Persoonlijkheidsstoornis

Iedereen heeft een eigen persoonlijkheid. Je persoonlijkheid zegt iets over wie je bent en hoe je je gedraagt. Bij een persoonlijkheids-stoornis zijn sommige eigenschappen heel sterk aanwezig. Deze hebben invloed op je dagelijkse leven.

Illustratie van overlappende silhouetten van mensen in profiel, in warme gele, oranje, bruine en groene tinten.

In het kort

  • Je persoonlijkheid gaat over hoe je denkt, voelt en doet. Daarbij horen verschillende eigenschappen.
  • Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn bepaalde eigenschappen heel sterk aanwezig. Ze zijn er al lange tijd en geven problemen in het dagelijks leven.
  • Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben met vertrouwen, snel boos worden, heel onzeker zijn of veel behoefte hebben aan controle.
  • Deze tips helpen je verder:
    • Leer patronen kennen: kijk wat je denkt, voelt en doet in bepaalde situaties. Schrijf dit eventueel op en luister ook naar wat mensen om je heen merken.
    • Zorg voor rust en structuur, neem genoeg tijd voor ontspanning.
    • Zoek steun bij mensen die je vertrouwt.
  • Professionele hulp helpt je om met een persoonlijkheidsstoornis om te gaan. Je kunt leren om beter met je klachten om te gaan.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

De manier waarop je denkt, voelt en doet, noemen we je persoonlijkheid. Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn sommige eigenschappen heel sterk aanwezig. Daardoor kun je problemen krijgen in je dagelijks leven.

Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben met vertrouwen, snel boos worden, heel onzeker zijn of juist veel behoefte hebben aan controle. Dit heeft invloed op je dagelijkse leven, zoals thuis, op school, op je werk of in relaties.

Patronen

Bij een persoonlijkheidsstoornis komen bepaalde patronen steeds terug. Je reageert bijvoorbeeld vaak op dezelfde manier, ook als die manier je problemen geeft. Deze patronen zijn vaak voor een lange tijd sterk aanwezig. Er zijn verschillende persoonlijkheidsstoornissen, die allemaal hun eigen patroon kennen.

Wanneer is het een persoonlijkheidsstoornis?

Je kunt aan een aantal dingen merken dat het om een persoonlijkheidsstoornis kan gaan:

  • De patronen zijn sterk aanwezig.
  • Ze zijn er al lange tijd.
  • Ze komen terug in verschillende situaties. Bijvoorbeeld thuis, op het werk of bij vrienden.
  • Ze zorgen voor problemen in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld ruzie, afspraken niet nakomen of situaties vermijden.

Vaak kijkt de huisarts of er sprake kan zijn van een persoonlijkheidsstoornis. Voor verder onderzoek kan de huisarts je doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater.

Iedereen is weleens onzeker, wantrouwend, boos of impulsief. Soms komen deze eigenschappen tijdelijk sterker naar voren. Dat betekent niet meteen dat het een persoonlijkheidsstoornis is.

Een persoonlijkheidsstoornis betekent ook niet dat er iets ‘mis’ is met je persoonlijkheid. Het betekent dat bepaalde eigenschappen en patronen zo sterk zijn dat je er in het dagelijkse leven last van hebt.

Welke persoonlijkheidsstoornissen zijn er?

Er zijn tien verschillende persoonlijkheidsstoornissen. Deze zijn op basis van de kenmerken verdeeld in drie groepen (clusters).

Weinig contact met anderen (cluster A)

Je zoekt weinig contact met anderen en bent veel alleen. Bijvoorbeeld omdat je andere mensen niet vertrouwt. Op anderen kun je chaotisch of verward overkomen. Soms hier of zie je dingen die er niet zijn (hallucinaties) of heb je ideeën die niet kloppen met de werkelijkheid (wanen).

Deze persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder:

Je vertrouwt andere mensen vaak niet. Je denkt bijvoorbeeld snel dat iemand slechte bedoelingen heeft, je wil bedriegen of je pijn wil doen. Gewone opmerkingen kun je al snel als negatief of aanvallend zien.

Je bent graag alleen en hebt weinig behoefte aan contact met andere mensen. Je hebt weinig plezier in de meeste activiteiten. Ook laat je geen gevoelens zien.

Je kunt bijzondere gedachten of overtuigingen hebben en je anders gedragen dan anderen gewend zijn. Gesprekken zijn vaak warrig of moeilijk te volgen. Je hebt weinig contact met anderen en hebt daar ook geen behoefte aan.

Sterke emoties en snel reageren (cluster B)

Je emoties zijn sterk en kunnen snel veranderen. Je kunt soms iets doen zonder eerst goed over na te denken. Ook kun je moeite hebben met relaties.

Deze persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder:

Als je een antisociale-persoonlijkheidsstoornis hebt, vind je het moeilijk om rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Je begrijpt niet zo goed hoe anderen zich voelen. Je voelt je bijvoorbeeld niet schuldig als je iemand pijn doet.

Ook vind je het lastig om regels en normen op te volgen. Bijvoorbeeld op school of op het werk. Of in de omgang met anderen. Je kunt liegen, bedriegen, manipuleren, agressief reageren of vaak ruzie krijgen. Soms doe je ook dingen die niet mogen volgens de wet.

Welke symptomen horen bij een antisociale-persoonlijkheidsstoornis?

Een belangrijk kenmerk van ASP is dat je weinig rekening houdt met anderen. Om de diagnose te krijgen, moet je minimaal 18 jaar zijn. Ook heb je minstens drie van de volgende symptomen:

  • Je begaat veel wetsovertredingen
  • Je bedriegt anderen voor eigen voordeel of plezier
  • Je hebt moeite met plannen of vooruitkijken
  • Je bent regelmatig betrokken bij vechtpartijen en geweld
  • Je bent onverschillig over eigen veiligheid of die van anderen
  • Je hebt moeite met het houden van een baan of nakomen van financiële verplichtingen
  • Je hebt geen spijt na kwetsen, mishandeling of diefstal

Kinderen met ASP

Voordat een kind 15 is, wijst het gedrag vaak al richting ASP. Voorbeelden van typisch gedrag vanaf een jaar of 8 zijn pesten, vechten, mishandelen, stelen, inbraken plegen, spijbelen en liegen.

Bij een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) hebt, kunnen je emoties snel veranderen. Het ene moment ben je blij en het volgende moment ineens verdrietig of boos. Je vindt het moeilijk om deze emoties onder controle te houden. Daardoor kun je heel heftig reageren op een kleine gebeurtenis.

Relaties met anderen zijn vaak instabiel. Je bent bang om verlaten te worden en voelt je snel afgewezen of teleurgesteld. Soms doe je dingen zonder eerst na te denken over de gevolgen. Je geeft bijvoorbeeld plotseling veel geld uit, wisselt snel van baan of gebruikt te veel alcohol of drugs. Ook heb je problemen met je identiteit. Je bijvoorbeeld een instabiel, negatief zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. Je vindt het moeilijk om te weten wie je bent en wat je wilt in het leven.

Een borderline persoonlijkheidsstoornis noemen we ook wel borderline, BPS of een emotieregulatiestoornis.

Welke symptomen horen bij borderline?

Als je minimaal vijf van deze symptomen bij jezelf of een ander herkent, kan er sprake zijn van borderline: 

  • Je bent impulsief. Je stort je in nieuwe relaties, projecten of verandert plotseling van baan. Zonder na te denken over de gevolgen. Bij impulsiviteit hoort ook dat je het moeilijk vindt om jezelf te beheersen. Dat kan zorgen voor wisselende seksuele contacten, het uitgeven van te veel geld, misbruik maken van alcohol en drugs, roekeloos rijden of eetbuien. 
  • Je bent heel bang om in de steek gelaten te worden. Je probeert ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt.  
  • Je hebt heftige relaties met anderen, maar deze zijn meestal niet stabiel. Je denkt zwart-wit: of iemand is geweldig, of iemand is waardeloos. Je mening kan in een korte tijd helemaal veranderen. 
  • Je hebt steeds een ander zelfbeeld. De ene keer ben je heel blij met jezelf en de andere keer juist helemaal niet.  
  • Op gebeurtenissen reageer je met sterk wisselende stemmingen of buien. Daardoor word je heel somber, prikkelbaar of angstig. Dit duurt meestal een paar uur, en bijna nooit langer dan een paar dagen. 
  • Je voelt je vaak leeg van binnen.   
  • Je kunt enorm boos worden, terwijl dat niet past bij de situatie. Ook lost het niets op. Soms kun je je boosheid niet onder controle houden. Dan krijg je een driftbui of je hebt een vechtpartij.  
  • Als je gespannen raakt, kun je ook last krijgen van paranoia of achtervolgingswaan. Je denkt dat iemand je volgt of bedreigt. Dit is tijdelijk en gaat weer voorbij. 
  • Je dissocieert. Dat betekent dat jij je hoofd afscheidt van wat er met jou of om jou heen gebeurt. Je krijgt het gevoel er niet meer bij te zijn. Soms weet je ook niet meer precies wat er gebeurd is. 
  • Je hebt een poging gedaan tot zelfdoding, daarmee gedreigd, of jezelf verwond. 

Borderline komt voor bij zowel mannen als vrouwen. Ook komt borderline voor op alle leeftijden. Toch hebben jongvolwassenen vaker last van de klachten van borderline. Als mensen ouder worden, nemen die klachten vaak af.

Een histrionische persoonlijkheidsstoornis wordt ook wel een theatrale persoonlijkheidsstoornis genoemd. Je hebt dan veel behoefte aan aandacht en bevestiging. Je laat je emoties vaak duidelijk zien. Ook kun je je makkelijk laten beïnvloeden door anderen of door wat er om je heen gebeurt.

Bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS) voel je je erg belangrijk en bijzonder. Je vindt dat je beter bent dan anderen. Je kunt niet goed tegen kritiek en hebt steeds bewondering van anderen nodig. Als je die niet krijgt, word je boos of onzeker. Je trekt je terug uit een situatie of zoekt nog meer aandacht op. Ook ben je snel jaloers en stel je hoge eisen aan anderen. Het heeft daarom een negatieve invloed op relaties.  

Veel mensen noemen het ook wel narcisme. De afkorting is NPS.  

Welke kenmerken horen bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis?

Er kan sprake zijn van een narcistische persoonlijkheidsstoornis als minstens vijf van de onderstaande kenmerken langere tijd sterk aanwezig zijn. Deze kenmerken komen voor in verschillende situaties en geven problemen in het dagelijks leven. 

  • Je voelt je belangrijker dan anderen. 
  • Je denkt veel aan succes, macht, schoonheid of perfecte liefde. 
  • Je vindt jezelf bijzonder en uniek. Je wilt ook vooral omgaan met mensen met een ‘hoge status’.  
  • Je wilt bewondering van anderen.  
  • Je vindt dat je speciale rechten hebt: regels gelden minder voor jou. 
  • Je gebruikt anderen om je eigen doelen te behalen. 
  • Je hebt moeite om je in te leven in anderen. 
  • Je bent jaloers op anderen, of denkt dat anderen jaloers zijn op jou. 
  • Je gedraagt je arrogant of neerbuigend. 

Angst, onzekerheid en behoefte aan controle (cluster C)

Je bent bijvoorbeeld om afgewezen te worden, je hebt veel bevestiging nodig of vindt het moeilijk om de controle los te laten.

Deze persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder:

Bij een vermijdende of ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) wil je vaak wel contact met andere mensen, maar ben je erg bang voor afwijzing, kritiek of een negatief oordeel. Je vermijdt sociale situaties omdat je bang bent dat je iets verkeerd doet of zegt.

Bij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis heb je veel behoefte aan steun of hulp van anderen. Je vindt het moeilijk om zelf beslissingen te nemen. Je kunt moeite hebben om voor jezelf op te komen of ‘nee’ te zeggen, omdat je bang bent iemand kwijt te raken.

Bij een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis vind je regels, perfectionisme en controle belangrijk. Je kunt hoge eisen stellen aan jezelf en anderen. Je wilt dingen vaak heel precies of perfect doen. Taken laat je niet aan anderen over en doe je liever zelf. Dit kan veel tijd en energie kosten en problemen geven bij werk, ontspanning of relaties.

Een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis wordt ook wel obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis genoemd. Dit is niet hetzelfde als een dwangstoornis.

Ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis

Het kan zijn dat je persoonlijkheidsproblemen hebt, maar dat de kenmerken niet volledig bij één van de tien persoonlijkheidsstoornissen passen. Of je hebt kenmerken van verschillende persoonlijkheidsstoornissen tegelijk. Dan noemen we dit een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis genoemd.

De oudere naam hiervoor is persoonlijkheidsstoornis NAO: Niet Anderszins Omschreven.

Hoe ontstaat een persoonlijkheidsstoornis?

Er is meestal niet één duidelijke oorzaak voor een persoonlijkheidsstoornis. Waarschijnlijk ontstaat een persoonlijkheidsstoornis door een combinatie van erfelijke aanleg en ervaringen tijdens het leven.

Je erfelijke aanleg kan bijvoorbeeld invloed hebben op hoe gevoelig je bent voor stress, emoties of afwijzing. Ook je jeugd en de omgeving waarin je opgroeit kunnen meespelen. Ervaringen die het risico kunnen vergroten zijn bijvoorbeeld:

  • Je bent mishandeld of misbruikt
  • Je had een onveilige band met ouders of verzorgers
  • Je ouders of verzorgers hadden psychische problemen
  • Je bent een ouder of verzorger verloren
  • Je bent veel gepest

Deze ervaringen zorgen niet altijd voor een persoonlijkheidsstoornis. Je kunt dit ook meemaken zonder later een persoonlijkheidsstoornis te krijgen. Andersom kun je ook een persoonlijkheidsstoornis hebben zonder dat je deze ervaringen hebt gehad.

Wat kun je doen bij een persoonlijkheidsstoornis?

Bij een persoonlijkheidsstoornis gaat het erom dat je patronen beter herkent: wat denk je, voel je en wat doe je? Vervolgens kijk je hoe je hier anders mee kunt omgaan.

Deze dingen kunnen helpen:

  • Lees en leer zoveel mogelijk over een persoonlijkheidsstoornis. Zorg dat je genoeg te weten komt. Begrip is goed voor jezelf en helpt je bij het uitleggen aan anderen.
  • Leer je eigen patronen kennen. Let op momenten waarop je merkt dat je ergens sterk op reageert. Kijk wat er gebeurt, wat je denkt en voelt en wat je daarna doet. Schrijf dit eventueel op. Zo kun je beter herkennen welke situaties lastig voor je zijn en hoe je daar meestal op reageert.
  • Vraag feedback aan iemand die je vertrouwt. Soms ziet een ander dingen die je zelf niet merkt. Vraag wat diegene bij jou opvalt. Dat kan helpen om jezelf beter te begrijpen.
  • Zorg goed voor jezelf: slaap genoeg, beweeg, neem rust en zorg voor voldoende structuur.
  • Zoek steun en hulp bij familie en vrienden. Het kan fijn zijn om te vertellen waar je last van hebt. Zij kunnen dan beter begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt en hoe ze je kunnen steunen. Jij bepaalt zelf met wie je dit wilt delen.
  • Begin klein. Kies iets wat je graag wilt veranderen en wat haalbaar voelt. Als dat lukt, kun je een volgende stap zetten.
  • Zoek professionele hulp. Samen met een professional kijk je waar je last van hebt en wat kan helpen.

Wanneer heb je hulp nodig?

Iedereen heeft sterke en minder sterke kanten in zijn persoonlijkheid. Soms zijn bepaalde eigenschappen tijdelijk sterker aanwezig. Dat betekent niet meteen dat je een persoonlijkheidsstoornis hebt.

Het kan helpen om hulp te vragen als bepaalde patronen lange tijd blijven terugkomen en problemen geven in je dagelijkse leven. Bijvoorbeeld thuis, op school, op het werk of in relaties.

Als je denkt dat je een persoonlijkheidsstoornis hebt, is het handig om een afspraak te maken bij je huisarts. De huisarts kijkt dan of je een doorverwijzing nodig hebt.

Je wordt dan vervolgens doorgestuurd naar een psycholoog, praktijkondersteuner GGZ of een organisatie die hier behandeling voor geeft. Hier krijg je dan een intake. In de intake wordt een diagnose gesteld. Na de diagnose wordt samen met jou gekeken welke behandeling het beste past.

Heb je gevonden wat je zocht?(Vereist)

Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat onze gedachten, gevoelens en gedrag invloed hebben op elkaar.

Eerstelijns psycholoog

Als je psychische klachten hebt kun je door de huisarts doorverwezen worden naar een eerstelijns psycholoog.

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.