Ademfocus
Je richt je aandacht op je ademhaling.
Even afgeleid zijn, een afspraak vergeten of iets doen zonder erover na te denken: dat overkomt iedereen weleens. Maar bij sommigen komt dit vaker voor en kan het veel invloed hebben op het dagelijks leven. Dan kan er sprake van ADHD zijn.
Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.
ADHD staat voor Attention-Deficit Hyperactivity Disorder. In het Nederlands noemen we het ook wel een ‘Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’.
ADHD kan zich op verschillende manieren laten zien. Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben om je aandacht vast te houden en bent snel afgeleid. Of je bent juist druk en impulsief. Je doet dan dingen zonder er eerst goed over na te denken. Het kan ook zijn dat je een combinatie hiervan ervaart: je hebt moeite om je aandacht vast te houden, bent druk én impulsief.
ADHD geeft invloed op je dagelijkse leven: op school, werk, thuis en in sociale relaties.
Bij ADHD kun je vaak moeite hebben om je aandacht vast te houden. Je kunt ook erg druk zijn en snel iets doen zonder na te denken. Of je hebt een combinatie van deze symptomen.
Deze soort van ADHD noemen sommige mensen ook wel ADD. Maar deze term gebruiken we officieel niet meer.
Bij deze soort heb je symptomen van onoplettendheid/aandachtstekort), hyperactiviteit en impulsiviteit. Je hebt dan moeite om je aandacht vast te houden, bent druk én doet dingen zonder eerst over na te denken. De beschrijving van de symptomen vind je hierboven.
Er kan sprake zijn van ADHD als deze klachten langer duidelijk aanwezig zijn. En als ze problemen geven in het dagelijkse leven.
Als je ADHD hebt, kun je ook klachten hebben die passen bij andere psychische aandoeningen. Zo komen klachten van autisme, borderline, depressie, een angststoornis of een gedragsstoornis vaker voor bij mensen met ADHD. Ook kun je gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van een verslaving.
ADHD heeft meestal niet maar één oorzaak. Vaak ontstaat het door een combinatie van verschillende factoren, zoals erfelijkheid (je genen), verschillen in de hersenen en invloed uit de omgeving.
ADHD is voor een groot deel erfelijk en wordt dus bepaald door je genen. Dit betekent dat de kans groter is dat je ADHD hebt als het in je familie voorkomt.
Het brein van iemand met ADHD verwerkt prikkels en informatie anders dan mensen zonder ADHD. De informatie tussen delen van de hersenen wordt iets anders doorgegeven.
De invloed van de omgeving begint al voor en tijdens de geboorte. Een baby heeft meer risico op ADHD als de zwangere moeder veel stress heeft, een hoge bloeddruk heeft, rookt of alcohol drinkt. Kinderen die te vroeg of te licht geboren worden, hebben ook meer kans op ADHD.
Ook kan de omgeving ervoor zorgen dat je minder goed met ADHD om kunt gaan. Bijvoorbeeld door negatieve ervaringen uit de jeugd of stress in het gezin.
Je kunt goed leren omgaan met de klachten van ADHD. Kijk wat voor jou werkt. En bespreek dit samen met de mensen om je heen. Dit kun je doen bij ADHD:
Als je denkt dat je ADHD hebt en je merkt dat je daar in het dagelijks leven last van hebt, is het goed om hulp te zoeken. Bijvoorbeeld als je problemen hebt op school of werk, thuis of in relaties. De eerste stap is een afspraak bij je huisarts.
Vaak ga je daarna naar een psycholoog of psychiater. Die stelt vast of je ADHD hebt. Daarna bespreek je samen hoe je met ADHD om kunt gaan en welke behandeling bij je past.
Een behandeling bij ADHD kan helpen om beter met ADHD om te gaan. Je hebt dan minder last van de klachten. Welke behandeling het beste past, verschilt per persoon.
Je kunt bijvoorbeeld uitleg en advies krijgen over ADHD en over wat jou in het dagelijks leven kan helpen. Soms worden medicijnen door de arts voorgeschreven.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Angst voel je bij dreigend gevaar. Een hormoon dat we adrenaline noemen, komt vrij als je angst voelt. Daardoor kun je vechten of vluchten. Maar sommige mensen voelen zich angstig zonder dat ze in echt gevaar zijn. Soms kan er sprake van een angststoornis zijn.
Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.
Angst is een reactie van je lichaam op gevaar of spanning. Je hart klopt sneller, je gaat zweten of je spieren zijn erg gespannen. Ook let je extra goed op wat er om je heen gebeurt. Deze reactie kan nuttig zijn: als je ’s nachts bijvoorbeeld schrikt van het geluid van brekend glas, word je automatisch extra alert. Zo ben je klaar om snel te reageren als dat nodig is.
Iedereen is weleens angstig. Je kunt bijvoorbeeld spanning voelen voor een presentatie, een examen of een drukke plek. Vaak wordt die spanning weer minder als de situatie voorbij is.
Maar de angst kan ook erger worden of vaak terugkomen. Je kunt dan veel piekeren of dingen gaan vermijden. Als de angst invloed op je dagelijkse leven heeft, kan er sprake zijn van een angststoornis.
Een angststoornis kan op elke leeftijd ontstaan. Ongeveer 29% van de Nederlanders krijgt er ooit mee te maken.
Er zijn verschillende manieren om met angst om te gaan. Met deze adviezen kom je verder:
Soms kan angst zich ontwikkelen tot een angststoornis. Bij een angststoornis heb je vaak last van de angst. De angst heeft dan invloed op je dagelijkse leven. Bijvoorbeeld als je dingen gaat vermijden.
Hoe een angststoornis precies ontstaat, is niet altijd duidelijk. Wel zijn er factoren die de kans op een angststoornis groter kunnen maken, bijvoorbeeld:
Er bestaan verschillende soorten angststoornissen. Deze hebben hun eigen kenmerken.
Als je de hele tijd angstig en bezorgd bent over alledaagse dingen, heb je een gegeneraliseerde angststoornis. Je hebt angstgevoelens en last van zweten en hartkloppingen. Het verschil met andere angststoornissen is dat de angst er steeds is. Het ontstaat niet door een bepaalde situatie.
Als je een gegeneraliseerde angststoornis hebt, maak je je vaak en veel zorgen. Ook kun je de volgende symptomen merken:
Bij een paniekstoornis heb je plotselinge paniekaanvallen. Onverwacht voel je angst die eigenlijk veel te groot is voor de situatie. Die angst overkomt je gewoon. Je krijgt last van hartkloppingen, zweten, opvliegers, koude rillingen, trillen of duizeligheid.
Bij een paniekstoornis kun je ook last van pleinvrees (agorafobie). Dan wil je niet meer in bepaalde situaties komen. Bijvoorbeeld reizen met het openbaar vervoer of rondlopen in grote open ruimtes. Omdat je bang bent voor een nieuwe aanval.
Als je een sociale angststoornis hebt, ben je bang voor situaties waarin anderen je kritisch beoordelen. Je wordt bijvoorbeeld bang voor je eigen reactie, zoals blozen, trillen of zweten. Dat heet ook wel bloosangst, trilangst of zweetangst. Om die angst te voorkomen, ga je je soms anders gedragen of bepaalde situaties vermijden. Je zegt afspraken af of je stapt niet meer in de trein: het beïnvloedt je leven dan ook enorm.
Tip! Probeer spannende situaties niet te vermijden. Dat geeft misschien even rust, maar daardoor kan de angst blijven. Ga ze liever stap voor stap weer aan. Zo groeit je vertrouwen en kan de angst minder worden.
Bij een specifieke fobie heb je een angst voor een voorwerp of een situatie. Bijvoorbeeld vliegen, hoogte, dieren, injecties of bloed. Soms word je al angstig als je denkt aan het voorwerp of de situatie.
Een dwangstoornis (OCD) en PTSS horen officieel niet bij de angststoornissen. Toch speelt angst hierbij vaak een grote rol.
Heb je last van angstklachten? Of denk je dat er al sprake is van een angststoornis? Dan is het belangrijk om hulp te zoeken.
Vaak is de eerste stap de huisarts. De huisarts bespreekt vervolgens samen met jou welke hulp er is. Je kunt bijvoorbeeld een doorverwijzing krijgen naar een praktijkondersteuner (POH-GGZ), psycholoog of andere professional.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nulla suscipit et nisi vel vehicula. Suspendisse mi lorem, pharetra dapibus tincidunt a
Ben je scholier of student? En zit je niet lekker in je vel? Je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Hier lees je bij wie je terecht kunt voor hulp.
Als je je mentaal niet zo goed voelt, kan het lastig zijn om alle taken voor school of je studie goed te doen. Misschien voel jij je moe, ongelukkig of gestrest. Of pieker je veel. Soms weet je waar het door komt, maar het kan ook zijn dat je helemaal niet weet waarom jij je even slecht voelt.
Wat er ook aan de hand is, je hoeft er niet alleen mee rond te blijven lopen. Op je school zijn er meerdere mensen die je kunnen helpen. In deze tekst lees je bij wie je terecht kunt als je hulp zoekt bij mentale klachten.
De mentor
Op het voortgezet onderwijs heb je een mentor. Vaak is dat de docent die jou het beste kent en ook contact heeft met je ouders of verzorgers. Als je hulp nodig hebt, of je zorgen maakt, kun je dat aan je mentor vertellen. De mentor weet welke hulp er nog meer is op school. Ook kan je mentor je doorsturen naar iemand die jou goed kan helpen. Of deze collega’s om advies vragen.
Schoolmaatschappelijk werker
Niet iedere school heeft een schoolmaatschappelijk werker. Het ligt eraan hoe het op jouw school geregeld is. Een schoolmaatschappelijk werker weet heel goed welke zorg er allemaal is en wat bij je past. Ook zijn schoolmaatschappelijk speciaal getraind om je te helpen met gevoelens en problemen.
Misschien heb je een aantal gesprekken met de schoolmaatschappelijk werker op school. Het kan helpen om je hart te luchten. En je kan ook tips krijgen om zelf mee aan de slag te gaan. Soms wordt er een huisbezoek gepland, of je ouders/verzorgers worden op school uitgenodigd. Als er andere hulp nodig is, kan de schoolmaatschappelijk werker je doorverwijzen.
Zorgcoördinator
De zorgcoördinator weet ook precies welke hulp er allemaal is. Op school, maar ook daarbuiten. De zorgcoördinator is vaak een docent die ook nog lesgeeft of dat eerst gedaan heeft.
De zorgcoördinator heeft gesprekken met jou of je ouders en maakt zorgplannen. In een zorgplan staat bijvoorbeeld je hulpvraag, je doelen en wie daarbij kunnen helpen. Als je wat extra hulp nodig hebt op school, kan de zorgcoördinator je daarbij helpen.
Zo wordt er voor iedere leerling die dat nodig heeft een eigen plan gemaakt. Als jij dat ook nodig hebt, krijg je een plan dat precies bij jou past. Het kan zijn dat je hulp krijgt op school, of na school door iemand die niet op je school werkt.
Soms lijkt het werk van de zorgcoördinator op het werk van de schoolmaatschappelijk werker. Met de schoolmaatschappelijk werker praat je vooral over jezelf, je gevoelens en je emoties. Een zorgcoördinator helpt je om de taken op school goed te doen.
Schoolpsycholoog
Misschien is er (af en toe) een psycholoog op jouw school waar je mee kan praten. Of ga je zelf naar een psycholoog buiten school. Daar heb je een verwijzing van de huisarts voor nodig.
Studieloopbaanbegeleider of trajectbegeleider
Als je op het MBO zit heb je meestal een studieloopbaanbegeleider of trajectbegeleider. Deze begeleider houdt in de gaten of alles goed gaat met je studie en met jou zelf. Als je merkt dat het niet zo goed met je gaat, kun je dat ook tegen de studieloopbaanbegeleider of trajectbegeleider zeggen. Vaak kennen ze jouw ouders/verzorgers al. Samen kunnen jullie bespreken welke mogelijkheden er zijn om jou te helpen.
Schoolmaatschappelijk werker
Een schoolmaatschappelijk werker weet heel goed welke zorg er allemaal is in Nederland en wat bij je past. Het kan zijn dat je een aantal gesprekken hebt. Misschien lucht dat op, of krijg je tips waardoor andere hulp niet meer nodig is. Soms komt de schoolmaatschappelijk werker op huisbezoek of nodigt je ouders/verzorgers uit op school.
Ambulant begeleider
Sommige scholen hebben een ambulant begeleider die studenten helpt met bijvoorbeeld ADHD of autisme. Een ambulant begeleider is iemand die je kan helpen in het dagelijks leven. Deze persoon kan jou ook thuis helpen.
Andere mogelijkheden
Iedere mbo-opleiding regelt het anders. Soms kun je trainingen volgen, zoals het verminderen van faalangst. Of je krijgt een tijdje begeleiding. Het is belangrijk dat je het eerlijk vertelt als het even niet zo lekker gaat. Thuis of op school. Zodat je op school al de beste hulp kunt krijgen. En als dat niet genoeg is, kun je jouw klachten bespreken bij de huisarts.
Er zijn veel verschillende soorten hulp voor studenten. En op iedere plek gaat het weer een beetje anders. Op de website van je opleiding kun je vaak vinden welke hulp er allemaal is voor studenten. Je kunt ook aan een docent waar je goed mee kan praten vragen waar je terecht kan.
Studieadviseur
Als het lastig is om alle vakken goed te volgen is het handig om te praten met de studieadviseur. De studieadviseur helpt bij het kiezen van vakken en je studierichting. En kan ook een aangepaste planning maken als dat nodig is.
Studentenpsycholoog/ schoolpsycholoog
Misschien is er een psycholoog aanwezig waar je mee kan praten. Als je last hebt van mentale problemen kan je een afspraak maken. De psycholoog helpt je met tips, oefeningen, of door te luisteren. En zal je ondersteunen of doorverwijzen naar bijvoorbeeld de huisarts.
De decaan
Een decaan kan advies geven als je studie wat langer duurt dan gedacht. Soms loopt iemand studievertraging op door mentale klachten en dat kan financiële gevolgen hebben. Je studie kost bijvoorbeeld meer geld. De decaan weet alles over de regelingen die er zijn om je dan te helpen.
Online hulp
Voor studenten is er ook een website waar je terecht kan. Hier vind je online programma’s en een test. Deze test helpt je om te ontdekken hoe het echt met je gaat.
En vraag jij je af hoe je leerlingen of studenten kunt helpen? We hebben een speciale pagina voor professionals. Hieronder lees je alvast een korte samenvatting.
Informatie- en advieslijn
De informatie- en advieslijn is er voor iedereen. Je mag studenten verwijzen naar onze telefoon, chat of mailservice. Maar je mag er ook zelf gebruik van maken als je jezelf afvraagt hoe je iemand kan helpen, of niet goed weet welke hulp je kan bieden.
Website
Daarnaast geven we op de website betrouwbare informatie over mentaal fit worden of blijven, mentale problemen en psychische aandoeningen. Hier lees je bijvoorbeeld alles over klachten en behandelingen.
Oefeningen en testen
We hebben ook effectieve oefeningen, keuzehulpen, een depressietest, een mentale fitheidstest en links naar ander hulpaanbod.
Programma ‘Welbevinden op school’
Heb je als professional, werkzaam in het onderwijs, vragen over hoe je het welbevinden op school kunt verbeteren? Bekijk dan de website van “Welbevinden op school“.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Het idee achter systeemtherapie is dat relaties een rol kunnen spelen bij psychische problemen.
Systeemtherapie is een vorm van psychologische behandeling. Het idee achter deze behandeling is dat psychische problemen meestal niet op zichzelf staan. Dit betekent dat er bij psychische problemen vaak ook andere dingen meespelen. Zoals hoe je leeft en hoe je met andere mensen omgaat. Dit noemen we ook wel ‘het systeem’. Door ‘het systeem’ beter te begrijpen, en zo nodig aan te passen, kun je de psychische problemen oplossen.
Bij systeemtherapie zijn daarom ook belangrijke mensen uit je naaste omgeving betrokken. Dit kunnen je partner, ouders, broers/zussen, kinderen,
Bij systeemtherapie kijkt de systeemtherapeut niet alleen naar jou als persoon, maar ook naar hoe je met andere mensen omgaat. Zoals met mensen binnen je gezin, familie of vriendengroep. Soms komen deze mensen mee naar de gesprekken met jou en de systeemtherapeut.
Het doel van de systeemtherapie is elkaar beter te begrijpen, elkaar meer te kunnen steunen en samen te zoeken naar oplossingen.
Systeemtherapie kan jou helpen als je vaker dezelfde problemen ervaart met belangrijke mensen om je heen. Deze problemen kunnen negatieve gevolgen hebben, zoals ruzie.
Het kan dan goed zijn om de ander te betrekken bij de behandeling. Je vormt door de therapie opnieuw een team met de belangrijke mensen uit je omgeving, waarbij iedereen weet hoe je goed met elkaar om kunt gaan.
Hieronder noemen we voorbeelden waarbij systeemtherapie kan helpen:
Samen met de belangrijke mensen uit jouw omgeving voer je gesprekken. Dit gebeurt alleen met jouw toestemming en na overleg. Je kunt aangeven dat bepaalde dingen vertrouwelijk zijn. En dat bepaalde dingen niet met anderen gedeeld hoeven te worden.
Systeemtherapie gebeurt onder begeleiding van een systeemtherapeut. De therapeut probeert eerst duidelijk te krijgen hoe de relaties in elkaar zitten. Vervolgens onderzoeken jullie samen de problemen: hoe zijn ze ontstaan en op welke manier hebben ze invloed op jullie? Daarna kijken jullie naar wat er moet veranderen om de relatie te verbeteren. Hierbij kijk je samen naar de positieve eigenschappen van iedereen en naar betere manieren om met elkaar te praten.
Hoelang systeemtherapie duurt, verschilt per persoon. Het hangt af van wat je wilt bereiken en hoe ingewikkeld je problemen zijn. Sommige mensen hebben een paar gesprekken nodig, anderen wat meer. De systeemtherapeut bespreekt samen met jou wat gewenst is.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Onder zelfhulp vallen zelfzorg, online zelfhulp, zelfhulpboeken, zelfhulpgroepen en zelfhulpcursussen.
Zelfhulp is hulp zonder professionele hulpverleners. Onder zelfhulp vallen zelfzorg, online zelfhulp, zelfhulpboeken, zelfhulpgroepen en zelfhulpcursussen. Hieronder lees je daar meer over.
Goed voor jezelf zorgen zit hem soms in kleine dingen. Toch zijn die dingen heel belangrijk. Ze kunnen je dagen fijner en meer ontspannen maken. Hieronder een paar tips voor zelfzorg:
Online testen, oefeningen en cursussen kunnen helpen om meer te begrijpen van je eigen situatie of problemen. Je kunt ze vaak gratis en zonder verwijzing van een huisarts gebruiken. Meestal hoef je niet je echte naam door te geven.
Op onze website vind je ook testen en oefeningen die je zelf en gratis kunt doen. Bekijk ze hier
Een zelfhulpboek kan je helpen om iets in je leven te verbeteren, bijvoorbeeld: voor jezelf op leren komen, je relatie verbeteren of anders naar je problemen kijken. Er zijn veel zelfhulpboeken op de markt. Dat maakt kiezen soms moeilijk. Als je het fijn vindt, kunnen we je helpen bij het vinden van een goed zelfhulpboek. Neem contact met ons door te bellen, chatten of mailen.
Zelfhulpgroepen heten soms ook ‘herstelgroepen’. Bij deze groepen wissel je ervaringen uit, net zoals bij lotgenotengroepen. Alleen hebben zelfhulpgroepen ook veel aandacht voor het omgaan met je situatie en opkomen voor jezelf. En voor het accepteren, versterken en ontwikkelen van jezelf. Vaak richten de groepen zich op wat je goed kunt en op je mogelijkheden, in plaats van wat niet lukt en niet kan. Er zijn ook zelfhulpgroepen die zich op één onderwerp richten, zoals verslaving.
Voorbeelden van zelfhulpgroepen zijn:
Deze groepen kun je in het hele land vinden. Ze hebben cursussen van tien tot twaalf wekelijkse bijeenkomsten. De twee begeleiders zijn zelf ervaringsdeskundigen.
Je kunt veel verschillende zelfhulpgroepen vinden op Wij zijn MIND.
Krijg je al professionele hulp? Dan kan je behandelaar je waarschijnlijk ook helpen om een zelfhulpgroep in de buurt te vinden.
Je kunt ook kiezen voor coaching of een cursus in een zelfregie- of herstelcentrum. Die worden gegeven door ervaringsdeskundigen. Deze cursussen gaan bijvoorbeeld over het begrijpen van jezelf of over hoe je zelf als ervaringsdeskundige anderen kunt helpen. Of over het versterken van je relaties met anderen. Vaak kun je ook lotgenoten ontmoeten. De zelfregie- en herstelcentra kun je vinden op de website Wij zijn MIND.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Bij deze therapie accepteer je je negatieve gedachten en gevoelens. En richt je je op wat jij belangrijk vindt.
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) gaat ervan uit dat je je negatieve gedachten en gevoelens niet moet onderdrukken of ertegen moet vechten. Het stimuleert je om hier soms even bij stil te staan en het te ervaren. Ook moedigt ACT je aan om meer aandacht te besteden aan wat voor jou echt belangrijk is in het leven.
ACT is een nog nieuwe behandelvorm. Het lijkt op cognitieve gedragstherapie (CGT), maar toch is er een verschil:
Je leert dus niet om anders te denken, maar om anders met de eigen gedachten om te gaan. ACT houdt zich daarnaast minder bezig met klachten, maar meer met een nuttige manier van leven.
ACT heeft zes belangrijke principes. Hieronder beschrijven we ze één voor één.
Hierbij gaat het erom dat je vervelende gedachten, gevoelens en situaties niet uit de weggaat, of ertegen vecht. Je laat ze juist toe en je ziet ze als normale dingen die in het leven kunnen voorkomen. Je staat open voor het voelen van pijnlijke emoties.
Dit gaat over het afstand nemen van je gedachten, zodat je gedachten je niet meeslepen. Je leert om gedachten te zien als voorbijgaande gebeurtenissen in je hoofd, en niet als de waarheid. Hierdoor heb je meer ruimte om te kiezen hoe je op de gedachten reageert.
Je houdt je aandacht bij wat er op dit moment gebeurt. Je denkt niet aan de toekomst of het verleden.
Dit gaat over jezelf bekijken, los van wat je over jezelf denkt of wat je voelt. Je bent namelijk meer dan je gedachten en gevoelens. Het helpt om ruimer en flexibeler naar jezelf te kijken.
Je ontdekt wat voor jou echt belangrijk is in het leven. Op basis van jouw waarden stel je doelen. Dit geeft richting aan je acties en keuzes.
Je neemt stappen in de richting van je waarden en doelen, en wat je echt belangrijk vindt in het leven. Zelfs als dit moeilijk is. Je laat je niet tegenhouden door negatieve gedachten of gevoelens.
Bij de ACT behandeling stem je af met je therapeut wat jij nodig hebt. Eerst kijken jullie waar het probleem ligt en waar je graag naartoe wilt met je leven. Hierbij kijken jullie ook naar de zes principes die hierboven staan.
Afhankelijk van het probleem dat je hebt, bepaal je welke principes het beste zijn om mee aan de slag te gaan. Het kan zijn dat je wilt ontdekken wat voor jou echt belangrijk is, dus dan kun je je waarden onderzoeken. Of misschien merk je juist dat defusie-oefeningen beter voor je werken. De behandeling ziet er dus voor iedereen anders uit.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
EMDR helpt bij psychische klachten die ontstaan zijn door een heftige gebeurtenis.
EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing. EMDR is een therapie voor psychische klachten die ontstaan zijn door een heftige gebeurtenis (een trauma). Het doel van EMDR is dat het denken aan het trauma minder emoties en spanning bij jou opwekt.
Bij een trauma houd je nare gevoelens over aan een heftige gebeurtenis (zoals een ongeluk, ziekte, misbruik of geweld). Je bent bijvoorbeeld boos of angstig. Het lukt niet meer om met de heftige gebeurtenis om te gaan. Je denkt er bijvoorbeeld steeds aan terug, schrikt snel of ontwijkt situaties die je eraan herinneren.
Er zou sprake kunnen zijn van een Posttraumatische stress-stoornis (PTSS).
Vóórdat je begint met EMDR, zal de therapeut je vragen stellen om te begrijpen welke klachten je hebt en hoeveel last je ervan hebt. Klachten kunnen herbelevingen, nachtmerries en ontwijken van bepaalde situaties zijn. De therapeut vraagt je klachten uit in een gesprek of via een vragenlijst.
Tijdens de EMDR zal je eerst terug moeten denken aan de traumatische gebeurtenis. Vaak moet je aan een bepaald beeld denken. Daarna moet je tegelijk een afleidende taak uitvoeren, zoals het met je ogen volgen van vingers. Of het volgen van een lampje op een lichtbalk. Er volgt na het uitvoeren van de afleidende taak soms een pauze. Op dat moment stelt de therapeut één of meerdere vragen, zoals: Wat verandert er in je lichaam? Of: Welke gedachten ontstaan er? De spanning die het beeld geeft, bespreek je. Als de spanning voldoende is gedaald, verander je de negatieve gedachten in positieve gedachten.
Omdat je tijdens het denken aan de heftige gebeurtenis wordt afgeleid, zorgt dit ervoor dat er minder aandacht gaat naar je herinnering. De helderheid, levendigheid en emotionaliteit van de herinnering nemen dan af. De herinnering sla je dan anders en opnieuw op.
Het verschilt hoeveel keer EMDR nodig is. Dit hangt af van het trauma. Het is dus niet zo dat er een vast aantal keer nodig is.
Sommige mensen voelen al verbetering na één keer EMDR, vooral als het gaat om één nare herinnering. Anderen moeten vaker gaan, vooral als er meer traumatische ervaringen zijn of als het trauma ingewikkelder is. De therapeut beoordeelt samen met je hoeveel keer nodig is.
EMDR is bedoeld voor mensen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt. Het wordt vaak als behandeling ingezet bij mensen met PTSS. Ook kan EMDR helpen bij stemmingsstoornissen, angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen..
Na EMDR zijn meestal de klachten verdwenen of minder aanwezig. Ook is de behandeling over het algemeen kort. Een ander voordeel is dat je bij EMDR minder hoeft te praten dan bij andere behandelingen. EMDR werkt ook goed bij jonge kinderen en mensen met een verstandelijke beperking.
EMDR werkt vaak nog even verder en dat is goed. Het kan zijn dat er nieuwe beelden of emoties ontstaan. Ook kan je hoofdpijn hebben of moe zijn. Dit is meestal na drie dagen weer weg. Het is goed om deze ‘bijwerkingen’ de volgende keer met je therapeut te bespreken.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat onze gedachten, gevoelens en gedrag invloed hebben op elkaar.
Cognitieve gedragstherapie is een behandeling bij psychische klachten. Het gaat ervan uit dat onze gedachten, gevoelens en gedrag invloed hebben op elkaar. De therapie combineert elementen van cognitieve therapie en gedragstherapie.
Cognitieve therapie richt zich op gedachten, meningen en ideeën. Wat je denkt, heeft invloed op wat je voelt en wat je doet.
Je onderzoekt welke negatieve gedachten je hebt die je slecht laten voelen of invloed hebben op gedrag. Vervolgens kijk je hoe je deze negatieve gedachten aan kunt pakken om je je weer beter te voelen en je gedrag te veranderen.
Bij gedragstherapie gaat het vooral om gedragsverandering. Hoe je je gedraagt, heeft invloed op hoe je je voelt.
Je kijkt naar de dingen die je doet en welke slechte gewoontes je misschien wel hebt. Vervolgens leer je manieren om je gedrag en gewoontes aan te passen.
Bij cognitieve gedragstherapie ontdek je welke negatieve gedachten niet kloppen of niet helpen. Deze gedachten verander je in realistischere en positieve gedachten. Ook kijk je welk gedrag problemen veroorzaakt en in welke situaties dit gebeurt. Daarna kijk je hoe je dit kunt verbeteren.
Voorbeeld:
Stel dat je je onzeker voelt en negatief naar jezelf kijkt. Hierdoor zoek jij weinig contact met mensen. Je trekt je steeds verder terug. Hier ga je aan werken met je therapeut. Je hebt de negatieve gedachte “Niemand vindt mij leuk”. Deze gedachte kun je veranderen in een realistische en positieve gedachte, zoals: “Het is normaal dat sommige mensen me leuk vinden en anderen niet. Dat maakt mij niet minder waardevol als persoon.”
Door te oefenen ontstaan er positieve ervaringen. Hierdoor wordt jouw negatieve gedachte steeds minder overtuigend. De positieve gedachte wordt steeds meer waarheid en je zult je ook hiernaar gaan gedragen. In het voorbeeld kan het betekenen dat je besluit om met meer mensen af te spreken of om vaker een praatje met anderen te maken.
Uit onderzoek blijkt dat cognitieve gedragstherapie goed werkt bij veel psychische problemen. Deze therapie kan veel verschillende aandoeningen behandelen, zoals angst-, stemmings- en persoonlijkheidsstoornissen.
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl
Online hulp is een programma wat je thuis volgt via internet. Zo’n programma kan helpen als je mentale klachten hebt.
Online hulp is een programma wat je thuis volgt via internet. Zo’n programma kan helpen als je mentale klachten hebt.
Er zijn verschillende mogelijkheden:
Online hulp is bedoeld voor mensen die hulp nodig hebben voor hun mentale klachten. En ook liever anoniem willen blijven. Dit kan verschillende redenen hebben:
Wil je weten of deze hulp voor jou geschikt is? Je kunt dit overleggen met één van onze medewerkers door te mailen, chatten of bellen.
Anoniem: hulp via het internet kan in veel gevallen anoniem.
Geen wachtlijsten: na aanmelding kun je vaak direct of na enkele dagen beginnen.
Gratis: hulp via het internet is in veel gevallen gratis.
Mensen stoppen sneller met online hulp: het aantal mensen dat stopt met online hulp is groter dan bij een behandeling op locatie.
Niet voor iedereen geschikt: hulp via het internet past niet bij iedereen. Zwaardere mentale problemen kunnen bijvoorbeeld minder goed worden behandeld.
Minder uitgebreid: een online programma kan niet alle vormen van hulp vervangen.
Er is verschillende hulp voor volwassenen en jongeren:
Voor volwassenen
Voor jongeren
Wil je meer informatie over deze hulp? Of wil je weten of deze hulp voor jou geschikt is? Neem dan contact met ons op. Je kunt ons bereiken via 0900-1994 (€ 0,10/min + kosten mobiele telefoon).
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00
Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl