Geweld

Er zijn verschillende vormen van geweld. Soms is geweld zichtbaar, soms niet. Maak je geweld mee of heb je geweld meegemaakt? Je hoeft er niet alleen mee te blijven rondlopen. Je kunt steun, advies of hulp krijgen. Ook als je je zorgen maakt over iemand anders.

Roze en oranje wolken in een hemel met warm avondlicht.

In het kort

  • Geweld is gedrag dat iemand anders schade of angst bezorgt.
  • Er bestaan verschillende vormen van geweld, zoals lichamelijk, psychisch, seksueel geweld en verwaarlozing.
  • Geweld kan overal voorkomen, zoals thuis, op school, op straat, online of op het werk. 
  • De schuld van geweld ligt bij de dader. Geef jezelf niet de schuld. Bij gevaar reageert je lichaam vaak automatisch. Je kunt vechten, vluchten, bevriezen of meebewegen om te ‘overleven’.
  • Door geweld kun je klachten krijgen. Bijvoorbeeld angst, schaamte, lichamelijke klachten of problemen in je dagelijks leven. Je kunt ook geen klachten hebben.
  • Heb je geweld meegemaakt of maak je geweld mee? Dan kunnen steun uit je omgeving en professionele hulp je helpen.
  • Je kunt ook terecht bij verschillende organisaties, zoals Fier, Veilig Thuis, Slachtofferhulp Nederland of Centrum Seksueel Geweld.  

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is geweld?

De meeste mensen denken bij geweld aan lichamelijk geweld. Maar er zijn veel verschillende vormen van geweld. Hieronder staat verschillende soorten geweld met voorbeelden.

Voorbeelden zijn:

  • Slaan
  • Schoppen
  • Duwen
  • Verwonden met een voorwerp

Voorbeelden zijn:

  • Uitschelden
  • Bedreigen
  • Schreeuwen

Voorbeelden zijn:

  • Kleineren: iemand geeft het slachtoffer expres het gevoel niet goed, slim of belangrijk genoeg te zijn.
  • Bang maken
  • Manipuleren: iemand probeert het slachtoffer te beïnvloeden om iets gedaan te krijgen.
  • Isoleren: het slachtoffer mag geen of weinig contact hebben met familie of vrienden
  • Buitensluiten: iemand laat het slachtoffer niet meedoen of negeert het slachtoffer bewust

Voorbeelden zijn:

  • Geld afpakken
  • Iemand geen toegang tot eigen geld of bankrekening geven
  • Iemand verbieden om te werken of zelf geld te hebben
  • Schulden op iemand anders zijn of haar naam maken

Voorbeelden zijn:

  • Persoonlijke spullen kapot maken
  • Persoonlijke spullen afpakken
  • Deuren intrappen
  • Meubels of muren beschadigen

Bijvoorbeeld:

  • Iemand krijgt geen zorg, aandacht of hulp.

Uitgelicht: online geweld

Ook online kun je met geweld te maken krijgen. Bijvoorbeeld via sociale media, e-mail of andere digitale media. Iemand kan je bedreigen, chanteren of lastigvallen. Voorbeelden zijn nare berichten sturen of dreigen met het delen van privéfoto’s.

Heb je te maken met online geweld? Lees meer over online geweld, de signalen en waar je terechtkunt

Automatische reactie 

Als je geweld meemaakt, reageert je lichaam vaak automatisch. Je kunt gaan vechten, vluchten, bevriezen of meebewegen:

  • Bij vechten probeer je jezelf te verdedigen of de ander tegen te houden.
  • Bij vluchten probeer je weg te komen uit de situatie.
  • Bij bevriezen lukt het soms niet om iets te doen of te zeggen.
  • Bij meebewegen probeer je te voorkomen dat de ander agressiever of dreigender wordt. Je kunt bijvoorbeeld meegaan in wat de ander zegt of doen wat de ander vraagt.

Je lichaam en je brein proberen je op dat moment te beschermen door snel te reageren op gevaar, vaak zonder dat je daar bewust over nadenkt.

Misschien bevries je en lukt het je niet om iets te doen. Achteraf kun je je daarvoor schamen of denken dat je hebt meegewerkt aan het geweld. Maar bevriezen is een normale reactie op gevaar. Het betekent niet dat je toestemming gaf voor wat er gebeurde.

Wat kunnen signalen van geweld zijn?

Soms weet je niet meteen of wat je hebt meegemaakt geweld was. Dat kan verwarrend zijn. Zeker als iemand die je kent over je grens ging. Het kan ook zijn dat je pas later merkt hoeveel invloed het op je heeft.

Twijfel je of wat je meemaakt geweld is?

Dat komt vaak voor. Geweld is niet altijd duidelijk of zichtbaar. Mogelijke signalen kunnen zijn: 

  • Je voelt je bang, gespannen of alert bij iemand 
  • Je past je gedrag aan om ruzie te voorkomen 
  • Iemand controleert je (bijvoorbeeld je telefoon, geld of contacten) 
  • Je grenzen worden genegeerd 
  • Je voelt je klein gemaakt, vernederd of onder druk gezet 
  • Je trekt je terug en vermijdt bepaalde mensen of situaties.  
  • Je reageert anders dan normaal. Je bent bijvoorbeeld sneller boos, verdrietig of onrustig. 

Ook als je twijfelt, kun je hierover praten met iemand die je vertrouwt of advies vragen bij een organisatie. 

In de Signalenwijzer van Slachtofferhulp vind je nog meer signalen. Ook naasten en professionals kunnen in deze wijzer lezen wat zij kunnen doen als zij vermoeden dat er meer aan de hand is. Op de website Ik vermoed huiselijk geweld vind je signalen van huiselijk geweld. 

Wat kunnen de gevolgen van geweld zijn? 

Wat geweld met je doet, verschilt van persoon tot persoon. Misschien merk je de gevolgen meteen. Het kan ook zijn dat je pas later klachten krijgt. Bijvoorbeeld als er iets verandert in je leven. Het kan ook zijn dat je geen klachten hebt of krijgt.

Veelvoorkomende gevolgen zijn:

  • Gevoelens: angst, schaamte, boosheid, verdriet, eenzaamheid of schuldgevoel.
  • Je onveilig voelen: je kunt je onveilig blijven voelen, ook als er op dat moment geen direct gevaar meer is.
  • Geen gevoel hebben: soms zet je je gevoelens als het ware uit en voel je helemaal ‘niets’.
  • Lichamelijke klachten: bijvoorbeeld pijn, vermoeidheid of seksuele klachten.
  • Problemen in relaties: je kunt het moeilijk vinden om anderen te vertrouwen, grenzen aan te geven of intimiteit toe te laten.
  • Problemen in het dagelijks leven: geweld kan invloed hebben op je werk, school, geldzaken of opvoeding.
  • Soms ontstaat er een trauma. Je kunt dan last hebben van herbelevingen, nachtmerries, schrikreacties of veel spanning.
  • Andere psychische problemen: soms ontstaat een psychische aandoening, zoals een depressie, angststoornis of verslaving.

Niet iedereen houdt langdurig klachten. Steun uit de omgeving en professionele hulp kunnen bijdragen aan het herstel.  

Wat kun je doen als je geweld meemaakt, of hebt meegemaakt? 

Geweld kan veel met je doen. Wat je nodig hebt, verschilt per persoon. Deze tips kunnen je helpen om te kijken wat bij jou past.

  • Is er nu sprake van geweld of dreigt er direct gevaar, zoek dan zo snel mogelijk hulp in je omgeving of bel 112. Veiligheid gaat voor alles.  
  • Als je net geweld hebt meegemaakt, ga dan naar de huisarts. Ook als je denkt dat je verwondingen meevallen. Of als klachten niet meteen zichtbaar zijn. Een medische verklaring kan later belangrijk zijn als bewijs. Hier lees je hoe je een gesprek met de huisarts kunt voorbereiden.  
  • Kijk of je aangifte wilt doen. Meestal is geweld strafbaar. Doe zo snel mogelijk aangifte. Lees meer over aangifte doen bij Slachtofferhulp Nederland. 
  • Geef jezelf niet de schuld. Veel mensen denken achteraf: waarom zei ik niets, waarom ging ik niet weg, waarom heb ik me niet verdedigd? Maar bij gevaar reageren mensen vaak automatisch. Je kunt vechten, vluchten, bevriezen of meebewegen om te overleven. Bevriezen is dus geen toestemming en geen medewerking. Het is een stressreactie van je lichaam. 
  • Probeer erover te praten met iemand die je vertrouwt. Dat kan een vriend, familielid, partner, huisarts of een (andere) hulpverlener zijn. Het helpt om woorden te geven aan wat er is gebeurd. 
  • Geef jezelf de ruimte om op jouw manier verder te gaan. Misschien heb je tijd nodig om te herstellen, wil je er soms over praten en soms juist niet. Misschien haal je er op een gegeven moment kracht of betekenis uit, maar dat hoeft niet.

Ook kun je terecht bij deze organisaties:

  • Fier: een organisatie die hulp, begeleiding en opvang bij geweld biedt. Je kunt ook anoniem chatten met een hulpverlener van Fier. Deze hulpverleners zijn gespecialiseerd in thema’s zoals geweld, misbruik of uitbuiting.  
  • Veilig Thuis: het landelijke advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandling. Als je je zorgen maakt over geweld, bij jezelf of iemand anders, kun je hier een melding maken. Ook vind je bij Veilig Thuis betrouwbare informatie, praktische tips en verhalen die herkenning kunnen geven.  
  • Slachtofferhulp Nederland: helpt mensen hun leven weer op te pakken na een ingrijpende gebeurtenis. Ze bieden emotionele hulp, kunnen je begeleiden in het strafproces en helpen bij een schadevergoeding.  
  • Centrum Seksueel Geweld: biedt professionele hulp bij een nare seksuele ervaring of seksueel misbruik. Ook als de ervaring online was kan je hier terecht.  

Weet je niet goed welke route naar hulp past? Of wil je eerst laagdrempelig contact? Neem dan contact op met onze Info- en advieslijn. 


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Lotgenotencontact

Lotgenotencontact kan een goede (eerste) stap zijn in het erkennen van je situatie.

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.

POH-GGZ

Een POH-GGZ werkt binnen de huisartsenpraktijk en begeleidt mensen met lichte psychische klachten.

Eenzaamheid

Iedereen kan zich weleens eenzaam voelen. Je kunt je alleen voelen als je weinig contact hebt, maar ook als je veel mensen om je heen hebt. Kijk welke kleine stappen kunnen helpen om je minder alleen te voelen.

Vrouw zit met opgetrokken knieën op de bank en kijkt naar buiten.

In het kort

  • Eenzaamheid kan iedereen overkomen.
  • Je kunt je eenzaam voelen als je weinig vrienden hebt. Maar ook met vrienden kun je je eenzaam voelen als je geen verbinding met hen hebt.
  • Het gevoel kan laten zien dat je behoefte hebt aan meer contact of verbinding.
  • Houdt het gevoel langer aan? Dan zijn er verschillende dingen die je kunt doen en plekken waar je steun of hulp kunt krijgen. Het helpt om er met iemand over te praten. Je kunt ook contact opnemen met je huisarts, een hulplijn of het sociaal wijkteam of sociaal loket van je gemeente.
  • Wil je vooral meer mensen ontmoeten of samen iets doen? Kijk dan naar een maatjesproject, activiteiten in een buurthuis of een vereniging bij jou in de buurt.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat is eenzaamheid eigenlijk?

Eenzaamheid betekent dat je minder contact of verbinding voelt dan je zou willen. Dat is voor iedereen anders. De één wil graag meer mensen om zich heen. De ander heeft mensen om zich heen, maar zou meer verbinding willen hebben. Je kunt ook alleen zijn, zonder je eenzaam te voelen.

Wist je dat…

Eenzaamheid komt vaker voor dan veel mensen denken. In Nederland voelt 10,1% van de mensen van 15 jaar en ouder zich sterk eenzaamhttps://www.rivm.nl/mentale-gezondheid/monitor/algemene-bevolking/eenzaamheid.

Je ziet meestal niet dat iemand zich eenzaam voelt. Veel mensen praten er niet over, bijvoorbeeld omdat ze zich schamen of denken dat het hun eigen schuld is. Daarom is het belangrijk om signalen van eenzaamheid te herkennen.

Wat merk je als je eenzaam bent?

Klachten die kunnen wijzen op eenzaamheid, kan je verdelen in:

  • Lichamelijke klachten
    • Je kunt last krijgen vermoeidheid, slecht slapen of lichamelijke spanning
  • Psychische klachten
    • Je kunt je leeg, somber of onzeker voelen
  • Sociale problemen
    • Het kan moeilijker zijn om contact te maken of je verbonden te voelen, zelfs als je onder de mensen bent.
  • Gedragsproblemen
    • Eenzaamheid kan invloed hebben op hoe je voor jezelf zorgt, bijvoorbeeld op je eetgewoonten of het omgaan met stress.

Als je je even eenzaam voelt, is dat een signaal om op te blijven letten. Zoek steun als het gevoel niet minder wordt of steeds meer invloed krijgt op je leven.

Welke oorzaken kan eenzaamheid hebben?

Eenzaamheid kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:

  • Ingrijpende gebeurtenissen, zoals het verlies van een partner, een scheiding, een verhuizing, pensioen of het verliezen van een baan.
  • Persoonlijke eigenschappen, zoals verlegenheid, een laag zelfbeeld of sociale angst. Hierdoor kan het moeilijker zijn om contact te maken met anderen.
  • Gezondheidsproblemen of een lichamelijke beperking, waardoor iemand minder vaak de deur uitgaat en zich meer alleen kan voelen.

Eenzaamheid kan op elke leeftijd voorkomen. De oorzaak kan verschillen per leeftijdsfase. Jongeren kunnen zich eenzaam voelen omdat ze in een fase zitten waarin ze ontdekken wie ze zijn. Hierbij zoeken ze aansluiting bij anderen of kunnen ze zich vergelijken op sociale media. Ouderen kunnen zich eenzamer voelen door het verlies van dierbaren, gezondheidsproblemen of doordat zij met pensioen gaan.

Ik voel me eenzaam: wat kan ik doen?

Als je je eenzaam voelt dan kunnen kleine stappen helpen. Hieronder vind je tips om meer contact en verbinding met anderen te krijgen of te houden:

  • Praat er met iemand over die je vertrouwt. Vind je het moeilijk om over je gevoel te praten? Dat is heel begrijpelijk. Probeer toch iemand in vertrouwen te nemen. Dit lucht op en kan helpen bij het vinden van een oplossing. Weet je niet wie je het kunt vertellen? Denk aan je ouders, broer of zus, je mentor of een vertrouwenspersoon. Je kunt ook terecht bij het sociaal wijkteam of een telefonische hulplijn.
  • Schrijf op wat je voelt. In een dagboek, bijvoorbeeld. Stel je het steeds uit om met iemand te gaan praten? Of durf je niet om hulp te vragen bij een organisatie? Probeer dan eerst te bedenken waarom het fijn kan zijn om dat wel te doen. Als je het lastig vindt om iemand aan te spreken, dan kan het helpen om eerst een berichtje te sturen.
  • Kijk of je af en toe (iemands) hond uit kunt laten. Het is gezellig en je hebt snel aanspraak.
  • Doe vrijwilligerswerk. Je maakt contact en je voelt je goed over jezelf. Op vrijwilligerswerk.nl staan verschillende keuzetests aan de hand waarvan je kan bepalen wat bij je past
  • Zoek een hobby. Hoe vermaak jij je op je vrije dagen? Heb je leuke dingen om naar uit te kijken of verveel je jezelf vaak? Zorg dat je iets hebt om naar uit te kijken. Wat vind je leuk? Denk aan een sport of hobby. Misschien kun je jezelf aanmelden bij een vereniging. 
  • Voor jongeren: sluit je aan bij de Join Us community. Dit is een online community voor jongeren die zich weleens eenzaam voelen en graag nieuwe mensen willen ontmoeten. Of gewoon even een online praatje willen maken.
  • Voor ouderen: bekijk het aanbod van het Ouderenfonds. Daar kun je meedoen aan activiteiten in de buurt, zoals uitstapjes, een brei- of sportclub, of leren omgaan met internet.
  • Meld je aan bij een maatjesproject. Hierbij word je gekoppeld aan een ‘maatje’, meestal een vrijwilliger, met wie je samen iets leuks kunt gaan doen of mee kunt praten. Een voorbeeld van een maatjesproject is maatjesgezocht.nl van het Oranje fonds.
  • Luister naar de verhalen van anderen. In deze podcasts hoor je bijvoorbeeld hoe jongeren omgaan met eenzaamheid.

Welke websites en organisaties kunnen je helpen?

Kun je meer hulp gebruiken?

Maakt de eenzaamheid je verdrietig en somber? Slaap je er slecht van of heb je veel buikpijn? Het zijn allemaal redenen dat het tijd is om hulp te zoeken. Maak een afspraak met de huisarts en vertel wat er aan de hand is. Je huisarts kan je dan doorsturen naar bijvoorbeeld een psycholoog.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.

Eerstelijns psycholoog

Als je psychische klachten hebt kun je door de huisarts doorverwezen worden naar een eerstelijns psycholoog.

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Dwangstoornis (OCS/OCD)

Veel mensen hebben weleens een gedachte die blijft terugkomen. Bij een dwangstoornis komen deze gedachten of handelingen steeds terug en heb je er last van in het dagelijks leven. Hier lees je wat een dwangstoornis is en wat kan helpen.

Vrouw zit met een mok op de bank in een rustige woonkamer

In het kort

  • Bij een dwangstoornis heb je last van dwanggedachten, dwanghandelingen of allebei. Het heeft invloed op je dagelijkse leven.
  • Dwanggedachten zijn gedachten die steeds terugkomen en vaak angst of onrust geven.
  • Dwanghandelingen zijn dingen die je steeds opnieuw doet, bijvoorbeeld controleren, wassen, ordenen, tellen of bidden.
  • Dit kan je verder helpen:
    • Praat erover met iemand die je vertrouwt.
    • Zorg voor voldoende ontspanning.
    • Blijf oefenen met situaties die spanning geven.
  • Heb je veel last van dwanggedachten of dwanghandelingen? Bespreek dit dan met je huisarts. Er zijn behandelingen voor een dwangstoornis.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is een dwangstoornis?

Een dwangstoornis noemen we ook wel een obsessief-compulsieve stoornis (OCS, of in het Engels: OCD). Bij een dwangstoornis heb je last van dwanggedachten en/of dwanghandelingen.

Dwanggedachten zijn gedachten die steeds terugkomen. Vaak maken deze gedachten je bang of onrustig. Om de spanning minder te maken, voer je steeds bepaalde handelingen uit. Dit noemen we dwanghandelingen. Voorbeelden zijn vaak je handen wassen, dingen controleren, spullen rechtzetten, bidden of bepaalde getallen of kleuren vermijden.

Bij een dwangstoornis heb je veel last van de gedachten of handelingen en hebben ze invloed op je dagelijkse leven.

Wat zijn symptomen van een dwangstoornis?

Bij een dwangstoornis kun je last hebben van dwanggedachten én dwanghandelingen. Maar het kan ook zo zijn dat je alleen last hebt van dwanggedachten, of alleen van dwanghandelingen.

Hoe herken je dwanggedachten?

Als je steeds weer dezelfde storende gedachten hebt, heb je misschien last van dwanggedachten. De gedachten komen steeds weer terug. Vaak hebben deze gedachten te maken met angst. Je bent bijvoorbeeld bang om besmet te raken door bacteriën en daardoor ziek wordt. Of je denkt dat er iets vreselijks gaat gebeuren als je iets niet controleert, of als je iets niet op een bepaalde manier doet. 

Je probeert te doen alsof ze er niet zijn, maar de gedachten blijven opkomen. Ze gaan bijvoorbeeld over: 

  • Ziektes  
  • Vuil  
  • Fouten maken met vreselijke afloop  
  • Agressie  
  • Seks  
  • God en godsdienst  

Hoe herken je dwanghandelingen?

Als je van jezelf steeds dezelfde dingen moet doen, kan er sprake zijn van dwanghandelingen. Dit zijn handelingen die je steeds opnieuw doet. Vaak doe je dit omdat je denkt dat je daarmee voorkomt dat er iets vervelends gebeurt.

Je doet alles steeds op dezelfde manier of in dezelfde volgorde. Dit kun je ook in je hoofd doen, door dingen te tellen of steeds te bidden. Maar sommige dwanghandelingen vinden niet alleen in je hoofd plaats. Je controleert bijvoorbeeld heel vaak achter elkaar of de deur goed dicht is, blijft je handen wassen, zet de hele tijd spullen recht of vermijd bepaalde getallen.

Hieronder lees je de meest voorkomende dwanghandelingen:

  • Dingen controleren  
  • Schoonmaken en wassen  
  • Dingen ordenen  
  • Vaak bidden  
  • Spullen verzamelen  

Soms heb je er een tijd minder last van. Ook kunnen de klachten veranderen. 

Wat zijn oorzaken van een dwangstoornis?

Hoe een dwangstoornis ontstaat, is niet helemaal duidelijk. Er zijn wel een paar dingen die het risico op een dwangstoornis kunnen vergroten:  

  • Het lijkt erop dat een dwangstoornis erfelijk is. In sommige families komt het vaker voor. Heeft iemand in jouw familie een dwangstoornis, dan is de kans groter dat jij dit ook ontwikkelt. 
  • De omgeving waarin iemand opgroeit kan bijdragen aan een dwangstoornis. Bijvoorbeeld als er veel stress of onzekerheid is. Of als er veel nadruk ligt op controle, verantwoordelijkheid of het voorkomen van fouten.
  • Mensen met een dwangstoornis hebben vaak ook een andere psychische aandoening. Of hebben die eerder een keer gehad (bijvoorbeeld een depressie).  
  • Een dwangstoornis kan ontstaan door een lichamelijke ziekte, het gebruik van drugs of sommige medicijnen.  
  • Een levensgebeurtenis kan zorgen voor een dwangstoornis. Seksueel misbruik, het overlijden van een dierbare, een zwangerschap of een scheiding bijvoorbeeld.  

Gemiddeld ontstaat een dwangstoornis rond het 20ste jaar, maar het kan ook eerder of later ontstaan. Een dwangstoornis kan op alle leeftijden voorkomen. 

Wat kun je doen bij een dwangstoornis?

 Als je een dwangstoornis hebt, kan dit gevolgen hebben voor school, je werk, vriendschappen en andere relaties. Deze adviezen helpen je:   

  • Lees en leer zoveel mogelijk. Hoe meer je weet over je dwangstoornis, hoe beter je het aan anderen uit kan leggen. Ook weet je dan precies wat er met je gebeurt en waarom.  
  • Praat erover met iemand die je vertrouwt. Overleg samen hoe je omgaat met de dwangstoornis.  Je mag zelf weten wat je aan anderen vertelt. Als je bijvoorbeeld op school of op je werk niet het hele verhaalt wil vertellen, dan hoeft dat ook niet.
  • Volg een cursus of training. Voor lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen voor jongeren, volwassenen en ouderen. Kijk bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, of via je huisarts. Ook bij de Angst, Dwang en Fobie Stichting kun je terecht voor trainingen en voor lotgenotencontact.  
  • Blijf zoveel mogelijk alles doen. Ook de dingen die je spannend vindt. Door je bloot te stellen aan de angst, wordt de angst vaak minder.
  • Zorg voor structuur en regelmaat in je dagen. Neem de tijd om te ontdekken wat haalbaar voor je is.  
  • Zorg voor voldoende beweging. Bijvoorbeeld fietsen, wandelen, zwemmen of tuinieren. Vind iets wat bij je past.  
  • Probeer zo veel mogelijk te ontspannen. Ontspanning helpt om stress te verminderen. Daardoor kun je beter omgaan met spanning en kunnen dwanggedachten en dwanghandelingen minder sterk worden. Je kunt bijvoorbeeld mediteren, ademhalingsoefeningen doen, wandelen in de natuur, lezen of even praten met een vriend of vriendin.  
  • Houd een dagboek bij.  
    • Schrijf hierin op welke dwanggedachten en/of dwanghandelingen je hebt en hoeveel tijd je eraan besteedt.  
    • Schrijf ook op wat er precies gebeurt op zo’n moment. Waar denk je aan? Waar ben je bang voor? Hoe groot is de angst? Wat voel je? En wat doe je dan? 
    • Maak een volgorde van makkelijke situaties tot aan moeilijke situaties, waarbij je de dwanggedachten en/of dwanghandelingen hebt. Begin met een makkelijke situatie en bedenk een haalbaar doel. Een voorbeeld hiervan is: in plaats van 10 keer controleren of de deur echt dicht is, controleer ik 5 keer of de deur echt dicht is.  
    • Schrijf een gedachte op die je gerust kan stellen op een angstig moment. Denk bijvoorbeeld na over hoe groot de kans is dat jouw dwanghandeling echt voorkomt waar je bang voor bent. Of ga na in welke situaties je geen last hebt van een dwanggedachte en/of dwanghandeling.

Wanneer heb je hulp nodig?

Het kan goed zijn om hulp te zoeken als dwanggedachten of dwanghandelingen je bezighouden. Dat kan ook als je er nog niet heel veel last van hebt.

De eerste stap is vaak de huisarts. De huisarts kijkt samen met jou wat er aan de hand is en welke hulp bij je past. Een dwangstoornis is namelijk goed te behandelen. Klachten van een dwangstoornis kunnen minder worden. Of je kunt er beter mee omgaan.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Angst en paniek

Angst voel je bij dreigend gevaar. Maar soms is er geen direct gevaar en kun je je toch angstig voelen.

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat onze gedachten, gevoelens en gedrag invloed hebben op elkaar.

Winterdip of winterdepressie

In de herfst en winter voelen veel mensen zich sneller moe, wat meer somber en hebben ze minder zin om iets te doen. Meestal gaat zo’n dip vanzelf weer over. Als de klachten ernstig zijn en ieder jaar terugkomen, kan het een winterdepressie zijn.

Persoon zit alleen op een bankje bij een laagstaande winterzon tussen de bomen.

In het kort

  • Een winterdip is een periode waarin je je in de herfst of winter minder fit of vrolijk voelt dan normaal. Het komt bij veel mensen voor en is meestal tijdelijk.
  • Je kunt bijvoorbeeld meer slapen, minder zin hebben om dingen te doen en je somber of prikkelbaar voelen. Het lukt meestal nog wel om je dagelijkse dingen te doen.
  • Bij een winterdepressie zijn de klachten heel erg en komen ze elk jaar terug. Het lukt niet goed om je dagelijkse dingen te doen.
  • Dit kan helpen:
    • Probeer overdag veel naar buiten te gaan.
    • Blijf zoveel mogelijk bewegen.
    • Zorg voor een vast dagritme.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat zijn een winterdip en een winterdepressie?

  • Bij een winterdip voel je je in de herfst of winter minder fit en vrolijk dan normaal. Ook kun je meer moe zijn en minder zin hebben om dingen te doen. Meestal kun je je dagelijkse dingen wel nog goed doen, zoals werken of zorgen voor je gezin.
  • Bij een winterdepressie zijn de klachten zo erg dat je je dagelijkse dingen (bijna) niet meer kunt doen. Dingen als uit bed komen of douchen kunnen veel moeite kosten.

Het verschil tussen een winterdip en een winterdepressie zit vooral in hoe erg de klachten zijn en hoelang ze duren.

Hoe verschilt een winterdepressie van andere vormen van depressie?

De oorzaak van winterdepressie is anders dan andere vormen van depressie. Een winterdepressie is seizoensgebonden. Het begint in het najaar of winter. Het gaat vanzelf weer over in het voorjaar.

Wel kunnen de klachten bij een winterdepressie hetzelfde zijn als bij andere vormen van depressie.

Hoe herken je een winterdip?

Bij een winterdip kun je in de herfst of winter last hebben van de volgende dingen:

  • Je blijft moe en dit gaat niet over
  • Je wordt niet uitgerust wakker, ook al heb je veel geslapen
  • Je wilt meer slapen
  • Je voelt je somber
  • Je hebt problemen met je concentratie
  • Je hebt nergens zin in
  • Je bent snel boos en geïrriteerd
  • Je hebt meer zin in eten

Bij een winterdip kun je meestal nog blijven werken, studeren, zorgen voor anderen en andere dagelijkse dingen doen. Het kost wat meer moeite, maar het lukt wel.

Hoe ontstaat een winterdip?

De precieze oorzaak van een winterdip of winterdepressie is niet helemaal bekend. Waarschijnlijk ontstaat een winterdip of winterdepressie doordat er minder daglicht is. In de herfst en winter zijn de dagen korter en is het licht minder sterk.

Dit heeft invloed op je ‘biologische klok’. Je biologische klok bepaalt je dagelijkse ritme. Bijvoorbeeld wanneer het tijd is om te gaan slapen. Een stofje dat daarbij helpt is melatonine. Dat is een hormoon waardoor je je slaperig gaat voelen. Als je minder daglicht krijgt, heb je meer melatonine. In de winter is er te weinig licht en blijft je lichaam overdag ook melatonine aanmaken. Daardoor kun je je overdag ook meer slaperig, moe en somber voelen.

Het kan ook zijn dat je gevoelig bent voor een verandering van het seizoen. Dan reageer je sterker op de overgang van donkere en kortere dagen dan anderen.

Wat helpt bij een winterdip en winterdepressie?

Hieronder lees je tips die kunnen helpen bij een winterdip. Ook kunnen deze tips een winterdepressie helpen voorkomen.

  • Ga zoveel mogelijk naar buiten. Probeer overdag zoveel mogelijk natuurlijk licht mee te pakken. Maak bijvoorbeeld een ochtendwandeling, (bijvoorbeeld met de app ‘Ommetje’). Of ga met de fiets naar je werk in plaats van met de auto als dat lukt.
  • Beweeg zoveel mogelijk. Van bewegen krijg je energie. Daarnaast kan je beter slapen wanneer je genoeg beweegt. Wil je extra effect? Beweeg dan buiten! Dan krijg je ook nog een beetje daglicht.
  • Zorg dat je genoeg vitamine D binnenkrijgt. Zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. In de winter maakt je lichaam minder vitamine D aan, omdat er minder zonlicht is. Vitamine D zit ook in voeding. Eet daarom gezond en gevarieerd volgens de Schijf van Vijf en ga overdag naar buiten. De meeste mensen hebben dan voldoende voorraad vitamine D om de winter door te komen. Sommige mensen hebben extra vitamine D nodig. Op de website van het Voedingscentrum lees je voor wie extra vitamine D wordt aangeraden.
  • Zorg voor licht in je huis en op je werk. Probeer overdag zoveel mogelijk licht in je huis te laten schijnen. Als je vanuit huis werkt, zet dan je bureau of werkplek bij het raam waar het licht naar binnen valt.
  • Houd een vast dagritme aan. Sta ongeveer op dezelfde tijd op en ga rond dezelfde tijd naar bed.
  • Plan activiteiten waar je je op kunt verheugen. Ook als je er minder zin in hebt. Maak een uitstapje met vrienden of familie, hou een spelletjesavond of geef jezelf een klein cadeautje.
  • Blijf contact zoeken. Spreek af met vrienden, familie of andere mensen die belangrijk voor je zijn.
  • Zorg voor genoeg slaap. Als je goed slaapt, heeft dat een positief effect op hoe je je voelt. Zorg voor een vast ritme en dat je genoeg uren slaapt. De meeste mensen hebben ongeveer 7 uur tot 9 uur slaap nodig.
  • Probeer positief te blijven. Schrijf elke dag 3 dingen op waar je van geniet, ook al zijn het kleine dingen. Een complimentje dat je hebt gekregen of een heerlijke maaltijd die je hebt gegeten.
  • Let op veranderingen in je stemming. Houd in de gaten of je klachten ieder jaar in dezelfde periode terugkomen.
  • Neem aanhoudende klachten serieus. Als je je steeds somberder voelt of minder goed je dagelijkse dingen kunt doen, bespreek dit dan met je huisarts.

Bij een winterdepressie kan lichttherapie helpen. Daarbij zit je elke dag een tijdje voor een speciale, sterke lamp. Het licht kan helpen om je biologische klok weer beter af te stemmen en kan daardoor invloed hebben op slaap, energie en stemming.

Op Thuisarts.nl lees je meer over lichttherapie

Hoe herken je een winterdepressie?

Je hebt een winterdepressie als er sprake is van de punten hieronder.

  • Je hebt tenminste twee weken lang bijna elke dag last van 5 of meer symptomen van een depressie. Hieronder lees je welke symptomen bij een depressie horen.
  • De symptomen beginnen in het najaar of in de winter. In het voorjaar gaan deze vanzelf weer over.
  • Je hebt tenminste 2 jaar achter elkaar in het najaar of de winter last van de symptomen.

Symptomen van een depressie

Kernsymptomen:

  • Je voelt je somber
  • Je hebt (bijna) nergens meer zin of plezier in

Andere symptomen:

  • Je voelt je schuldig, niet nodig of waardeloos
  • Je bent snel onrustig en geïrriteerd. Of je bent traag en sloom
  • Je kan minder goed je aandacht ergens bij houden. Of je vindt het moeilijk om keuzes te maken
  • Je eetpatroon is in de war. Je eet minder of juist meer, of je gewicht verandert
  • Je voelt je moe en hebt minder energie
  • Je slaapt slecht of juist heel veel
  • Je vindt het leven zwaar. Je hebt veel gedachtes over de dood of zelfdoding

Als je sombere gevoel niet overgaat in de lente, dan heb je misschien een andere vorm van depressie. Doe de depressietest om te ontdekken of er meer aan de hand is. En maak een afspraak bij je huisarts.

Waar vind je hulp bij een winterdepressie?

De huisarts kan samen met jou bepalen of je een winterdepressie hebt. Je bespreekt wat jou kan helpen. Bijvoorbeeld lichttherapie. Je kunt ook een verwijzing krijgen naar de praktijkondersteuner (POH-GGZ) of een psycholoog.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.

POH-GGZ

Een POH-GGZ werkt binnen de huisartsenpraktijk en begeleidt mensen met lichte psychische klachten.

Werkdruk en werkstress

Werken kan je energie en een tevreden gevoel geven. Maar als de druk te hoog is en te lang duurt, kan je daar last van krijgen. Hoe merk je of je werkstress hebt? En wat kun je doen? Je leest het hier.

Collega’s in gesprek tijdens een overleg op kantoor.

In het kort

  • Je werkdruk is onder andere gezond als je je goed voelt als je werkt en je goed kunt presteren.
  • Werkdruk hangt af van je taken en de eisen die er aan je gesteld worden. Met werkstress bedoelen we de reactie die je op die druk hebt.
  • Werkstress herken je aan verschillende klachten en problemen, zoals moeheid, piekeren en slecht slapen. Ook kun je meer fouten maken op werk, werk niet afkrijgen of te laat komen.
  • Je kunt werkstress verminderen of voorkomen:
    • Praat erover met je leidinggevende of collega’s.
    • Neem regelmatig pauze.
    • Zorg voor overzicht in je taken en maak duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat zijn werkdruk en werkstress?

De termen werkstress en werkdruk worden soms door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde.

Werkdruk gaat over de eisen die het werk aan je stelt. Denk aan de hoeveelheid taken die je moet doen, de tijd die je daarvoor hebt en hoe ingewikkeld de taken zijn. Een gezonde werkdruk is juist fijn: een uitdagende klus of een drukke periode kan juist motiveren en ervoor zorgen dat je met plezier aan het werk bent.

Een gezonde werkdruk kun je herkennen aan:

  • De hoeveelheid taken die passen bij wat je aankunt
  • De meeste taken die je doet passen bij wat je leuk vindt en wat je (goed) kan
  • Je werk geeft een tevreden gevoel
  • Je bent gemotiveerd om te werken
  • Je hebt genoeg tijd voor pauzes en je kunt goed herstellen na drukke tijden
  • Je hebt invloed op hoe je je werk doet of indeelt
  • Je hebt genoeg tijd en energie voor dingen die je leuk of belangrijk vindt buiten werk

Als de werkdruk te hoog wordt en te lang duurt kun je klachten krijgen. Bijvoorbeeld als je altijd te veel werk hebt, geen pauzes neemt of nauwelijks kunt herstellen.

Bij werkstress gaat het juist om de reactie op onder andere de werkdruk. Het is een gevoel dat je kan hebben doordat je werkdruk ervaart. Werkstress kan dus een gevolg zijn van een hoge werkdruk.

Werkdruk en werkstress kunnen dus met elkaar te maken hebben, maar dat hoeft niet. Werkstress kan namelijk ook ontstaan door dingen die niet te maken hebben met je werk.

Wat merk je als je te hoge werkdruk of werkstress hebt?

Vaak begint het met lichte klachten. Je bent bijvoorbeeld meer moe dan normaal, je slaapt wat slechter of je hebt hoofdpijn. Als de werkdruk te hoog blijft en je werkstress hebt, worden de klachten steeds erger. Je kunt lichamelijke en psychische klachten krijgen. Ook merk je dat je je anders gaat gedragen.

  • Moeheid
  • Hoofdpijn
  • Hartkloppingen
  • Pijn in nek, schouders, rug of spieren
  • Hoge bloeddruk
  • Sneller ziek (minder goede weerstand)
  • Pijn in je lichaam

  • Veel piekeren
  • Gespannen of onrustig voelen
  • Emotioneel zijn
  • Snel geïrriteerd raken
  • Somberheid
  • Moeite met concentreren
  • Geen overzicht meer hebben
  • Nergens zin in

  • Meer fouten maken
  • Werk niet afkrijgen
  • Nog harder gaan werken
  • Slecht slapen
  • Meer alcohol drinken
  • Veel klagen over werk
  • Je terugtrekken van collega’s
  • Vaker ziekmelden
  • Te laat komen

Blijven deze klachten bestaan, dan kunnen ze uiteindelijk leiden tot een burn-out of depressie. Wil je testen of je (te veel) werkstress hebt? Doe dan de test op ArboNed.

Wat zijn de oorzaken van werkstress?

Werkstress ontstaat meestal niet door één ding maar door meerdere dingen. Die oorzaken kunnen met werk te maken hebben, maar dat hoeft niet. Jouw persoonlijke eigenschappen spelen ook een rol.

  • Een te hoge werkdruk
  • Onduidelijkheid over taken of rollen
  • Hoge verwachtingen van jezelf of anderen
  • Veranderingen binnen het bedrijf, zoals een reorganisatie
  • Te veel of juist te weinig zelfstandigheid
  • Meningsverschillen met collega’s of leidinggevenden
  • Ongewenst gedrag, agressie of bedreigingen
  • Geen waardering krijgen voor je werk
  • Onzekerheid over je baan

  • Moeite hebben met ‘nee’ zeggen
  • Alles perfect willen doen (perfectionisme)
  • Groot verantwoordelijkheidsgevoel
  • Hard werken en altijd willen doorzetten
  • Betrokkenheid en trouw
  • Veel taken tegelijk oppakken

Ook gebeurtenissen in je privéleven kunnen zorgen voor werkstress. Denk aan relatieproblemen, een verhuizing, zorgen over geld of je gezondheid. Juist de combinatie van werk en privé kan zorgen voor werkstress.

Het helpt als je klachten op tijd herkent. Dan kun je er iets aan doen voordat de stress erger wordt of leidt tot andere klachten, zoals een burn-out.

Dit kun je doen:

  • Praat over werkstress met je leidinggevende of collega’s
  • Zorg voor overzicht in je taken en maak duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden
  • Plan één taak tegelijk in en doe niet te veel taken op één dag
  • Neem regelmatig pauze
  • Beweeg meer en zorg voor genoeg slaap
  • Maak tijd voor leuke dingen
  • Leer je grenzen aangeven en zeg vaker ‘nee’ tegen activiteiten
  • Bepaal welke werkzaamheden je energie geven en of je daar meer van kunt doen
  • Eet gezond en gebruik geen alcohol of drugs

Wanneer is hulp nodig?

Blijven de klachten ondanks deze tips bestaan of nemen ze toe? Wacht dan niet te lang met hulp zoeken. Bespreek je klachten bijvoorbeeld met je huisarts, bedrijfsarts, leidinggevende of een vertrouwenspersoon.

Als werkstress lang duurt kan dit leiden tot een burn-out of depressie.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Bedrijfsarts

Als je om gezondheidsredenen je werk niet (zo goed) kan doen als gebruikelijk, kun je terecht bij de bedrijfsarts.

Burn-out

Als je veel spanning hebt waarvan je niet kunt herstellen, kan dit overgaan in overspannenheid of een burn-out. Wat kun je doen?

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Burn-out

Sommige gebeurtenissen of problemen kunnen je een heel gespannen gevoel geven. Meestal gaat die spanning weer weg. Maar als de spanning lang blijft of er veel tegelijk gebeurt, kun je overspannen raken. Als je dan niet goed herstelt, kun je een burn-out krijgen.

Vijf personen met batterij-iconen die laten zien dat hun energieniveau verschilt van bijna leeg tot vol.

In het kort

  • De meeste mensen ervaren wel eens spanning. Bijvoorbeeld door drukte op werk, relatieproblemen of de zorg voor iemand anders. Vaak wordt de spanning weer minder.
  • Als je te veel spanning hebt en er niet van herstelt, kun je overspannen raken.
  • Je bent dan bijvoorbeeld erg moe, prikkelbaar en je hebt moeite met dingen onthouden.
  • Als je overspannen bent, bedenk dan waar de spanning vandaan komt. Denk na over wat jou zou helpen en praat erover.
  • Als de klachten lang blijven, kan overspanning overgaan in een burn-out.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat is overspannenheid?

Overspannenheid betekent dat je veel stress of spanning hebt. De spanning is zo groot dat het niet meer goed lukt om ermee om te gaan. Je hebt het gevoel dat je geen overzicht meer hebt en je grip op de situatie verliest. Hierdoor lukt het minder goed om je dagelijkse dingen te doen. Bijvoorbeeld op het werk, op school of thuis.

Als je overspannen bent, heb je last van onderstaande klachten. Twijfel je of je overspannen bent? Maak dan een afspraak met je huisarts om te bepalen of je overspannen bent.

  1. Je hebt tenminste 3 van deze spanningsklachten:
  • Je bent erg moe
  • Je slaapt slecht
  • Je bent prikkelbaar
  • Je kunt niet tegen drukte en/of lawaai
  • Je bent emotioneler dan normaal
  • Je piekert veel
  • Je voelt je opgejaagd
  • Je hebt moeite met concentreren en dingen onthouden
  1. Je hebt het gevoel dat je geen controle meer hebt. Je voelt bijvoorbeeld dat je geen overzicht hebt en geen grip hebt op de situatie. Je voelt je machteloos.
  2. Je hebt moeite met dagelijkse bezigheden. Je vindt het bijvoorbeeld lastig om taken op het werk af te ronden, je studie bij te houden, of het huishouden te doen.

Ook kun je lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, hartkloppingen, duizeligheid en buikpijn krijgen als je overspannen bent.

Het helpt als je overspanning vroeg herkent. Het is bijvoorbeeld een belangrijke oorzaak van werkverzuim. Dit betekent dat je niet kunt werken omdat je overspannen bent.

Volgens ArboNed blijkt dat ongeveer 30% van de werknemers voor langere tijd uitvalt door stress en overspanning. Daarnaast kan overspanning overgaan in een burn-out.

Hoe ontstaat overspannenheid?

Overspannenheid ontstaat als je lange tijd veel stress hebt en daar niet genoeg van herstelt. Meestal is het niet één ding wat stress geeft, maar meerdere dingen. Jouw persoonlijke situatie, heftige gebeurtenissen, je eigenschappen en je leefstijl spelen vaak een belangrijke rol bij het ontstaan van overspanning. Meestal is het een combinatie van deze dingen.

  • Je hebt te veel taken of er wordt te veel van je verwacht
  • Je hebt veel zorgtaken. Bijvoorbeeld voor het gezin of als mantelzorger
  • Je moet de hele tijd bereikbaar zijn
  • Je hebt weinig invloed op je eigen werk of leven (‘geleefd worden’)
  • Je hebt conflicten op werk, met je partner, familieleden of vrienden
  • Je bent onzeker over bijvoorbeeld je baan of relatie

  • Je bent je baan verloren
  • Je hebt een ernstig ongeluk gehad of bent ernstig ziek (geweest)
  • Je hebt iets traumatisch meegemaakt
  • Je bent een dierbare verloren
  • Je relatie is uitgegaan

  • Je stelt erg hoge eisen aan jezelf, of je bent perfectionistisch
  • Je vindt het moeilijk om ‘nee’ te zeggen
  • Je wil altijd anderen helpen, ook als dat ten koste gaat van jezelf
  • Je vindt het moeilijk om met conflict of ruzie om te gaan

  • Je slaapt te weinig
  • Je ontspant te weinig
  • Je eet ongezond
  • Je beweegt te weinig
  • Je drinkt veel cafeïne (of gebruikt andere middelen) om de dag door te komen

Wat helpt bij overspannenheid?

Er zijn verschillende dingen je zelf kunt doen om te herstellen van overspanning. Het herstel bestaat vaak uit drie fasen.

Fase 1: Accepteer dat je overspannen bent en neem rust

In de eerste fase probeer je meer rust en overzicht te krijgen. Je kijkt wat je wel en niet kunt doen. Deze fase duurt gemiddeld 3 weken.

De volgende oefeningen en tips helpen:

  • Praat erover. Bijvoorbeeld met de huisarts, bedrijfsarts of iemand uit je omgeving. Wil je liever je verhaal anoniem kwijt? Of wil je weten waar je nog meer terecht kunt? Dan kun je bellen, chatten of mailen met onze deskundige medewerkers.
  • Zorg voor voldoende ontspanning. Ga naar buiten, mediteer, kijk een film of ga schilderen. Of, neem elke dag ‘een uur vakantie.’ Dit betekent dat je elke dag een uur iets doet waar je door ontspant of blij van wordt.
  • Doe één ding tegelijk. Lees een boek óf kijk tv maar doe het niet tegelijk. Laat je niet te veel afleiden door je telefoon. Leg die bijvoorbeeld een uurtje in een lade als je een boek aan het lezen bent.
  • Kijk welke activiteiten je kunt blijven doen en welke niet. Bespreek dit ook met de mensen in je omgeving. Waarschijnlijk zul je tegen sommige activiteiten ‘nee’ moeten zeggen. Vind je dit lastig? De oefening ‘Zeg nee!’ helpt je erbij.
  • Schrijf je gedachten en gevoelens op. Dit geeft je een overzicht van momenten wanneer je stress ervaart, wat je erbij voelt en denkt, en wat je ermee doet.
  • Krijg grip op je piekergedachten. Kies bijvoorbeeld voor een dagelijks piekermoment en probeer het daarna los te laten. Hier vind je tips om minder te piekeren.
  • Zorg goed voor jezelf. Probeer voldoende te blijven bewegen, eet gezond, slaap genoeg en zorg voor een goed dagritme.

Fase 2: Kijk waar de spanning vandaan komt en wat je nodig hebt

Schrijf op welke dingen jou veel spanning geven. Kijk daarna wat oplossingen zijn om de spanningen te verminderen. Deze fase duurt gemiddeld 3 tot 6 weken.

Wat zijn de oorzaken? Schrijf ze op.

  • Vraag jezelf bijvoorbeeld: welke hebben voor overspanning gezorgd? Wilde je bijvoorbeeld te veel tegelijk doen? Voelde je ergens een grote verplichting voor? Er kunnen één of meerdere oorzaken zijn, die op meerdere gebieden een rol spelen. Bijvoorbeeld op werk, thuis of in je sociale leven.
  • Praat over deze oorzaken. Praat over de oorzaken die voor de overspanning hebben gezorgd. Dat kan met een partner, familielid, vriend(in), huisarts of arboarts.

Hoe kun je dit oplossen? Bekijk wat je nodig hebt.

  • Bekijk welke oorzaken veel invloed hebben op de stress die je ervaart.
  • Kijk wat je kunt veranderen. Niet alles kun je oplossen. Soms helpt het om te kijken hoe je anders met een moeilijke situatie om kunt gaan, in plaats van dat je het kan veranderen.
  • Bedenk wat er moet gebeuren om de oorzaken aan te pakken. Of bekijk hoe je om kunt gaan met de stress die je door de oorzaken ervaart. ‘Wat heb je hiervoor nodig?’ en ‘Wie kan je hierbij helpen?’ zijn vragen die je jezelf kunt stellen.
  • Kijk naar dingen die je in het verleden hebt opgelost. Hoe heb je dit aangepakt? Wat werkte hierbij goed voor jou? Neem dit mee.
  • Denk na over wat jou gelukkig maakt en wat je energie geeft. Ook dit kun je meenemen als onderdeel van de oplossing(en).

Fase 3: Voer de bedachte oplossingen uit

In de laatste fase ga je aan de slag met de oplossingen die je hebt bedacht. Begin klein en kijk wat helpt. Als het beter gaat, kun je langzaam meer doen. Je merkt dat je je beter gaat voelen.

Wat is het verschil tussen overspannenheid en burn-out?

De termen overspannen en burn-out worden vaak door elkaar gehaald, maar betekenen niet hetzelfde. Dit zijn de verschillen tussen overspanning en een burn-out:

  1. Bij een burn-out spelen spanningsklachten voor een langere tijd. Bij een burn-out moeten die klachten minstens zes maanden aanwezig zijn.
  2. Bij een burn-out ervaar je meer mentale moeheid dan bij overspanning. Dit houdt in dat je het nog lastiger vindt om je aandacht erbij te houden en je te concentreren.
  3. Bij een burn-out voel je je lichamelijk en geestelijk vermoeid en uitgeput. Je voelt je letterlijk ‘opgebrand’. Zelfs de kleinste dagelijkse taken kunnen al te veel zijn. Burn-out is een meer heftige vorm van overspannenheid.

Het helpt als je overspannenheid vroeg herkent. Overspanning kan namelijk overgaan in een burn-out. Bij een burn-out duurt het langer om te herstellen.

Als overspanning lang duurt en je niet genoeg herstelt, kan een burn-out ontstaan. Je raakt dan steeds meer uitgeput.

Symptomen van een burn-out

Bij een burn-out heb je minstens zes maanden last van het volgende:

Je hebt 3 of meer spanningsklachtenGebaseerd op de NHG-Standaard ‘Overspanning en burn-out‘ (Nederlands Huisartsen Genootschap, 2018), zoals:

  • Je voelt je lichamelijk moe
  • Je voelt je geestelijk moe. Je hebt moeite om je aandacht erbij te houden en/of dingen te onthouden.
  • Je bent prikkelbaar. Je wordt snel geïrriteerd, boos of gefrustreerd op kleine dingen of situaties.
  • Je piekert veel
  • Je huilt snel
  • Je kunt niet tegen drukte of lawaai
  • Je voelt je onrustig of gejaagd
  • Je slaapt slecht

Het lukt niet goed om met de stress om te gaan. Hierdoor heb je het gevoel dat je machteloos bent en de controle verliest.

Ook merk je dat je je dagelijkse dingen niet meer goed kunt doen. Bijvoorbeeld op werk, studie, thuis, sport of in je sociale leven.

Depressie of burn-out?

Soms lijken de klachten van een burn-out op die van een depressie.

Toch zijn er wel verschillen tussen een burn-out en een depressie. Bij een burn-out ben je vooral heel moe. Bij een depressie voel je je vooral somber en heb je nergens zin meer in.

Denk je dat je een depressie hebt? Doe dan de depressietest. De depressietest kan je helpen je klachten beter te begrijpen.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Je hebt negatieve gedachten, voelt je somber en hebt nergens zin in. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar als het te lang duurt of de somberheid te sterk is, kan je dip een depressie worden.

Wandelaar op een bospad in warm zonlicht dat door de bomen valt.

In het kort

  • Iedereen maakt periodes mee waarin het minder goed gaat. Je kan last hebben van negatieve gedachten, verdriet en somberheid.
  • Je kan dan meer piekeren, vaker huilen, slechter slapen, of nergens zin in hebben. Vaak kun je zelf iets doen om je beter te voelen:
    • Praat erover met iemand die je vertrouwt.
    • Probeer te blijven bewegen en naar buiten te gaan.
    • Houd een vast dagritme aan.
  • Worden de klachten steeds erger of houden ze langer aan? En lukt het steeds minder goed om je dagelijkse leven te leiden? Dan kan het zijn dat je een depressie hebt.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is een dip?

Negatieve gedachten, verdriet en somberheid zijn verschillende ervaringen die met elkaar te maken kunnen hebben. Ze kunnen zorgen dat het even niet goed gaat en je je niet goed voelt. Dat noemen we een ‘dip’.

  • Negatieve gedachten zijn gedachten waarbij je vooral kijkt naar wat niet goed gaat. Ze gaan over de manier waarop je naar jezelf, andere mensen of situaties kijkt. Deze gedachten komen vaak door je ‘interne criticus’: negatieve dingen die je over jezelf of je leven denkt. Bijvoorbeeld dat je iets niet aankunt, dat je relatie heel slecht is, of dat je iets beter/sneller/slimmer had moeten doen. Iedereen denkt dat wel eens over zichzelf. Maar sommige mensen hebben die gedachten vaker of sterker dan een ander, en heeft er dus ook meer last van.
  • Verdriet ontstaat meestal door iets wat je is overkomen. Je relatie uit uitgegaan, je bent ontslagen of een dierbare is overleden.
  • Somberheid betekent dat je je langere tijd niet goed voelt. Je hebt geen of veel minder zin in dingen die je juist leuk vond om te doen of gewone dagelijkse activiteiten. Je bent dan niet vrolijk te krijgen.

Je even slecht voelen betekent niet meteen dat je een psychische aandoening hebt. Het is logisch dat je stemming verandert als je een heftige gebeurtenis meemaakt. Ook kun je even meer last hebben van negatieve gedachten. Bijvoorbeeld als je onzeker bent, kritiek hebt gekregen of stress hebt.

Soms duren deze klachten lang of worden ze erger. Je kunt dan steeds minder plezier beleven aan dingen die je normaal leuk vindt. Ook kunnen negatieve gedachten zich opstapelen. Je gaat bijvoorbeeld steeds meer aan jezelf twijfelen of verwacht vooral dat dingen mis zullen gaan. Hierdoor kun je je nog somberder gaan voelen.

Wanneer de klachten lang aanhouden en een duidelijke invloed hebben op je dagelijks leven, kan er sprake zijn van een depressie.

Wat merk je van een dip?

Hoe merk je dat je niet goed in je vel zit? Dit kunnen de kenmerken van een dip zijn:

  • Je bent verdrietig, somber of sneller emotioneel
  • Je hebt minder zin om met anderen af te spreken
  • Hobby’s en andere activiteiten geven je geen of minder plezier
  • Je denkt vaker negatief over jezelf of over situaties
  • Je piekert veel
  • Je voelt je onzeker of bent streng voor jezelf
  • Je slaapt slechter, minder of juist veel meer
  • Je hebt minder energie
  • Je voelt je heel onrustig of juist sloom
  • Je eet minder of juist meer
  • Je kunt je moeilijker concentreren of beslissingen nemen
  • Je voelt je schuldig, waardeloos of overbodig

Als de klachten erger worden kan het leven steeds zwaarder voelen. Je kunt dan gedachten krijgen dat je er niet meer wilt zijn of gedachten aan de dood en zelfdoding hebben. Dat zijn signalen om direct hulp te zoeken.

Kijk op 113 of neem contact op.

Hoe ontstaat een dip?

Soms is er één duidelijke oorzaak van verdriet, negatieve gedachten of somberheid. Je bent bijvoorbeeld iemand verloren, je relatie is uitgegaan of je hebt kritiek gekregen op je werk. Maar het kan ook zijn dat er geen duidelijke oorzaak is, of dat er meerdere oorzaken zijn.

Oorzaken kunnen zijn:

  • Een heftige gebeurtenis, zoals een verlies, relatiebreuk of ontslag
  • Problemen of ruzie met je partner, familie of vriend(en)
  • Weinig sociale steun
  • Negatieve ervaringen in het verleden of je jeugd
  • Een negatief zelfbeeld of weinig vertrouwen in jezelf
  • Lang last hebben van stress
  • Eerder een dip of depressie hebben gehad
  • Een familielid hebben die depressie heeft (gehad)
  • Een ziekte of zorgen over de gezondheid
  • Veranderingen in hormonen, zoals de overgang
  • Weinig bewegen, ongezond eten of slecht slapen
  • Alcohol drinken, roken of drugs gebruiken
  • Gevoeligheid voor stress of prikkels

Wat helpt bij een dip?

Verdriet en somberheid hebben vaak tijd nodig. Maar je kunt ook zelf wat doen om je beter te voelen. Juist wanneer je weinig zin hebt, kunnen kleine dingen al helpen.

Dit kun je doen:

  • Praat erover. Zoek iemand bij wie je je veilig voelt en vertel wat je denkt en voelt.
  • Blijf contact houden. Spreek regelmatig af met familie, vrienden of andere mensen die belangrijk voor je zijn.
  • Blijf bewegen. Ga bijvoorbeeld wandelen, fietsen of sporten. Door regelmatig te bewegen voel je je beter.
  • Houd een vast dagritme aan. Sta rond dezelfde tijd op, eet op vaste tijden en ga elke avond rond dezelfde tijd naar bed.
  • Leer van tegenslagen. Wat deed je vroeger bij tegenslag of verandering? Wat hielp toen en wat niet? Kijk hoe je je deze lessen ook nu kunt gebruiken.
  • Ga naar buiten. De zon, natuur en frisse lucht zullen je goed doen.
  • Maak tijd voor ontspanning. Kies dingen waar je rustig of blij van wordt.
  • Blijf dingen doen die je normaal leuk vindt. Begin klein als je weinig energie hebt.
  • Kijk naar je negatieve gedachten. Klopt die gedachte wel? Was het echt alleen maar slecht of gingen er ook dingen goed?
  • Bepaal zelf of je iets doet met de mening van anderen. Advies of een mening van een ander kunnen heel waardevol zijn. Zeker als het van mensen komt die het beste voor je willen. Maar je bepaalt zelf of je het ermee eens bent en of je iets met het advies of de mening wilt doen.
  • Geef jezelf tijd bij verdriet. Soms is dat alles wat er nodig is.
  • Let op veranderingen. Ga naar je huisarts als je klachten steeds erger worden, of je dagelijkse dingen niet meer kan doen.

Wanneer heb je een depressie?

Als de klachten van een dip erger worden of langer aanhouden, kan een dip overgaan in een depressie. Om je te helpen een depressie te herkennen, hebben we de symptomen (klachten) op een rij gezet.

Dit zijn de kernsymptomen van een depressie:

  • Je bent somber en/of verdrietig  
  • Je hebt minder plezier en interesse in dingen

Ook kun je last hebben van:

  • Je eet minder of juist meer, of je gewicht verandert
  • Je bent onrustig of juist traag
  • Je slaapt slecht of heel veel
  • Je bent vermoeid of hebt minder energie
  • Je kunt je slecht concentreren en/of je vindt het moeilijk om beslissingen te nemen
  • Je voelt je waardeloos, schuldig of overbodig 
  • Je vindt het leven zwaar. Je hebt veel gedachtes over de dood en zelfdoding

Je hebt een depressie als je:

  • Ten minste 1 van de 2 kernsymptomen hebt
  • In totaal ten minste vijf van bovenstaande symptomen hebt
  • De symptomen langer dan 2 weken achter elkaar hebt. En je hebt de klachten voor het grootste deel van de dag.

De klachten hebben invloed op je dagelijks leven. Je vindt het bijvoorbeeld lastiger om naar school of werk te gaan. Of je vindt het moeilijk om relaties te onderhouden.

Ben ik depressief?

Denk je dat je een depressie hebt? Doe dan de depressietest. De depressietest kan je helpen je klachten beter te begrijpen. Zoek professionele hulp als je denkt dat je een depressie hebt, bijvoorbeeld bij je huisarts.

Als je twijfelt of dit de beste weg is, kan je ook altijd eerst de Infolijn van Mentaal Vitaal bellen, chatten of mailen. De deskundige medewerkers helpen je op weg met informatie, advies en ondersteuning.

Welke soorten depressie zijn er?

Er zijn verschillende soorten depressies. Deze noemen we hieronder.

Dysthymie is een lichte depressie waarbij je ten minste 2 jaar (en voor jongeren 1 jaar) last hebt van depressieklachten. Deze klachten zijn minder sterk dan bij een ‘gewone’ depressie. Ook wisselt de ernst van de klachten. Er zijn lange periodes van sombere gevoelens en weinig plezier die afwisselen met korte periodes waarin je je wat beter voelt. De klachten blijven nooit langer weg dan twee maanden, wat betekent dat je je vaak somber voelt. Dit kan een grote invloed op je leven hebben.

Meer lezen over dysthymie

Een winterdepressie betekent dat je minstens twee jaar achter elkaar in de herfst of winter last hebt van depressieklachten. Je hebt dan dagelijks last van 5 of meer symptomen die bij een depressie horen en deze houden voor minimaal 2 weken aan. In de lente verdwijnen de klachten weer.

Sommige vrouwen ontwikkelen enkele weken of maanden na de bevalling een depressie. We noemen dit een postpartum depressie. De symptomen van een postpartum depressie zijn meestal dezelfde klachten als die bij een depressie horen. Het verschil is dat een postpartum depressie te maken heeft met de zwangerschap of de bevalling.

Iemand met een bipolaire stoornis is soms heel erg vrolijk en energiek, en op andere momenten depressief. Tijdens de depressieve periode voel je je neerslachtig en somber. Deze periode is vaak langer dan de periode waarin je je goed voelt.

Wat zijn de oorzaken van een depressie?

Een depressie heeft veel verschillende oorzaken. En die zijn bij iedereen weer anders. Wel is bekend dat het vaak gaat om een combinatie van biologische, psychische en sociale factoren.

De oorzaken hieronder geven meer risico op een depressie:

  • Iemand in je familie (zoals een van je ouders) is depressief (geweest)
  • Je hebt als vrouw meer kans op een depressie dan een man
  • Je hebt eerder een depressie gehad
  • Wisselingen in hormonen en stofjes in de hersenen (bijvoorbeeld bij zwangerschap, of in de winter)
  • Je hebt iets heftigs meegemaakt
  • Je hebt negatieve ervaringen vanuit je jeugd, zoals verlies van een dierbare of mishandeling
  • Je voelt of krijgt weinig steun van andere mensen
  • Een ongezonde manier van leven, zoals roken, alcoholgebruik, weinig bewegen en ongezond eten
  • Je hebt een laag inkomen
  • Sommige mensen zijn gevoeliger om een depressie te krijgen, bijvoorbeeld als je gevoelig bent voor prikkels
  • Je bent lichamelijk ziek. Bij kanker, een beroerte, multiple sclerose, reuma of de ziekte van Parkinson is depressie vaak een bijkomend symptoom

Wat kun je doen bij een depressie?

De tips hierboven kunnen ook helpen bij een depressie. Daarnaast kun je:


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Bipolaire stoornis

Iemand met een bipolaire stoornis voelt zich een tijd heel vrolijk en vol energie, en dan weer een tijd heel depressief. Hoe herken je bipolaire stoornis? En hoe kun je ermee omgaan?

Illustratie van een persoon met twee emoties: links vrolijk in een zonnige omgeving, rechts verdrietig en huilend onder donkere wolken.

In het kort

  • Bij een bipolaire stoornis wisselen vrolijke, energieke periodes zich af met depressieve periodes
  • Tijdens een manie voel je alsof je alles aankunt. Je bent vrolijk, en hebt veel energie en veel ideeën. Tijdens een depressie voel je je juist somber, moe en leeg.
  • Dit kun je doen:
    • Leer meer over de klachten bij een bipolaire stoornis. Zo begrijp je beter wat er gebeurt.
    • Herken de signalen op tijd.
    • Praat erover met iemand die je vertrouwt.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat is een bipolaire stoornis?

Een bipolaire stoornis is een psychische aandoening waarbij heel vrolijke en heel depressieve periodes elkaar afwisselen. Het woord ‘polair’ verwijst naar de twee uitersten van de stoornis, zoals ’tegenpolen’.

Vroeger werd een bipolaire stoornis een manisch-depressieve stoornis genoemd. De ‘manie’ is de heel vrolijke en actieve kant. Dan denk je dat je alles aankunt en zit je vol energie. De ‘depressie’ de heel sombere kant. Dan heb je nergens zin in, voel je je leeg en wil je liever geen contact met mensen.

Sommige mensen hebben meer last van depressies en anderen meer van manieën. Een manische of een depressieve periode kan lang duren. Soms wel weken tot maanden.

Meestal zijn de manische periodes korter dan de depressieve periodes. Vaak herken je na een tijdje een patroon, een soort ritme. En weet je ongeveer hoelang een periode duurt.

Hoe herken je een bipolaire stoornis?

De symptomen van een bipolaire stoornis verschillen per periode. Het hangt ervan af of je een manische of depressieve periode hebt.

Een manische periode kan heel heftig zijn of juist licht. Dat verschilt per persoon. Een lichte manie wordt een hypomanie genoemd. Deze lichte vorm is soms moeilijk te herkennen, omdat het lijkt op normale opwinding en vrolijkheid.

Een heftige manie lijkt daar niet op. Je kunt ook psychotisch worden en dingen zien, denken of voelen die er niet zijn. Dat heet ook wel hallucinatie of waan.

Tijdens een manie ben je bijvoorbeeld:

  • Heel erg vrolijk of uitgelaten
  • Snel prikkelbaar of boos
  • Erg druk of onrustig
  • ’s Avonds helemaal niet moe en ‘s nachts klaarwakker
  • Veel aan het praten, bellen of e-mailen
  • Vol gedachten die alle kanten opschieten
  • Niet in staat om stil te zitten
  • De hele tijd bezig: je kunt bijna niet stoppen
  • Onoverwinnelijk: je hebt het gevoel alles aan te kunnen
  • Seksueel ongeremd of heb je meer zin in seks
  • In staat dingen te doen zonder na te denken of rekening te houden met de gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan te hard rijden of te veel geld uitgeven.

Tijdens de depressie ben je bijvoorbeeld:

  • In een sombere of geïrriteerde stemming
  • Lusteloos en heb je nergens zin in
  • Ongeïnteresseerd in school of je hobby’s
  • Moe of uitgeput
  • Emotieloos
  • Liever alleen en wil je geen contact met anderen
  • Negatief over jezelf, je hebt weinig of geen gevoel van eigenwaarde
  • Leeg: je hebt niks te zeggen
  • Aan het denken aan de dood of zelfdoding
  • Minder of juist meer gaan eten
  • Veel aan het slapen of slaap je juist slecht
  • Vroeg wakker
  • Minder geïnteresseerd in seks
  • Sneller afspraken af aan het zeggen

Hoe ontstaat een bipolaire stoornis?

Er is nog veel onbekend over de oorzaken van een bipolaire stoornis. Er zijn wel een aantal factoren die de kans dat je een bipolaire stoornis krijgt groter maakt.

Een bipolaire stoornis is voor een deel erfelijk. Dat betekent dat je meer kans hebt om het te krijgen als mensen in je familie het ook hebben. Kinderen van ouders met een bipolaire stoornis hebben een grotere kans dan andere mensen. En als je eeneiige tweelingbroer of -zus het heeft, is de kans ook groter dat je het zelf krijgt.

Als je als kind bijvoorbeeld mishandeld of verwaarloosd bent, kan je een grotere kans hebben op een bipolaire stoornis.

Wat helpt bij een bipolaire stoornis?

Deze tips helpen je verder:

  • Accepteer dat er iets aan de hand is. Dat helpt om hulp te zoeken en goed voor jezelf te zorgen.
  • Luister goed naar je lichaam. Je lichaam vertelt je wanneer je rust moet nemen. En wanneer er weer een manie of depressie aankomt. Probeer de signalen van je lichaam bij jezelf te herkennen. Dit helpt je om meer grip te krijgen.
  • Lees en leer zoveel mogelijk over een bipolaire stoornis. Als je begrijpt wat er gebeurt kun je er ook makkelijker met anderen over praten.
  • Bepaal zelf wie je wat vertelt. Het kan fijn zijn om goede vrienden of familie er alles over te vertellen. Dan kunnen ze het beter begrijpen en je helpen.
  • Schrijf op wat er gebeurt tijdens jouw manie of depressie. Dit kan je ook samen met je behandelaar, familie of vrienden doen. Misschien merk je dat je heel veel gedachten hebt. Of dat je prikkelbaar wordt, moeilijk uit bed komt of juist wakker bent midden in de nacht. Schrijf dit iedere keer op en kijk of je een patroon herkent.
  • Maak een noodplan. Maak een plan waarin staat wat er moet gebeuren als je een manische of depressieve periode hebt. Zet er ook in wie jou helpt en wat er moet gebeuren. Spreek ook af wie je kan bellen als je hulp nodig hebt. Ook in de avonden of in het weekend.
  • Praat met lotgenoten. Dit zijn mensen die ook een bipolaire stoornis hebben en misschien hetzelfde meemaken als jij.
    • Plusminus is een organisatie die je hiermee kan helpen. Ook heeft deze vereniging een forum voor volwassenen en een voor jongeren.
    • Vereniging Manisch Depressievenen en Betrokkenen: voor een persoonlijk gesprek met lotgenoten (elke dag van 11:00 tot 21:00 uur) via 0900 – 5123456 (€ 0,10 per minuut).

Wanneer heb je hulp nodig?

Het is verstandig om contact op te nemen met je huisarts als je denkt dat je misschien een bipolaire stoornis hebt. Ook als je twijfelt, of misschien niet heel heftige manische of depressieve periodes hebt.

Dit zijn signalen om hulp te zoeken:

  • Je hebt bijwerkingen van medicijnen.
  • Je voelt dat je stemming omslaat en je een manische of depressieve periode krijgt.
  • Mensen om je heen maken zich zorgen, of zeggen dat je hulp moet zoeken.

Er zijn ook situaties waarbij je meteen contact op moet nemen met je huisarts, huisartsenpost of crisisdienst:

  • Je gedrag is gevaarlijk. Je rijdt bijvoorbeeld te snel of roekeloos, of je geeft ineens veel geld uit.
  • Je bent erg in de war.
  • Je denkt aan zelfmoord. Bel dan direct 113. Zij zijn dag en nacht bereikbaar.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Autisme

Mensen met autisme verwerken informatie op een andere manier. Daardoor ervaren ze de wereld soms anders dan andere mensen. Op deze pagina lees je wat autisme is, hoe je het kunt herkennen en wat kan helpen in het dagelijks leven.

Kind houdt een kleurrijk hart van in elkaar passende bouwsteentjes voor het gezicht.

In het kort

  • Bij autisme verwerken de hersenen informatie op een andere manier.
  • Hierdoor ben je gevoeliger voor prikkels. Ook kun je moeite hebben met veranderingen en contact met anderen.
  • Kenmerken van autisme kunnen soms ook een kracht zijn: veel mensen met autisme zijn bijvoorbeeld eerlijk, creatief of hebben oog voor detail.
  • Deze dingen kunnen je helpen:
    • Leer wat voor jou wel en niet werkt.
    • Zorg voor genoeg rust en structuur.
    • Vraag hulp als je die nodig hebt.

Heb je een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact met ons op.

Wat is autisme?

Autisme is aangeboren en heeft invloed op de manier waarop je hersenen informatie verwerken. Daarom ervaar je de wereld soms anders dan andere mensen.

Als je autisme hebt, kun je gevoeliger zijn voor prikkels, zoals geluid of licht. Ook kunnen veranderingen of onverwachte situaties lastig zijn. Hoe autisme eruitziet, verschilt per persoon. Daarom spreken we ook wel van een autismespectrumstoornis (ASS).

Wat zijn kenmerken van autisme?

Autisme ziet er bij iedereen anders uit. Dit zijn kenmerken die bij autisme kunnen voorkomen:

  • Je vindt het moeilijk om contact te maken en te onderhouden.
  • Je hebt meer dan anderen moeite met praten en communiceren. Je vindt het lastig om te begrijpen wat anderen bedoelen.
  • Je houdt van bekende patronen en herhaling. Je hebt moeite met veranderingen of onverwachte situaties.
  • Je hebt interesse in één of meerdere speciale voorwerpen of activiteiten.
  • Je kunt sterker of juist minder sterk reageren op prikkels, zoals geluid of licht.

Mensen met autisme vinden het vaak ook moeilijk om dingen te plannen en te organiseren.

Kenmerken van autisme kunnen ook een kracht zijn. Veel mensen met autisme zijn eerlijk, nauwkeurig, creatief of kunnen zich goed concentreren op een onderwerp dat ze interessant vinden.

De kenmerken van autisme kunnen in elke levensfase anders zijn. Het kan dus zijn dat de kenmerken als kind anders tot uiting komen dan wanneer je volwassen bent. Maar in de kern blijven de kenmerken van autisme hetzelfde.

Autisme bij vrouwen

De kenmerken van autisme verschillen dus per persoon. Ook tussen mannen en vrouwen kunnen er verschillen zijn. Bij vrouwen zijn de kenmerken soms minder duidelijk zichtbaar. Daardoor wordt autisme bij vrouwen soms pas later herkend.

Wat zijn oorzaken van autisme?

Er is nog veel onbekend over het ontstaan van autisme. Wel is bekend dat autisme voor een groot deel erfelijk is en je dus met autisme wordt geboren. Ook speelt de omgeving een rol.

Autisme is vooral erfelijk bepaald. Het heeft dus te maken met je genen, waarbij eigenschappen van je ouders aan jou kunnen worden doorgegeven. Als (een van) je ouders of iemand uit je familie autisme heeft, is de kans groter dat jij ook autisme hebt.

De ontwikkeling van de hersenen is anders bij mensen met autisme. In de eerste jaren worden de hersenen groter. Later zijn er vergrotingen en verkleiningen van bepaalde hersengebieden. Ook kunnen verbindingen tussen verschillende hersengebieden afwijken.

Tips: hoe ga ik om met autisme?

Als je autisme hebt, kun je verschillende dingen doen om jezelf te helpen. En je dagelijks leven gemakkelijker te maken. Hieronder geven we je enkele tips.

  • Zorg voor structuur. Een vaste dagindeling en duidelijke afspraken kunnen rust geven.
  • Neem regelmatig tijd voor rust. Zoek een rustige plek of neem een pauze als je merkt dat je veel prikkels hebt gehad.
  • Geef je grenzen aan. Vertel anderen wat je nodig hebt en wanneer het je iets te veel wordt.
  • Zoek contact met lotgenoten. Via PAS en NVA kun je ook in contact komen met lotgenoten. Het helpt om van anderen te horen hoe zij omgaan met autisme.
  • Gebruik een agenda of herinneringen om overzicht te houden.
  • Doe dingen waar je energie van krijgt. Maak tijd voor hobby’s en interesses waar je plezier uit haalt.
  • Vraag gerust om hulp. Praat erover met mensen die je vertrouwt.
  • Zoek samen met je behandelaar, vrienden en familie uit hoe je het beste om kunt gaan met autisme. Kijk wat je kunt doen op school, of je werk.

Wanneer heb je hulp nodig?

Het kan zijn dat je jezelf herkent in sommige kenmerken van autisme. Dat betekent niet meteen dat je autisme hebt.

Merk je dat de kenmerken al vanaf jonge leeftijd aanwezig zijn en dat je er in het dagelijks leven veel last van hebt? Bespreek dit dan met je huisarts. Die kan samen met jou kijken of verder onderzoek nodig is.

Autisme wordt vastgesteld door een deskundige zoals een psycholoog of psychiater. Als blijkt dat je autisme hebt, dan kun je hulp krijgen om ermee om te leren gaan.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Faalangst

Een beetje spanning voor een toets, presentatie of andere belangrijke opdracht kan je helpen om goed te presteren. Maar wat als de zenuwen je in de weg zitten?

Scholier achter laptop

In het kort

  • Faalangst kan iedereen overkomen. Je kunt last van faalangst hebben bij een toets, presentatie of andere situatie waarin je het gevoel hebt dat je wordt beoordeeld.
  • Je bent bang niet goed genoeg te presteren en verliest vertrouwen in jezelf.
  • Je krijgt bijvoorbeeld hartkloppingen of een gespannen gevoel.
  • Faalangst kan ervoor zorgen dat je situaties gaat vermijden of juist alles perfect wilt doen. Dit kan de angst versterken en uiteindelijk leiden tot veel stress of een burn-out.
  • Je kunt meerdere dingen doen om meer vertrouwen te krijgen en beter met spanning om te gaan:
    • Praat erover met iemand die je vertrouwt.
    • Blijf de dingen doen die je spannend vindt.
    • Richt je aandacht op wat er goed gaat.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is faalangst?

Faalangst is de angst om niet goed genoeg te presteren. Je bent bang dat iets niet gaat lukken of dat je iets niet kan. Je verliest vertrouwen in jezelf.

Bij faalangst ben je bang voor het resultaat van een taak of activiteit. Het gaat om taken of activiteiten waarbij je beoordeeld wordt. Je bent bijvoorbeeld bang dat andere mensen je negatief zullen beoordelen of dat het niet meer goedkomt. Je bent dus niet bang voor de taak of activiteit zelf.

Faalangst kan iedereen overkomen, en in verschillende situaties. Bijvoorbeeld op school bij een belangrijke toets of op werk bij een presentatie.

Welke klachten horen bij faalangst?

Als je faalangst hebt, kan je last hebben van lichamelijke en psychische klachten. Ook kun je faalangst terugzien in je gedrag.

  • Je hebt koude of warme handen
  • Je zweet heel erg
  • Je hebt last van hartkloppingen
  • Je bent misselijk
  • Je hebt buikpijn
  • Je hebt hoofdpijn
  • Je hebt droge lippen of een droge mond
  • Je trilt of bibbert
  • Je ademt snel (hyperventilatie)

  • Je piekert veel (je hebt veel negatieve gedachten)
  • Je bent erg verlegen of bescheiden
  • Je gelooft complimenten niet
  • Je denkt dat anderen beter zijn
  • Je bent boos of druk
  • Je kunt niet meer goed nadenken
  • Je slaapt slecht

  • Je verzint smoesjes of liegt om onder dingen uit te komen waarbij je last hebt van faalangst
  • Je stelt taken uit
  • Je presteert onder je niveau
  • Je gaat extra hard werken
  • Je wilt alles perfect doen

Als je faalangst hebt, kun situaties vermijden of dingen uitstellen. Dat voelt tijdelijk goed omdat je de spannende situatie ontloopt. Maar als je dit vaak doet, wordt de angst juist erger.

Ook kan het zijn dat je juist heel erg je best gaat doen. Je wilt alles perfect doen en geen enkele fout te maken. Uiteindelijk kan dit zorgen voor veel stress of een burn-out.

Het verschilt per persoon wat de klachten zijn en hoe erg ze zijn. Daarnaast hangt het ook af van de situatie. Zo kan je wel faalangst ervaren voor een wiskunde examen maar niet voor een presentatie voor Duits.

De oorzaken van faalangst verschillen per persoon. Vaak gaat het om een combinatie van verschillende oorzaken. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Je kijkt negatief naar jezelf of hebt weinig zelfvertrouwen.
  • Je bent bang dat je familie, vrienden of collega’s een negatief beeld van je krijgen.
  • Je ervaart problemen thuis, op school of op werk.
  • Je hebt last van psychische klachten.
  • Je hebt eerdere negatieve ervaringen meegemaakt.
  • Je ervaart een (te) hoge druk van buitenaf. Bijvoorbeeld van je ouders of leidinggevende.
  • Je hebt leerproblemen. Zoals dyslexie of dyscalculie.
  • Je vergelijkt je veel met anderen.

Hoe kun je beter met je faalangst omgaan?

Je kunt meerdere dingen doen om meer vertrouwen te krijgen en beter met spanning om te gaan. Deze tips bij faalangst helpen je verder:

  • Blijf de dingen doen die je spannend vindt. Hoe vaker je oefent, hoe minder spannend het vaak wordt.
  • Praat erover. Ga in gesprek met je ouders, vrienden, mentor of leidinggevende over je faalangst. Praten lucht op. Ook zul je misschien wel merken dat het helemaal niet nodig is om je druk te maken.
  • Wees niet te streng voor jezelf! Het is oké om fouten te maken. Daar leer en groei je van.
  • Probeer positief te denken. Heb vooral aandacht voor de dingen die er wel goed gaan. Het is daarnaast belangrijk om vooral aandacht te hebben voor het proces en niet voor het eindresultaat.
  • Onderzoek je gedachten: schrijf op waar je bang voor bent. Beantwoord de volgende vragen:
    • Waarom ben je bang om te falen?
    • Wat zou er gebeuren als je angst echt uitkomt?
    • Hoe erg is het als die angst echt uitkomt?
    • Wat is de kans dat je angst echt uitkomt?
  • Zorg voor ontspanning en plezier. Plan iets leuks met vrienden of familie. Of doe een ontspanningsoefening.
  • Bereid je goed voor op de taak of activiteit waar je angstig voor bent. Hoe beter je voorbereid bent, hoe zelfverzekerder je je zult voelen.
  • Lees ervaringsverhalen van anderen. Het geeft herkenning en je leert van anderen. Op In je bol lees je verhalen van jongeren over hun ervaringen met faalangst.
  • Overweeg een faalangsttraining of -cursus. Veel scholen bieden deze aan.

Wanneer is er hulp nodig?

Merk je dat de klachten erger worden of langer aanhouden? Dan is het goed om professionele hulp te zoeken. Vaak is een afspraak bij de huisarts de eerste stap.

De huisarts kan je doorverwijzen naar een andere professional, zoals een psycholoog, faalangsttrainer of orthopedagoog (specialist in leer- en opvoedingsproblemen van kinderen). Je bespreekt samen waar de faalangst vandaan komt en welke behandeling het beste voor jou is.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Heb je gevonden wat je zocht?(Vereist)
Stel een vraag