Faalangst

Een beetje spanning voor een toets, presentatie of andere belangrijke opdracht kan je helpen om goed te presteren. Maar wat als de zenuwen je in de weg zitten?

Scholier achter laptop

In het kort

  • Faalangst kan iedereen overkomen. Je kunt last van faalangst hebben bij een toets, presentatie of andere situatie waarin je het gevoel hebt dat je wordt beoordeeld.
  • Je bent bang niet goed genoeg te presteren en verliest vertrouwen in jezelf.
  • Je krijgt bijvoorbeeld hartkloppingen of een gespannen gevoel.
  • Faalangst kan ervoor zorgen dat je situaties gaat vermijden of juist alles perfect wilt doen. Dit kan de angst versterken en uiteindelijk leiden tot veel stress of een burn-out.
  • Je kunt meerdere dingen doen om meer vertrouwen te krijgen en beter met spanning om te gaan:
    • Praat erover met iemand die je vertrouwt.
    • Blijf de dingen doen die je spannend vindt.
    • Richt je aandacht op wat er goed gaat.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is faalangst?

Faalangst is de angst om niet goed genoeg te presteren. Je bent bang dat iets niet gaat lukken of dat je iets niet kan. Je verliest vertrouwen in jezelf.

Bij faalangst ben je bang voor het resultaat van een taak of activiteit. Het gaat om taken of activiteiten waarbij je beoordeeld wordt. Je bent bijvoorbeeld bang dat andere mensen je negatief zullen beoordelen of dat het niet meer goedkomt. Je bent dus niet bang voor de taak of activiteit zelf.

Faalangst kan iedereen overkomen, en in verschillende situaties. Bijvoorbeeld op school bij een belangrijke toets of op werk bij een presentatie.

Welke klachten horen bij faalangst?

Als je faalangst hebt, kan je last hebben van lichamelijke en psychische klachten. Ook kun je faalangst terugzien in je gedrag.

  • Je hebt koude of warme handen
  • Je zweet heel erg
  • Je hebt last van hartkloppingen
  • Je bent misselijk
  • Je hebt buikpijn
  • Je hebt hoofdpijn
  • Je hebt droge lippen of een droge mond
  • Je trilt of bibbert
  • Je ademt snel (hyperventilatie)

  • Je piekert veel (je hebt veel negatieve gedachten)
  • Je bent erg verlegen of bescheiden
  • Je gelooft complimenten niet
  • Je denkt dat anderen beter zijn
  • Je bent boos of druk
  • Je kunt niet meer goed nadenken
  • Je slaapt slecht

  • Je verzint smoesjes of liegt om onder dingen uit te komen waarbij je last hebt van faalangst
  • Je stelt taken uit
  • Je presteert onder je niveau
  • Je gaat extra hard werken
  • Je wilt alles perfect doen

Als je faalangst hebt, kun situaties vermijden of dingen uitstellen. Dat voelt tijdelijk goed omdat je de spannende situatie ontloopt. Maar als je dit vaak doet, wordt de angst juist erger.

Ook kan het zijn dat je juist heel erg je best gaat doen. Je wilt alles perfect doen en geen enkele fout te maken. Uiteindelijk kan dit zorgen voor veel stress of een burn-out.

Het verschilt per persoon wat de klachten zijn en hoe erg ze zijn. Daarnaast hangt het ook af van de situatie. Zo kan je wel faalangst ervaren voor een wiskunde examen maar niet voor een presentatie voor Duits.

De oorzaken van faalangst verschillen per persoon. Vaak gaat het om een combinatie van verschillende oorzaken. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Je kijkt negatief naar jezelf of hebt weinig zelfvertrouwen.
  • Je bent bang dat je familie, vrienden of collega’s een negatief beeld van je krijgen.
  • Je ervaart problemen thuis, op school of op werk.
  • Je hebt last van psychische klachten.
  • Je hebt eerdere negatieve ervaringen meegemaakt.
  • Je ervaart een (te) hoge druk van buitenaf. Bijvoorbeeld van je ouders of leidinggevende.
  • Je hebt leerproblemen. Zoals dyslexie of dyscalculie.
  • Je vergelijkt je veel met anderen.

Hoe kun je beter met je faalangst omgaan?

Je kunt meerdere dingen doen om meer vertrouwen te krijgen en beter met spanning om te gaan. Deze tips bij faalangst helpen je verder:

  • Blijf de dingen doen die je spannend vindt. Hoe vaker je oefent, hoe minder spannend het vaak wordt.
  • Praat erover. Ga in gesprek met je ouders, vrienden, mentor of leidinggevende over je faalangst. Praten lucht op. Ook zul je misschien wel merken dat het helemaal niet nodig is om je druk te maken.
  • Wees niet te streng voor jezelf! Het is oké om fouten te maken. Daar leer en groei je van.
  • Probeer positief te denken. Heb vooral aandacht voor de dingen die er wel goed gaan. Het is daarnaast belangrijk om vooral aandacht te hebben voor het proces en niet voor het eindresultaat.
  • Onderzoek je gedachten: schrijf op waar je bang voor bent. Beantwoord de volgende vragen:
    • Waarom ben je bang om te falen?
    • Wat zou er gebeuren als je angst echt uitkomt?
    • Hoe erg is het als die angst echt uitkomt?
    • Wat is de kans dat je angst echt uitkomt?
  • Zorg voor ontspanning en plezier. Plan iets leuks met vrienden of familie. Of doe een ontspanningsoefening.
  • Bereid je goed voor op de taak of activiteit waar je angstig voor bent. Hoe beter je voorbereid bent, hoe zelfverzekerder je je zult voelen.
  • Lees ervaringsverhalen van anderen. Het geeft herkenning en je leert van anderen. Op In je bol lees je verhalen van jongeren over hun ervaringen met faalangst.
  • Overweeg een faalangsttraining of -cursus. Veel scholen bieden deze aan.

Wanneer is er hulp nodig?

Merk je dat de klachten erger worden of langer aanhouden? Dan is het goed om professionele hulp te zoeken. Vaak is een afspraak bij de huisarts de eerste stap.

De huisarts kan je doorverwijzen naar een andere professional, zoals een psycholoog, faalangsttrainer of orthopedagoog (specialist in leer- en opvoedingsproblemen van kinderen). Je bespreekt samen waar de faalangst vandaan komt en welke behandeling het beste voor jou is.

Heb je gevonden wat je zocht?(Vereist)

Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Geweld

Maak je geweld mee of heb je geweld meegemaakt? Je hoeft er niet alleen mee te blijven rondlopen. Je kunt steun, advies of hulp krijgen. Ook als je je zorgen maakt over iemand anders.

Eenzaamheid

Je kunt je alleen voelen als je weinig contact hebt, maar ook als je veel mensen om je heen hebt. Kijk welke kleine stappen kunnen helpen om je minder alleen te voelen.

Dwangstoornis

Bij een dwangstoornis komen deze gedachten of handelingen steeds terug. Hier lees je wat kan helpen.