Bij een paniekstoornis kun je ook last van pleinvrees (agorafobie). Dan wil je niet meer in bepaalde situaties komen. Bijvoorbeeld reizen met het openbaar vervoer of rondlopen in grote open ruimtes. Omdat je bang bent voor een nieuwe aanval. 

Als je een sociale angststoornis hebt, ben je bang voor situaties waarin anderen je kritisch beoordelen. Je wordt bijvoorbeeld bang voor je eigen reactie, zoals blozen, trillen of zweten. Dat heet ook wel bloosangst, trilangst of zweetangst. Om die angst te voorkomen, ga je je soms anders gedragen of bepaalde situaties vermijden. Je zegt afspraken af of je stapt niet meer in de trein: het beïnvloedt je leven dan ook enorm. 

Tip! Probeer spannende situaties niet te vermijden. Dat geeft misschien even rust, maar daardoor kan de angst blijven. Ga ze liever stap voor stap weer aan. Zo groeit je vertrouwen en kan de angst minder worden.

Bij een specifieke fobie heb je een angst voor een voorwerp of een situatie. Bijvoorbeeld vliegen, hoogte, dieren, injecties of bloed. Soms word je al angstig als je denkt aan het voorwerp of de situatie. 

Een dwangstoornis (OCD) en PTSS horen officieel niet bij de angststoornissen. Toch speelt angst hierbij vaak een grote rol.

Lees meer over dwangstoornis >

Lees meer over PTSS >

Wanneer heb je hulp nodig?

Heb je last van angstklachten? Of denk je dat er al sprake is van een angststoornis? Dan is het belangrijk om hulp te zoeken.

Vaak is de eerste stap de huisarts. De huisarts bespreekt vervolgens samen met jou welke hulp er is. Je kunt bijvoorbeeld een doorverwijzing krijgen naar een praktijkondersteuner (POH-GGZ), psycholoog of andere professional.

Heb je gevonden wat je zocht?(Vereist)

Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Geweld

Maak je geweld mee of heb je geweld meegemaakt? Je hoeft er niet alleen mee te blijven rondlopen. Je kunt steun, advies of hulp krijgen. Ook als je je zorgen maakt over iemand anders.

Eenzaamheid

Je kunt je alleen voelen als je weinig contact hebt, maar ook als je veel mensen om je heen hebt. Kijk welke kleine stappen kunnen helpen om je minder alleen te voelen.

Dwangstoornis

Bij een dwangstoornis komen deze gedachten of handelingen steeds terug. Hier lees je wat kan helpen.