Slecht slapen

Iedereen slaapt weleens slecht. Maar als dat langer duurt of erger wordt, kan dat veel invloed hebben op hoe je je overdag voelt. Gelukkig kun je veel doen om beter te slapen. En: daar kun je overdag al mee beginnen!

Een persoon ligt in bed en reikt met gesloten ogen naar een wekker op het nachtkastje.

In het kort

  • Goed slapen gaat niet alleen om het aantal uur dat je slaapt. Het gaat er ook om dat je goed inslaapt, doorslaapt en uitgerust wakker wordt.
  • De meeste mensen slapen weleens slecht. Dat is vaak tijdelijk en hoeft niet meteen een slaapprobleem te zijn.
  • Slecht slapen kan verschillende oorzaken hebben, zoals piekeren, spanning, lichamelijke klachten of een verstoord ritme. 
  • Je kunt meerdere dingen doen om beter te slapen. zoals:
    • Houd een vast slaapritme aan: ga elke dag op een vast tijdstip naar bed en sta ook op een vast tijdstip weer op.
    • Bouw de dag rustig af. Neem bijvoorbeeld de tijd voor voldoende ontspanning.
    • Zorg voor een goede slaapomgeving.
  • Als slecht slapen langer aanhoudt, kan het een slaapprobleem of slaapstoornis worden.
  • Blijven de klachten aanhouden of worden ze erger? Neem dan contact op met je huisarts.

Heb je een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact met ons op.

Wat is goed slapen?

Slaap zorgt ervoor dat je lichamelijk en mentaal kunt herstellen van de dag. Door goede slaap rust je uit. Je verwerkt gebeurtenissen, ervaringen en emoties. Een goede nachtrust betekent dat je goed kunt inslapen en doorslapen. Ook word je uitgerust weer wakker. Het is niet raar als je ’s nachts een paar keer wakker wordt. Het gaat erom dat je makkelijk weer kunt inslapen.

Wanneer wordt het een slaapprobleem?

Tijdelijk slecht slapen hoeft niet meteen een slaapprobleem te zijn. Maar als het langer aanhoudt, kan er meer aan de hand zijn. Van slaapproblemen spreken we als je langere tijd moeite hebt met het in slaap vallen, doorslapen of uitgerust wakker worden.

Blijf je slecht slapen? Dan kun je merken dat je:

  • moeilijk in slaap valt
  • ’s nachts vaak wakker wordt
  • vroeg wakker wordt en niet meer kunt slapen
  • niet uitgerust wakker wordt
  • overdag moe of slaperig bent
  • je minder goed kunt concentreren of sneller prikkelbaar bent.

Soms ga je je zorgen maken omdat je niet goed slaapt. Die zorgen kunnen ervoor zorgen dat slapen juist nog moeilijker wordt.

Waarom slaap ik slecht?

Slaapproblemen kunnen veel verschillende oorzaken hebben. Soms spelen meerdere dingen tegelijk een rol. Je kunt bijvoorbeeld slecht slapen door emoties of spanning. Het is heel normaal dat je minder goed slaapt als je boos, verdrietig of bezorgd bent. Ook na een ingrijpende gebeurtenis kun je slechter slapen. Maar ook leuke gebeurtenissen kunnen ervoor zorgen dat je moeilijk in slaap valt. Bijvoorbeeld als je op vakantie gaat, je een diploma haalt of aan een nieuwe baan begint.

Ook lichamelijke klachten kunnen ervoor zorgen dat je slechter slaapt. Denk aan pijn of benauwdheid. Tijdens een zwangerschap of de overgang kun je ook minder goed slapen. Dit kan komen door veranderingen in je lichaam en hormonen.

Bewegen en sporten helpen vaak om beter te slapen. Maar intensief sporten vlak voor het slapengaan kan je juist wakker houden. Ook alcohol en andere middelen kunnen invloed hebben op je slaap. Je slaapt vaak minder diep en wordt eerder wakker.

Lees meer over alcohol en slecht slapen

Soms raakt ook je slaapritme verstoord, bijvoorbeeld door een verre reis of doordat je nachtdiensten werkt.

Je kunt verschillende dingen doen om beter te slapen. En wist je dat je daar overdag al mee kunt beginnen? En ‘s avonds en ’s nachts zijn er ook stappen die je kunt nemen om je slaap te verbeteren. Hieronder geven we je tips.

  • Ga naar buiten. Door buiten in het daglicht te zijn, activeer je je biologische klok. Hierdoor val je in de avond makkelijker in slaap.
  • Beweeg minstens een half uur per dag. Beweging helpt je te ontspannen en dat zorgt ervoor dat je ’s nachts beter slaapt. Beweeg bij voorkeur buiten, lekker in de frisse lucht en in het daglicht. En doe liever geen intensieve inspanning voor het slapen gaan. Dat houdt je juist wakker. Bekijk hier tips om meer in beweging te komen.
  • Praat over je zorgen. Houden je zorgen je wakker? Praat dan over je zorgen met iemand die je vertrouwt. Of bel, chat of mail anoniem met onze Info- en advieslijn.
  • Neem wat vaker een pauze. Dit helpt je om te ontspannen na al je bezigheden. Je bouwt de drukte van de dag langzaam af en dit kan je helpen om beter te slapen. De oefening 3 minuten even niks helpt je om even zo’n pauze te nemen.
  • Helpt een dutje je? Houd ‘m wel kort. Als je een dutje wil doen, doe dit dan het liefst vóór 15.00 uur. En houd het op maximaal een half uur. Anders kun je ’s avonds moeilijk in slaap komen.

  • Eet niet te veel of te weinig. Eet geen zware maaltijd vlak voor het slapen. Dat geeft je lichaam veel werk, en daardoor blijf je wakker. Van honger blijf je ook wakker. Eet eventueel iets kleins voordat je gaat slapen.
  • Vermijd cafeïne na 18.00 uur, omdat het je wakker kan houden. Cafeïne zit niet alleen in koffie, maar ook in thee, cola, chocolade en energiedranken. Drink liever kruidenthee of water.
  • Drink liever geen alcohol. Het is het beste voor je slaap en gezondheid als je helemaal geen alcohol drinkt. Alcohol vermindert namelijk je diepe slaap en kan ervoor zorgen dat je onrustig slaapt. Drink je toch een keer alcohol? Drink dan niet meer dan 2 glazen verspreid over de avond. En uiterlijk 4 tot 6 uur voordat je gaat slapen. Lees hier meer over alcohol en slaap.
  • Vermijd nicotine. Nicotine is een stof die in sigaretten en andere tabaksproducten zit. Het stimuleert de hersenen en kan daardoor slaapproblemen geven.
  • Vermijd schermapparatuur. Kijk niet op je mobiel, tablet of tv voor je gaat slapen. Het liefst anderhalf uur voor het slapengaan. De schermen houden je hersenen actief. Ook kan het blauwe licht van deze apparaten je slaap verstoren.
  • Doe geen intensieve (denk)sport vlak voor het slapengaan. Dit kan je actief houden, waardoor het lastiger is om in slaap te komen.
  • Bouw de dag rustig af. Zorg voor ontspanning anderhalf uur voor het slapengaan. Je kunt bijvoorbeeld naar rustige muziek luisteren, een rondje wandelen, een bad nemen of een oefening doen om te ontspannen. Kies wat bij je past.
  • Neem een warm bad of douche. Als je uit een warm bad of douche komt, koelt je lichaam geleidelijk af. En dat vertelt je lichaam dat het tijd is om te gaan slapen. Ook helpt het je om te ontspannen.
  • Voorkom piekeren in bed. Dit kan door eerder op de avond een moment te nemen om je piekergedachten op te schrijven of met iemand te delen. Zie ook deze tips bij piekeren.
  • Neem de tijd voor je slaap. De meeste mensen hebben elke nacht ergens tussen de 7 en 9 uur slaap nodig. Maar het verschilt per persoon, dus probeer te bedenken hoeveel slaap jij nodig hebt. Pas je dagelijkse planning daarop aan. Als je bijvoorbeeld elke ochtend om 7.00 uur wilt opstaan en je denkt dat je 8 uur slaap nodig hebt, dan zou je om 22.45 uur naar bed moeten gaan (we hebben gemiddeld een kwartier nodig om in slaap te vallen).

  • Zorg voor een regelmatig slaapritme. Ga op een vast tijdstip naar bed en sta op een vast tijdstip weer op. Je biologische klok regelt je slaapritme, dus probeer dit ook te doen in het weekend en in vakanties.
  • Zorg voor een goede slaapomgeving. Dit houdt in: een goed bed, kussen en beddengoed. En een donkere, stille en koele slaapkamer. De ideale temperatuur ligt rond de 18 graden, maar dat verschilt per persoon. Is de kamer niet stil of donker te maken? Gebruik eventueel oordoppen en een slaapmasker.
  • Gebruik je bed alleen om in te slapen. En niet om in te studeren, werken of series te kijken. Blijf ook niet te lang in bed liggen en sta meteen op als je wakker bent. We adviseren om minstens 85% van de tijd daadwerkelijk in bed te slapen.
  • Denk aan iets leuks. Als je in bed ligt en je zorgen maakt, probeer dan aan iets positiefs te denken. Denk bijvoorbeeld aan leuke herinneringen, een ontspannende plek of aan mensen waarvan je houdt.
  • Draai de wekker om zodat je niet steeds naar de tijd kijkt. Anders kun je je zorgen maken over dat je nog niet slaapt. En dit maakt het nog moeilijker om in slaap te komen.
  • Zorg voor lekkere warme handen en voeten. Doe warme sokken aan of gebruik een (extra) deken.
  • Probeer slaap niet af te dwingen. Probeer in bed te ontspannen. En ga iets anders doen als je na een tijdje nog niet slaapt. Doe dan iets wat ontspannend werkt. Of doe deze saaie oefening. Doe dit het liefst in een andere kamer.
  • Schrijf je zorgen op als je ergens van wakker ligt. Houd bijvoorbeeld een notitieblok en pen naast je bed, zodat je je zorgen meteen kunt opschrijven.

Doe de SlaapCheck

Met de  SlaapCheck van de Hersenstichting  krijg je informatie en advies op maat voor een goede slaapkwaliteit. Je vult hiervoor een vragenlijst in met ongeveer 20 vragen. Op basis van jouw antwoorden krijg je tips om je slaap te verbeteren.

Slaapdagboek: krijg inzicht in je slaap

Een slaapdagboek helpt je om patronen te herkennen en te begrijpen waarom je misschien niet goed slaapt. Met deze informatie kun je dan proberen om je slaap te verbeteren.

Bekijk hier een voorbeeld van een slaapdagboek. Deze kun je downloaden, printen en invullen. Neem eventueel het slaapdagboek mee naar een behandelaar.

Wanneer heb je hulp nodig?

Soms houden de klachten langer aan. Dan kan er sprake zijn van een slaapstoornis.

Van een slaapstoornis spreken we als je minstens drie keer per week slecht slaapt, dit langer dan drie maanden duurt en dat het invloed heeft op je dagelijks leven.

Er zijn verschillende soorten slaapstoornissen. De meest voorkomende slaapstoornissen zijn:

  • Te kort slapen, slecht slapen of niet in slaap komen (insomnie). Insomnie betekent slapeloosheid. Je hebt moeite met in slaap komen, je ligt ’s nachts wakker of je wordt ’s ochtends te vroeg wakker. Dit kan ervoor zorgen dat je je overdag moe en prikkelbaar voelt.
  • Overdag moe en slaperig zijn (hypersomnie). Hypersomnie betekent slaperigheid. Je bent overdag erg slaperig, ook als je lang genoeg hebt geslapen.
  • Onrust tijdens je slaap (parasomnie). Als je parasomnie hebt, ben je onrustig tijdens je slaap. Je kan last hebben van slaapwandelen, nachtmerries, angstaanvallen of ongewoon bewegen (zoals tandenknarsen).

Andere vormen van een slaapstoornis zijn slaapapneu, een verstoord slaap-waakritme, narcolepsie of rusteloze benen (restless legs syndrome).

Blijven je slaapproblemen bestaan of worden ze erger? Maak dan een afspraak met je huisarts. Samen kun je kijken waardoor je slecht slaapt en welke hulp bij jou past.

Heb je gevonden wat je zocht?(Vereist)

Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat onze gedachten, gevoelens en gedrag invloed hebben op elkaar.