Als je een antisociale-persoonlijkheidsstoornis hebt, vind je het moeilijk om rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Je begrijpt niet zo goed hoe anderen zich voelen. Je voelt je bijvoorbeeld niet schuldig als je iemand pijn doet.
Ook vind je het lastig om regels en normen op te volgen. Bijvoorbeeld op school of op het werk. Of in de omgang met anderen. Je kunt liegen, bedriegen, manipuleren, agressief reageren of vaak ruzie krijgen. Soms doe je ook dingen die niet mogen volgens de wet.
Welke symptomen horen bij een antisociale-persoonlijkheidsstoornis?
Een belangrijk kenmerk van ASP is dat je weinig rekening houdt met anderen. Om de diagnose te krijgen, moet je minimaal 18 jaar zijn. Ook heb je minstens drie van de volgende symptomen:
- Je begaat veel wetsovertredingen
- Je bedriegt anderen voor eigen voordeel of plezier
- Je hebt moeite met plannen of vooruitkijken
- Je bent regelmatig betrokken bij vechtpartijen en geweld
- Je bent onverschillig over eigen veiligheid of die van anderen
- Je hebt moeite met het houden van een baan of nakomen van financiële verplichtingen
- Je hebt geen spijt na kwetsen, mishandeling of diefstal
Kinderen met ASP
Voordat een kind 15 is, wijst het gedrag vaak al richting ASP. Voorbeelden van typisch gedrag vanaf een jaar of 8 zijn pesten, vechten, mishandelen, stelen, inbraken plegen, spijbelen en liegen.