Klimaatzorgen

Het klimaat verandert en we merken de gevolgen daarvan. Misschien maak je je daarover zorgen. Bijvoorbeeld over wat klimaatverandering betekent voor de natuur, andere mensen of de toekomst. Gelukkig zijn er veel manieren om hiermee om te gaan.

Boom in de vorm van een menselijk hoofd in profiel, met groene bladeren en deels kale takken, op een dorre vlakte, als symbool voor klimaatzorgen

In het kort

  • Bij klimaatzorgen maak je je zorgen over klimaatverandering en de gevolgen ervan. Dit noemen we ook wel klimaatangst of klimaatstress.
  • Klimaatzorgen kunnen je motiveren om iets te doen. Maar je kunt je ook bang, verdrietig, boos, onzeker of machteloos voelen.
  • Er zijn dingen die je kunt doen bij klimaatzorgen, zoals:
    • Kom (samen) in actie, ook al is het iets kleins.
    • Houd hoop: lees of luister naar positieve berichten die gaan over het klimaat.
    • Praat over je klimaatzorgen.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

We hebben allemaal te maken met klimaatverandering

Volgens het IPCC wordt de invloed van klimaatverandering steeds duidelijker. De gevolgen zien we volgens het KNMI ook terug in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan extreme neerslag, hittegolven, droogte en bosbranden, de stijging van de zeespiegel en het uitsterven van dier- en plantensoorten. De gevolgen kun je over de hele wereld merken.

Klimaatzorgen

Deze veranderingen kunnen iets met je doen. Je kunt je bijvoorbeeld zorgen maken over wat klimaatverandering betekent voor de natuur, andere mensen of de toekomst. Dit noemen we klimaatzorgen.

Zorgen maken over het klimaat is ook positief

Zorgen maken over het klimaat heeft een positieve kant: we zien in dat er iets moet veranderen. Dat mensen actie ondernemen, blijkt ook uit onderzoek van I&O Research. Zo maken veel Nederlanders vaker duurzame keuzes. Denk aan minder vlees eten, korter douchen, minder vliegen of de verwarming een graadje lager zetten.

Maar er is ook een andere kant: klimaatangst, klimaatstress of klimaatdepressie

We merken steeds meer van klimaatverandering en weten welke gevolgen dit heeft. Dit heeft invloed op de mentale gezondheid. Zo blijkt uit onderzoek van de WHO dat dit kan leiden tot stress, spanning, angst, hulpeloosheid, depressie en middelengebruik.

Er ontstaan zelfs nieuwe begrippen, zoals klimaatangst, klimaatstress en klimaatdepressie. Hierbij gaat het vooral om mentale en lichamelijke reacties die ontstaan als je denkt aan het klimaat en de toekomst. Of om negatieve emoties die je daarbij voelt.

Iedereen reageert anders op klimaatverandering. Misschien denk je er af en toe over na, zonder dat het invloed op je dagelijkse leven heeft. Maar je kunt er ook veel last van hebben.

Je kunt bijvoorbeeld merken dat je:

  • veel nadenkt of piekert over klimaatverandering
  • bang of onzeker bent over de toekomst
  • verdrietig of boos wordt van klimaatnieuws
  • je machteloos voelt omdat het probleem zo groot is
  • spanning of stress ervaart
  • schuldgevoelens hebt over je eigen keuzes
  • het gevoel hebt dat jouw eigen bijdrage toch geen verschil maakt

Omgaan met klimaatzorgen: 7 tips

Klimaatzorgen, klimaatangst, klimaatstress en een klimaatdepressie: hoe je het ook noemt, de gevoelens die hierbij horen zijn niet fijn en kunnen je veerkracht verminderen. Gelukkig zijn er een manieren om hiermee om te gaan. Hieronder geven we je tips.

Er zijn veel manieren om te helpen aan een beter klimaat. Je kunt in kleine stapjes beginnen en kijken wat het beste voor jou werkt. Op deze manier wordt het makkelijker om dit toe te passen in je dagelijks leven. Voorbeelden hiervan zijn minder vlees eten, minder spullen kopen, en vaker de bus of trein te pakken in plaats van de auto of het vliegtuig.

Meer tips lees je op de website van Milieu Centraal.

Ook kun je maatregelen nemen rond je eigen huis. Denk bijvoorbeeld aan het vasthouden en opvangen van regenwater, een groen dak aanleggen, voor meer groen te zorgen in je eigen tuin of straat en door warmte buiten te houden bij hittegolven. De website Kennisportaal Klimaatadaptatie helpt je hierbij.

Voor sommige maatregelen kun je subsidie krijgen. Dit kan via de gemeente, het waterschap of je verzekering. Bekijk met de Groenesubsidiewijzer welke subsidies er zijn voor jouw situatie.

Ook kun je je aanmelden bij verschillende klimaat- en milieuorganisaties om natuurschade te herstellen. Denk bijvoorbeeld aan Greenpeace, Milieudefensie en organisaties bij jou in de buurt.

Misschien denk je: als ik iets voor het klimaat doe, dan maakt het toch geen verschil?

Toch helpen kleine veranderingen al aan het tegengaan van klimaatverandering. Om je een idee te geven: als je van zes keer per week vlees eten naar één keer per week vlees eten gaat, dan bespaar je in broeikasgasuitstoot zo’n 330 kilo CO2 per jaar. Dit blijkt uit cijfers van Milieu Centraal.

Sterker nog, je maakt waarschijnlijk nog meer verschil dan je zelf denkt. Want naast het feit dat je zelf meehelpt aan een beter klimaat, geef je ook een goed voorbeeld aan anderen in jouw omgeving. De kans is dan groter dat zij het gedrag overnemen. Bedrijven en organisaties zullen hier vervolgens op reageren door hun producten en diensten aan te passen. Op deze manier komt een beweging in gang waarbij iedereen rekening houdt met het klimaat.

Uit onderzoek van het NJi blijkt dat hoop ervoor zorgt dat je ook echt in actie komt. Dit komt doordat je weet dat jouw actie echt een positief effect heeft op het klimaat.

Lees of luister naar positieve berichten die gaan over het klimaat. Een voorbeeld hiervan is de postcast Hopecast van Jane Goodall. Of volg organisaties die al veel mooie dingen hebben gedaan voor het klimaat, zoals Greenpeace, het WWF en het Jane Goodall instituut Nederland.

Onderzoek van de Universiteit van Utrecht laat zien dat klimaatstress minder wordt als we nadenken over de wereld waarin we zouden willen leven. Ook helpt het om daar op een creatieve manier naar te kijken.

Zo wordt nog duidelijker wat klimaatverandering is, en hoe onze keuzes en acties helpen bij het oplossen. Dit geeft een positief gevoel, zoals hoop.

Vraag jezelf dus het volgende af: “In welke wereld zou ik willen leven?” en “Hoe kan ik daarin meehelpen?” Deze vragen horen bij zingeving.

Deel je klimaatzorgen met je familie, vrienden en collega’s en uit je emoties of gedachten. Of sluit je aan bij een groep waar je het samen kan hebben over klimaatverandering. Een voorbeeld hiervan is Stichting Klimaatgesprekken. Je kunt ook contact opnemen met de Info- en advieslijn.

Pieker je veel over klimaatverandering? Doe dan de oefening  Stoppen met tobben om minder te piekeren. Ook helpt het je om te bedenken waar je geen invloed op hebt. Probeer dit los te laten en je te richten op wat je wel in de hand hebt.  

Zorg goed voor jezelf om je stress, zorgen en angst te verminderen. Dit kan op verschillende manieren. Denk bijvoorbeeld aan voldoende nachtrust, beweging en gezond eten.

Ook helpt het om vaker ontspanningsmomenten in te plannen. Ontspannen kan thuis, maar ook in de natuur met een wandeling. Het is bewezen dat de natuur je helpt ontspannen, je stemming verbetert en helpt om beter te slapen.

Vind je het lastig om ontspanningsmomenten in te plannen, omdat je erg druk bent met andere dingen? Dit heeft te maken met een goede  balans. Ook hier helpen we je bij met handige tips.

Wanneer heb je hulp nodig?

Klimaatzorgen, klimaatangst en klimaatstress zijn geen psychische aandoeningen. Maar soms kan hulp wel nodig zijn. Bijvoorbeeld als je klachten langer duren of erger worden. Of als het veel invloed heeft op je dagelijkse leven.

Zoek bijvoorbeeld hulp als je:

  • vaak bang of somber bent
  • slecht slaapt door je zorgen
  • dingen of situaties gaat vermijden
  • merkt dat je werk, studie of contact met anderen eronder lijdt

Praat hierover met je huisarts of een andere zorgverlener. Samen kun je kijken welke hulp bij jou past.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Ademhaling

Ademhalen gaat vanzelf en je hoeft er niet over na te denken. Toch kun je wel zelf de controle over je ademhaling uitoefenen. Dat is fijn, want zo kun je je ademhaling verbeteren.

Angst en paniek

Angst voel je bij dreigend gevaar. Maar soms is er geen direct gevaar en kun je je toch angstig voelen.

Piekeren

Iedereen heeft weleens zorgen. Dat hoort bij het leven. Soms gaan zorgen over in piekeren. Dan blijf je in dezelfde gedachten hangen en kom je niet verder.

Geldzorgen

Veel dingen zijn duurder geworden, zoals boodschappen en energie. Misschien heb je daardoor geldstress. Je maakt je zorgen over of je alles nog wel kunt blijven betalen. Hier lees je hoe je met geldzorgen om kunt gaan en waar je hulp kunt krijgen.

Een persoon stopt een munt in een roze spaarvarken dat een ander in de hand houdt.

In het kort

  • Als je geldzorgen hebt, ben je bang dat je niet genoeg geld hebt om de kosten te betalen.
  • Geldzorgen kunnen invloed hebben op hoe je je voelt. Je piekert bijvoorbeeld veel, hebt veel stress of slaapt slecht.
  • Als je geldzorgen hebt, is het belangrijk om in actie te komen. Praat erover en krijg grip op je geld.
  • Houd bijvoorbeeld bij wat er binnenkomt en hoeveel je uitgeeft. Kijk ook waar je op kunt besparen en of je eventueel recht hebt op een tegemoetkoming.
  • Er zijn organisaties die je helpen om te zorgen dat je geen geldproblemen krijgt. Ze helpen je ook als je al geldproblemen hebt.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat zijn geldzorgen?

Als je geldzorgen hebt, ben je bang dat je niet genoeg geld hebt om de kosten te betalen. Geldzorgen kunnen over verschillende dingen gaan. Misschien heb je moeite om rond te komen. Of ben je bang dat je een rekening niet kunt betalen. Je kunt je ook zorgen maken over schulden.

Hoe herken je geldzorgen? Dit zijn de signalen

Geldzorgen kunnen invloed hebben op hoe je je voelt en wat je doet. Je kunt het bijvoorbeeld merken aan de volgende signalen:

  • Je piekert veel
  • Je hebt stress
  • Je voelt je somber
  • Je voelt je angstig
  • Je slaapt slecht
  • Je schaamt je en praat er liever niet over
  • Je doet minder leuke dingen omdat ze geld kosten
  • Je hebt spanning of ruzie met anderen

Geldzorgen kunnen klein beginnen en later groter worden. Herken je een of meer van deze signalen? Dan is het goed om op tijd iets met je geldzorgen te doen. De volgende tips kunnen je helpen.

4 tips om met geldzorgen om te gaan

Hieronder geven we je 4 handige tips om je geldzorgen te verminderen.

1. Bepaal hoeveel last je van de geldzorgen hebt

Iedereen maakt zich weleens zorgen. Zorgen laten zien wat je belangrijk vindt. Ze kunnen je ook motiveren om in actie te komen. Maar geldzorgen kunnen een probleem worden als je er veel over piekert of er veel stress door hebt.

Wil je weten hoeveel last je van je geldzorgen hebt? Stel jezelf dan deze vragen:

  • Is er sprake van een geldprobleem? Bijvoorbeeld omdat je moeite hebt om rond te komen, rekeningen niet kunt betalen of schulden hebt?
  • Hebben mijn geldzorgen invloed op mijn dagelijks leven? Bekijk hiervoor de signalen.

Beantwoord je één of beide vragen met ‘ja’? Bekijk dan welke hulp er is bij geldzorgen. Of kijk onderaan de pagina welke organisaties jou kunnen helpen.

De tips hieronder kunnen ook helpen. Ook als je je alleen zorgen maakt over geld en er geen geldproblemen zijn.

2. Praat over je geldzorgen

Het is soms niet makkelijk om over je geldzorgen te praten. Misschien schaam je je ervoor. Of wil je een ander er niet mee lastigvallen. Toch kan praten juist helpen. Het lucht op en helpt je om anders tegen je zorgen aan te kijken. Soms kom je zelfs tot oplossingen.

Probeer er met iemand over te praten die je vertrouwt. Je hoeft niet meteen alles te vertellen. Begin met wat voor jou goed voelt. Bekijk tips om er makkelijker over te praten.

Kom je er niet uit of wil je het er liever met een van onze deskundige medewerkers over hebben? Neem dan contact met ons op.

3. Zorg goed voor jezelf

Geldzorgen kunnen ervoor zorgen dat je veel piekert. Je kunt er ook stress of angst van krijgen. Soms slaap je er slechter door. Op de website vind je tips en oefeningen om minder te piekeren, tegen stress, als je angst ervaart en wat je kunt doen bij slaapproblemen.

4. Krijg meer grip op je geld

Het helpt om precies te weten hoeveel geld je elke maand krijgt en hoeveel je uitgeeft. Zo krijg je meer overzicht. Ook kun je beter zien waar je misschien kunt besparen en voorkom je dat je geldzorgen groter worden.

Dit kan helpen:

  • Houd je inkomsten en uitgaven bij. Maak bijvoorbeeld een overzicht voor het hele jaar. Zo zie je welke maanden duurder zijn en kun je je daarop voorbereiden.
  • Kijk waarop je kunt besparen. Bij het Nibud vind je daarvoor verschillende tools. Bijvoorbeeld de tool waarbij je je uitgaven kunt vergelijken met anderen.
  • Kijk of je recht hebt op extra geld. Misschien heb je recht op een toeslag, uitkering of andere tegemoetkoming. Bekijk hier waar je recht op hebt.
  • Leer meer over geldzaken. Als je weet hoe je met geld om kunt gaan, geeft dit meer rust in je hoofd. Op websites zoals Wijzer in Geldzaken, Nibud, Geldfit en Moneyfit (voor jongeren tussen 18 en 27 jaar) vind je informatie, tools en tips om beter met je geld om te gaan.
  • Ga aan de slag met de app Fikks. De app kan je bijvoorbeeld helpen bij het maken van betalingsafspraken.

Wanneer heb je hulp nodig?

Soms worden geldzorgen groter en ontstaan er geldproblemen. Bijvoorbeeld als je rekeningen niet meer kunt betalen of schulden krijgt. Naast de signalen van geldzorgen kun je geldproblemen hieraan herkennen:

  • Je geld is vaak op voordat de maand voorbij is.
  • Je kunt rekeningen of automatische incasso’s niet altijd betalen. Misschien krijg je post van een incassobureau of deurwaarder.
  • Je staat vaak rood.
  • Je gebruikt vaak achteraf betalen of een creditcard.
  • Je haalt regelmatig geld van je spaarrekening om de kosten te betalen.
  • Je leent geld van anderen om rond te komen.

Zoek hulp als je de signalen hierboven herkent. Er zijn organisaties die je kunnen helpen.

Je kunt bijvoorbeeld hier terecht:

  • Je gemeente. De gemeente helpt je bij schulden. Op de website van de Rijksoverheid vind je meer informatie over hoe jouw gemeente je kan helpen bij schulden.
  • De Rijksoverheid. Weet je niet welke hulp je nodig hebt? De vragenlijst van de Rijksoverheid helpt je te bepalen welke hulp er is als het lastig is om de rekeningen te betalen. Na het invullen van de vragenlijst weet je precies waar je naartoe moet.
  • Geldfit. Geldfit helpt je om passende hulp te vinden bij geldproblemen en schulden. Je kunt bellen met de hulplijn (0800-8115). Op de website kun je ook je postcode invullen om hulp bij jou in de buurt te vinden.
  • SchuldHulpMaatje. Een vrijwilliger helpt je om overzicht te krijgen in je geldzaken. Samen kijken jullie welke stappen je kunt zetten.
  • Humanitas. Humanitas kan je helpen om je geldzaken en administratie op orde te krijgen.
  • Sam&. Heb je als ouder weinig geld? Dan kun je hier hulp aanvragen voor je kinderen. Bijvoorbeeld voor schoolspullen, sport of zwemles.
  • Hulp bij armoede. Hier vind je organisaties bij jou in de buurt die praktische of financiële hulp kunnen bieden.

Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Gewoontes veranderen

Misschien herken je dit bij jezelf. Je blijft op de bank zitten, terwijl je eigenlijk wilde gaan rennen. Of na een paar weken stoppen, pak je toch weer een sigaret. Hoe verander je in zo'n…

Piekeren

Iedereen heeft weleens zorgen. Dat hoort bij het leven. Soms gaan zorgen over in piekeren. Dan blijf je in dezelfde gedachten hangen en kom je niet verder.

Slecht slapen

Je kunt verschillende dingen doen om beter te slapen. En wist je dat je daar overdag al mee kunt beginnen?

Onrust in de wereld

Misschien maak je je zorgen over wat er in de wereld gebeurt. Bijvoorbeeld over oorlogen, stijgende prijzen, klimaatverandering of andere grote veranderingen. Hier lees je hoe je met deze zorgen om kunt gaan.

Man met een bril zit aan een bureau en kijkt naar zijn smartphone.

Tips

Als je merkt dat je veel last krijgt van de onrust in de wereld, helpen deze tips je verder:

  • Praat erover. Deel je zorgen met familie, vrienden of collega’s. Het kan helpen om te vertellen wat je bezighoudt.
  • Volg het nieuws van betrouwbare bronnen. Maar volg het nieuws niet de hele dag. Je kunt met jezelf afspreken dat je op een (aantal) vaste momenten het nieuws leest of luistert.
  • Houd zoveel mogelijk je normale dagritme aan en richt je op dingen waarop je invloed hebt. Blijf zoveel mogelijk doen wat je gewend bent, zoals werken, studeren, bewegen en op tijd naar bed gaan. Wanneer je niet goed slaapt hebben we hier tips die je kunnen helpen.
  • Doe iets voor een ander. Misschien wil je iets voor een ander betekenen. Bijvoorbeeld door spullen of geld te doneren, of iemand in je omgeving te helpen. Op de websites van VluchtelingenWerk of NL Voor Elkaar vind je voorbeelden van wat je kunt doen.
  • Maak een lijstje met dingen die je kan doen als er een noodsituatie ontstaat. Dat kan je het gevoel van meer controle geven. Dat maakt het makkelijker om je zorgen los te laten. Er zijn bijvoorbeeld lijstjes voor de inhoud van een noodpakket voor als je niet de deur uit kunt.
  • Zoek afleiding. Bijvoorbeeld wandelen, sporten, muziek luisteren of knutselen. Als je blijft piekeren, bekijk dan eens onze tips tegen piekeren.

Merk je dat de onrust blijft of dat je er in het dagelijks leven veel last van hebt? Maak dan een afspraak bij je huisarts. Of neem contact met ons op. We luisteren naar je en denken met je mee.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Ademhaling

Ademhalen gaat vanzelf en je hoeft er niet over na te denken. Toch kun je wel zelf de controle over je ademhaling uitoefenen. Dat is fijn, want zo kun je je ademhaling verbeteren.

Angst en paniek

Angst voel je bij dreigend gevaar. Maar soms is er geen direct gevaar en kun je je toch angstig voelen.

Balans

Er is vaak genoeg te doen: thuis, op school, op het werk en daarbuiten. Soms gaat dat prima, maar soms wordt het te veel. Hoe bewaar je de balans?

Uitstelgedrag

De was doen als je huiswerk om aandacht schreeuwt, stofzuigen als je nodig je administratie moet doen of je mailbox opschonen als je eigenlijk een moeilijk gesprek met iemand moet voeren. Het zijn typische gevallen van uitstelgedrag. Uitstelgedrag klinkt redelijk onschuldig, maar dat is het niet altijd.

Persoon kijkt op een polshorloge aan een bureau met een kop koffie en een laptop.

In het kort

  • Uitstelgedrag betekent dat je iets wat je wilt of moet doen steeds voor je uitschuift.
  • Veel uitstellen kan stress geven en problemen juist groter maken.
  • Maak een haalbare planning en zoek uit waarom je dingen uitstelt. Blijft het een probleem? Vraag dan om hulp.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat is uitstelgedrag?

Uitstelgedrag betekent dat je iets wat je wilt of moet doen steeds voor je uitschuift. Je gaat bijvoorbeeld eerst iets anders doen, terwijl je weet dat die taak nog op je wacht.

Iedereen stelt weleens iets uit. Soms is het goed om iets uit te stellen. Bijvoorbeeld omdat iets anders belangrijker is. Of omdat je er eerst over na wilt denken. Uitstelgedrag wordt vooral een probleem als je vaak belangrijke dingen blijft uitstellen en je daar last van krijgt.

Het nadeel van vermijden

Als je moeilijke klusjes altijd maar uitstelt, kun je lichamelijke en psychische klachten krijgen. Je ervaart stress, kunt zelfs depressief worden of een burn-out krijgen. Er zit simpelweg steeds teveel in je hoofd dat je eigenlijk nog moet doen. En het groeit. Een klusje wordt een probleem. Je vermijdt het probleem, waardoor ook dat weer groter wordt. Er komt een probleem bij. En ook dat stop je weer weg: dat noemen we een vicieuze cirkel. Terwijl je problemen juist kleiner worden, of zelfs verdwijnen, als je ze onder ogen ziet en actief aanpakt.

  • Schrijf de dingen op die je moet doen. Verwerk ze in een actieplan voor de komende week.
  • Kijk kritisch of alle punten echt in een week passen. Maak een realistische planning, dat voorkomt frustratie.
  • Wees lief voor jezelf als je een dag hebt lopen uitstellen. Elke dag is een mooie dag om opnieuw te beginnen.
  • Kijk goed waar je uitstelgedrag vandaan komt. Misschien ligt er gewoon te veel op je bord. Schrijf het op en bespreek dit op school, met je ouders of je werkgever. Zo zorg je dat je dagen weer behapbaar en leuk worden.
  • Probeer een cursus time-management. Dat helpt je om inzicht en overzicht te krijgen.

Probeer deze oefeningen eens

Maak het klein

Met kleine stapjes kom je dichter bij je doel.

Manage je tijd

Verminder stress door verstandig met tijd om te gaan.

Als het niet overgaat

Als je al tijden alles uitstelt, is er misschien meer aan de hand. Uitstelgedrag kan ook onderdeel zijn van ADHD of een depressie. Neem contact op met je huisarts als je niet van je uitstelgedrag afkomt.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

ADHD

Even afgeleid zijn, een afspraak vergeten of iets doen zonder erover na te denken: dat overkomt iedereen weleens. Maar bij sommigen komt dit vaker voor en kan het veel invloed hebben op het dagelijks leven.

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Gewoontes veranderen

Misschien herken je dit bij jezelf. Je blijft op de bank zitten, terwijl je eigenlijk wilde gaan rennen. Of na een paar weken stoppen, pak je toch weer een sigaret. Hoe verander je in zo'n…

Verlegenheid

Een zenuwachtig kuchje voordat je begint aan je spreekbeurt of presentatie, even blozen als je een volle klas in stapt… Soms een beetje verlegen zijn, is helemaal niet erg. Het is vaak zelfs wel charmant. Maar het wordt een ander verhaal als je je constant bekeken voelt. En je daardoor situaties met andere mensen gaat vermijden. Gelukkig is er wel wat aan te doen.

Vrouw in een groene trui rust met haar hoofd op haar armen en kijkt naar buiten in warm zonlicht

In het kort

  • Verlegenheid kan verschillende oorzaken hebben, zoals onzekerheid of vervelende ervaringen.
  • Vermijd spannende situaties niet, maar oefen er stap voor stap mee. Blijf rustig ademen en houd vast aan helpende gedachten.
  • Blijf je veel last houden van je verlegenheid? Zoek dan steun of bespreek het met je huisarts.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Verlegenheid is voor een deel erfelijk: als veel mensen in jouw familie verlegen zijn, heb jij een grotere kans om dit ook te zijn. Ook onzekerheid, een laag zelfbeeld, of vervelende ervaringen in de puberteit, zoals pesten, vergroten je kans op verlegenheid. Maar de oorzaken zijn nog geen reden om bij de pakken neer te zitten. Tijd voor actie!

Zo pak je je verlegenheid aan

  • Wees assertief. Met andere woorden: kom op voor jezelf. Vertel een ander duidelijk wat je wel en niet wilt. Of vraag gewoon eens om hulp bij een eenvoudig klusje. Mensen vinden het vaak fijn om een ander te helpen.
  • Ga aan de slag met ademhalingsoefeningen. Ademhalingsoefeningen kunnen je helpen het lichaam tot rust te laten komen, vertragen de hartslag en zorgen voor meer ontspanning. Zo kun je de situatie beter aan.
  • Doe iets wat je spannend vindt. Door weg te blijven van situaties die je verlegen maken, leer je hier niet mee om te gaan en neemt de angst alleen maar toe en trek je je steeds meer terug. Door te oefenen met spannende situaties kun je je verlegenheid overwinnen. Doe dit in kleine stapjes, om zo te ervaren dat je het kunt en je zelfvertrouwen te vergroten. Vraag bijvoorbeeld je geld terug voor een kledingstuk waar je het prijsje al vanaf hebt gehaald. Of drink in je eentje een kop thee in een café. Pak steeds een nieuwe, kleine uitdaging aan. Maak een lijstje voor jezelf met situaties die je spannend vindt en waarin je je verlegen voelt.
  • Leer jezelf positief denken. Helpende gedachten als je iets niet durft zijn bijvoorbeeld: Wat heb ik te verliezen? Misschien begin ik te stamelen, stotteren of krijg ik een rood hoofd. En als dat gebeurt: is dat dan zo erg? Duurt dat nog weken? Het uitwerken van je gedachten met een gedachtenschema kan je helpen bewuster te worden van je (negatieve) gedachten. Hiervoor kun je een G-schema
  • Maak afspraken met je vrienden. Heb je weinig of geen vrienden? Helemaal niet erg. Je leert zo nieuwe mensen kennen op Nieuwemensenlerenkennen. De 50 gepasseerd? Dan kun je goed terecht op MAX Meeting Point.

Probeer deze oefeningen eens

Zeg nee!

Deze oefening helpt je om vaker 'nee' te zeggen.

Ademfocus

Je richt je aandacht op je ademhaling.

Helpen de tips niet?

Steun van andere verlegen mensen kan je verder helpen. Kijk bijvoorbeeld op verlegenmensen.nl voor cursussen en lotgenotencontact. Dat contact kan in levenden lijve, maar ook via het forum.

Of neem contact op met je huisarts. Je bent echt de enige niet met angstklachten. Als het nodig is, verwijst de arts je door naar een psycholoog of andere hulpverlener.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Angst en paniek

Angst voel je bij dreigend gevaar. Maar soms is er geen direct gevaar en kun je je toch angstig voelen.

Assertiviteit

Je wordt ergens voor uitgenodigd, maar je hebt een drukke week gehad. Je bent geen enkele avond thuis geweest. Ga je toch of…ben je assertief?

Cursussen en trainingen

De meeste instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) bieden voorlichting, (groeps)cursussen en trainingen voor mensen met lichte psychische klachten.

Verdriet

Verdriet is vaak het gevolg als je iets of iemand verliest. Rouw is een hele heftige vorm van verdriet, maar ook ontslag, scheiding of een ruzie kunnen veel verdriet geven. Wat helpt bij de verwerking?

Drie goudbruine rietpluimen in het zonlicht, met een onscherp rietveld op de achtergrond.

Deze tips helpen je bij het verwerken van verdriet

  • Praat erover met mensen die je vertrouwt.
  • Schaam je niet voor je verdriet. Iedereen kent het gevoel.
  • Schrijf op wat je verdrietig maakt.
  • Ga iets leuks doen. Probeer je zinnen te verzetten.
  • Probeer te blijven bewegen: wandelen, sporten of even naar buiten gaan kan je een oppepper geven.
  • Geef jezelf de tijd.

Ben je al een tijd verdrietig? Of vaak verdrietig zonder duidelijke reden? Dan is het goed om te kijken wat er aan de hand is. Soms kan dit passen bij een depressie.

Doe de depressietest om te ontdekken of er depressieklachten spelen. Heb je na 6 maanden nog veel last van verdriet? En heb je moeite met dagelijkse dingen? Maak dan een afspraak bij je huisarts.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Bewegen

Bewegen doet meer dan je lichaam fit houden: het kan ook helpen tegen stress, somberheid en piekeren. En je hoeft daarvoor echt niet elke dag naar de sportschool.

Depressietest

Doe deze gratis depressietest en je krijgt een beeld of je last hebt van depressieve klachten. De vragen gaan over de afgelopen 7 dagen.

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Trauma

De meeste mensen voelen zich een tijdje angstig als ze een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt. Bij iemand die een trauma ontwikkelt gaan deze gevoelens niet vanzelf weg. Hoe herken je een trauma? En wat kun je doen om een trauma te verwerken? Dat lees je hier.

Vrouw met gesloten ogen en gebogen hoofd, tegenover een onscherp afgebeelde persoon.

In het kort

  • Je kunt een trauma krijgen als je één of meerdere heftige gebeurtenissen meemaakt. Bijvoorbeeld mishandeling of een heftig ongeluk.
  • Je hebt je toen erg bang, bedreigd of machteloos gevoeld.
  • Bij een trauma gaan die gevoelens niet meer weg. Je voelt je dan de hele tijd bang, ook als er geen gevaar meer is. Je denkt steeds aan de gebeurtenis of je hebt nachtmerries.
  • Het kan helpen om erover te praten met iemand die je vertrouwt.
  • Als de klachten niet weggaan of te heftig zijn, heb je misschien een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS).

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op.

Wat is een trauma?

Je hebt een trauma als je veel last hebt van iets heftigs dat je eerder hebt meegemaakt. Je hebt je toen heel erg bang, bedreigd, overweldigd of machteloos gevoeld. Bij een trauma gaan deze gevoelens niet meer weg, of ze komen later in het leven ineens weer terug. Je denkt er dan steeds aan, krijgt nachtmerries of voelt je steeds bang, ook als er geen gevaar meer is.

Een trauma kan door één of meerdere heftige gebeurtenissen ontstaan.

Voorbeelden van één heftige gebeurtenis kunnen zijn:

  • Je hebt geweld meegemaakt. Bijvoorbeeld verkrachting, mishandeling of een (gewapende) overval
  • Je hebt een ernstig ongeluk gehad
  • Je bent plotseling iemand verloren, zoals je partner of een kind
  • Je hebt een ramp meegemaakt. Bijvoorbeeld een brand of overstroming
  • Je hebt een ernstige medische gebeurtenis meegemaakt, zoals een heftige operatie, ziekte of bevalling
  • Je hebt iets heftigs zien gebeuren of gehoord. Je hebt bijvoorbeeld een ongeluk gezien waarbij iemand doodging of gezien dat iemand mishandeld werd

Als een trauma ontstaat door één gebeurtenis noemen we dat een ‘enkelvoudig trauma’. Hieronder een voorbeeld van een enkelvoudig trauma.

Lisa (25) heeft een paar jaar geleden een ernstig auto-ongeluk meegemaakt. Het was een gebeurtenis die haar flink heeft geraakt. Sinds die tijd heeft ze nachtmerries over het ongeluk, voelt ze zich gespannen als ze in de auto zit en schrikt ze snel van harde geluiden. Lisa heeft een enkelvoudig trauma, omdat haar klachten zijn ontstaan door één ingrijpende gebeurtenis.

Het kan ook zijn dat je langere tijd heftige dingen hebt meegemaakt:

  • Je bent in je jeugd lange tijd (psychisch) verwaarloosd, mishandeld of misbruikt
  • Je hebt oorlog meegemaakt of je bent gevlucht
  • Je bent lange tijd ernstig bedreigd of gestalkt
  • Je bent veel of heftig gepest

Als je meerdere heftige gebeurtenissen voor langere tijd hebt meegemaakt noemen we dat een ‘complex trauma’. De kans op een complex trauma is groter als de heftige gebeurtenissen in de kindertijd waren. En als er mensen mee te maken hebben die je juist hadden moeten beschermen, zoals je ouders. Een complex trauma kan ervoor zorgen dat een kind zich niet goed ontwikkelt. En daar kan diegene later last van hebben. Je vindt jezelf bijvoorbeeld dom of onbelangrijk, je kunt andere moeilijk vertrouwen of je vindt het moeilijk om te werken.

Hieronder een voorbeeld van een complex trauma:

Faisal (30) was thuis niet veilig. Hij werd als kind vaak uitgescholden, geslagen en moest voor zichzelf zorgen. Dit gebeurde jarenlang. Nu hij volwassen is, merkt hij dat hij moeite heeft met vertrouwen. Hij voelt zich vaak verdrietig of boos zonder duidelijke reden. Faisal heeft een complex trauma, omdat het gaat om meerdere traumatische ervaringen voor een lange tijd.

Na de traumatische gebeurtenis kun je last hebben van de volgende klachten:

  • Je hebt last van herbelevingen. Je krijgt dan het gevoel alsof de gebeurtenis opnieuw gebeurt. Je hebt nachtmerries of herinneringen die ineens opkomen, ook al wil je er niet aan denken.
  • Je vermijdt plekken of mensen die je aan het trauma doen denken.
  • Je voelt je heel alert. Alsof je de hele tijd moet oppassen en opletten. Je schrikt snel en heftig.
  • Je slaapt slechter. Het lukt je niet om in slaap te komen, je wordt vaak wakker ‘s nachts of je hebt nachtmerries.
  • Je voelt je bang. Ook als er geen gevaar meer is.
  • Je voelt je somber. Je voelt je verdrietig en leeg. Je kunt je ook schuldig voelen of je schamen, terwijl je niks verkeerd hebt gedaan.
  • Je voelt je afgestompt. Dat noemen we ‘emotionele afvlakking’. Je hebt dan het idee alsof je ‘op de automatische piloot’ leeft. Je voelt je afstandelijk en afgestompt. Je kunt ook het idee hebben dat je ‘er niet helemaal bent’. Alsof je los staat van je jezelf of je omgeving. Dat noemen we ‘dissociatie’.
  • Je hebt lichamelijke klachten. Je hebt bijvoorbeeld hartkloppingen, pijn aan je spieren (rug, nek, schouders), buikpijn of je bent heel moe.
  • Je gedraagt is veranderd. Je bent sneller boos, je zondert je meer af of je gaat juist meer uit.

Meestal gaan deze klachten na een tijdje weer weg. Maar als de klachten langer duren dan een maand, kun je Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) hebben.

Belangrijk: Het kan zijn dat je jezelf of iemand die je kent herkent in deze kenmerken. Dat betekent niet meteen dat er sprake is van psychische klachten. Sommige kenmerken kunnen ook passen bij iemands karakter, gewoontes of omstandigheden.

? Wil je informatie, advies of ondersteuning?

De medewerkers van Mentaal Vitaal helpen je om beter te begrijpen wat je bij jezelf of een ander merkt. We luisteren naar je en denken met je mee over wat je kunt doen. Bijvoorbeeld als je je zorgen maakt of wilt voorkomen dat klachten erger worden.

Hoe kan een trauma ontstaan?

Een trauma kan ontstaan door één of meerdere heftige gebeurtenissen. Maar niet alleen de gebeurtenis(sen) bepalen of er een trauma ontstaat. Twee mensen kunnen hetzelfde meemaken en de één krijgt een trauma en de ander niet. Of je een trauma krijgt, hangt óók af van dingen die niks met de gebeurtenis te maken hebben. Je verleden, karakter, en omgeving kan bepalend zijn. En wat er ná de gebeurtenis gebeurde.

Dit zorgt voor een groter risico op een trauma:

  • Je hebt al eerder last gehad van psychische klachten. Bijvoorbeeld angst of depressieve gevoelens.
  • Je hebt problemen gehad in het gezin waar je in opgroeide
  • Je hebt eerder heftige gebeurtenissen meegemaakt
  • Je bent opgegroeid met weinig geld of kansen
  • Je hebt weinig opleiding gehad of hebt een lager IQ
  • Je bent jong
  • Je hoort tot een etnische minderheid. Dat betekent dat je bij een kleine groep mensen hoort met een andere afkomt, taal of cultuur dan de meeste mensen in een land
  • Je bent geboren met een gevoeliger zenuwstelsel of een brein dat anders werkt. Hierdoor kun je emoties en stress heftiger voelen dan andere mensen
  • Je hebt weinig of geen mensen die je steunen, begrijpen of helpen na de heftige gebeurtenis
  • De gebeurtenis heeft invloed op je werk, relaties of gezondheid

Wat kan helpen bij het verwerken van een trauma? Tips

Deze tips kunnen helpen bij het verwerken van een trauma. Ook kan het helpen om een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) te voorkomen.

  • Zoek steun bij mensen die je vertrouwt. Sociale steun betekent dat je hulp krijgt van mensen om je heen, zoals je partner, familie of vrienden. Dat kan helpen om het trauma te verwerken.

Hoe ziet sociale steun eruit? We leggen dit uit met een voorbeeld.

Tom is heel lang gepest op werk. Als hij erover begon bij vrienden of collega’s, zeiden zij dingen als ‘Zo erg zal het toch niet zijn?’ Of: ‘Je moet gewoon wat steviger in je schoenen staan.’ Tom voelde zich niet serieus genomen en trok zich terug. Hij kreeg geen sociale steun. Het duurde lang voordat hij hulp zocht en hij hield lang last van klachten.

Bij Remco werd er ingebroken terwijl hij en zijn gezin thuis waren. Hij vreesde voor zijn leven en dat van zijn gezin. Remco kon hier goed over praten met zijn vrienden. Hij vertelde hoe bedreigd en bang hij zich had gevoeld in zijn eigen huis. Zijn vrienden begrepen hem en boden aan om te helpen. Remco kreeg sociale steun en durfde daarom hulp te zoeken toen het bange gevoel maar niet wegging.

  • Zorg voor een vast ritme van je dag. Ga op dezelfde tijd naar bed, sta op dezelfde tijd op en slaap genoeg.
  • Zorg goed voor jezelf. Beweeg en eet gezond. Ga naar buiten en doe dingen wara je rustig van wordt.
  • Probeer dagelijkse activiteiten te blijven doen. Bijvoorbeeld werken of dingen die je leuk vindt om te doen. Dit mag ook in kleine stappen.
  • Neem geen alcohol, drugs of rustgevende medicijnen. Rustgevende medicijnen kunnen de klachten juist erger maken. Neem deze medicijnen dus niet zonder overleg met een arts.
  • Praat erover met ervaringsdeskundigen of lotgenoten.
  • Zoek hulp als dit niet werkt. Als de klachten blijven of erger worden, zoek dan hulp.

Wanneer heb je PTSS?

Als je langer dan een maand bovenstaande klachten hebt, kun je een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) hebben. Ook zijn de klachten heel heftig en gaan ze niet vanzelf weg. Als je PTSS hebt, voel je je de hele tijd bang. Het lijkt of je lijf en je brein de hele tijd denken dat er gevaar is, terwijl dat er niet is.

Wat kun je zelf doen bij PTSS?

  • Lees en leer zoveel mogelijk over PTSS. Dan begrijp je beter wat er met je gebeurt. Zorg ook dat mensen die belangrijk voor je zijn er genoeg over weten.
  • Ga er actief mee aan de slag. Voor mensen met lichte tot matige angstklachten zijn er cursussen bij instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Ook de Angst, Dwang en Fobie Stichting geeft verschillende trainingen en organiseert lotgenotencontact.
  • Vraag hulp. Familie, vrienden en je huisarts kunnen je helpen. Bespreek met ze hoe je om kunt gaan met PTSS.

Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Piekeren

Iedereen heeft weleens zorgen. Dat hoort bij het leven. Soms gaan zorgen over in piekeren. Dan blijf je in dezelfde gedachten hangen en kom je niet verder. Je leest hier wat je kunt doen om minder te piekeren.

Close-up van een zittend persoon die met beide handen aan de mouw van een groene trui friemelt.

In het kort

  • Iedereen maakt zich weleens zorgen. Soms kunnen zorgen nuttig zijn.
  • Blijven dezelfde zorgen steeds terugkomen en kom je niet verder? Dan ben je aan het piekeren.
  • Gelukkig kun je zelf dingen doen om minder te piekeren.
    • Een voorbeeld hiervan is het ‘piekerkwartier’. Je spreekt een vast moment af waarop je bewust 15 minuten over je zorgen nadenkt. Daarna ga je iets anders doen.
  • Blijft het piekeren veel invloed hebben op je leven? Maak dan een afspraak bij de huisarts.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is piekeren?

Iedereen maakt zich weleens zorgen. Over school, werk, relaties of geld bijvoorbeeld. Deze zorgen kunnen nuttig zijn: ze laten zien dat iets belangrijk voor je is en kunnen je helpen om in actie te komen. Maar komen deze gedachten de hele tijd terug en kom je niet tot een oplossing? Dan spreken we van piekeren.

Piekeren lijkt op nadenken, maar bij piekeren blijf je vaak in dezelfde gedachten hangen. Vaak gaat het over iets waar je je zorgen over maakt of onzeker over bent. Je blijft malen en hoopt zo een oplossing of nieuw inzicht te vinden. Maar meestal kom je daardoor niet verder.

Waar kunnen piekergedachten over gaan?

Je kunt over allerlei onderwerpen piekeren. Soms gaat het om iets in je eigen leven. Bijvoorbeeld als je je zorgen maakt over school of werk, een dierbare, je gezondheid of je toekomst. Soms om grotere veranderingen of ontwikkelingen in de rest van de wereld, zoals klimaatverandering of oorlog.

Misschien vraag je je af of je de boodschappen, energierekening of andere vaste lasten nog kunt betalen. Merk je dat je zorgen over geld steeds vaker overgaan in piekeren? Lees dan wat je kunt doen bij geldzorgen.

Ook het klimaat kan je bezighouden. Misschien denk je veel na over klimaatverandering en maak je je zorgen over de toekomst. Je kunt je daarbij onzeker of machteloos voelen. Lees meer over klimaatzorgen en hoe je daarmee kunt omgaan.

Je kunt je ook zorgen maken over wat er in de wereld gebeurt. Denk aan oorlogen, rampen, politieke spanningen of ander negatief nieuws. Misschien merk je dat je er vaak aan denkt. Of dat je je zorgen maakt over wat er nog kan gebeuren. Lees wat je kunt doen als je last hebt van onrust in de wereld.

Tips om minder te piekeren

  • Bekijk of je invloed hebt op de situatie waar je over piekert. Maak daarvoor bijvoorbeeld een lijstje van je zorgen. Schrijf op wat je kunt doen om het op te lossen. Ga daar ook mee aan de slag. Lukt dat niet? Bekijk dan hier tips om ermee te beginnen. Probeer de dingen die je niet kunt veranderen los te laten.
  • Plan iedere dag een ‘piekerkwartier’: een moment waarop je heel bewust gaat piekeren. Het kan helpen om je zorgen op te schrijven. Na een kwartier stop je en zoek je afleiding. De kans dat je op andere momenten piekert wordt zo een stuk kleiner.
  • Zoek afleiding als je merkt dat je weer begint te malen. Ga bijvoorbeeld een boek lezen, tv-kijken, zingen of iemand bellen.
  • Ga een lekker potje huilen. Dat kan enorm opluchten en ontspannen.
  • Ga bewegen of sporten, dat ontspant en leidt af.

Al te lang aan het piekeren?

Piekeren komt veel voor bij mensen met eendepressie. Heb jij mogelijk last van een depressie? Doe dan de depressietest.

Stopt het piekeren nog niet?

Door maar te blijven piekeren kun je een angststoornis ontwikkelen. Neem daarom contact op met je huisarts als het piekeren met deze tips nog niet stopt. Met de juiste hulp kom je ervan af.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Angst en paniek

Angst voel je bij dreigend gevaar. Maar soms is er geen direct gevaar en kun je je toch angstig voelen.

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Faalangst

Een beetje spanning kan je helpen om goed te presteren. Maar wat als de zenuwen je in de weg zitten?

Postpartum (postnatale) depressie

Na de geboorte van je baby kun je veel verschillende gevoelens hebben. Je kunt blij zijn, maar ook somber, onzeker of overweldigd. Soms voel je deze gevoelens tegelijk of wisselen ze elkaar af. Bij sommige mensen blijven sombere gevoelens langer of worden ze sterker. Dan kan er sprake zijn van een postpartum depressie.

Close-up van een babyhand die de vinger van een volwassene vasthoudt.

In het kort

  • Een postpartum depressie is een depressie na de bevalling van de baby. Het wordt ook wel een postnatale depressie of zwangerschapsdepressie genoemd.
  • Bij een postpartum depressie voel je je onder andere somber, prikkelbaar of erg moe. Ook kun je moeite hebben om van je baby te genieten.
  • Een postpartum depressie is iets anders dan de babyblues (kraamtranen). Babyblues gaan meestal binnen 1 tot 2 weken vanzelf over.
  • Partners kunnen ook een postpartum depressie krijgen.
  • Je kunt meerdere dingen doen bij een postpartum depressie: praat erover, neem voldoende rust en zoek steun.
  • Blijven de klachten of worden ze erger? Zoek dan hulp bij de huisarts of een andere hulpverlener.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is een postpartum depressie?

Een postpartum depressie is een depressie na de geboorte van de baby. Je hebt een baby gekregen, maar je voelt je niet blij zoals je had verwacht. Je voelt je bijvoorbeeld somber, moe, onzeker of verdrietig.

Een postpartum depressie is iets anders dan kraamtranen, huildagen of babyblues. Veel vrouwen hebben daar in de eerste dagen na de bevalling last van. Je bent misschien wel bezorgd over of je het allemaal wel goed hebt gedaan. Je hormonen spelen ook een rol: het ‘ontzwangeren’ kan wel 9 maanden of langer duren. Ook kun je moe zijn. Vaak komt dit door slaaptekort. Babyblues begint meestal in de eerste week en gaat na een paar dagen weg.

Bij een postpartum depressie houden depressieve klachten langer aan. Daardoor kan het moeilijker zijn om goed voor jezelf en je baby te zorgen. Ook gewone dagelijkse dingen kunnen meer moeite kosten.

Wat is het verschil tussen postnatale en postpartum depressie?

Veel mensen gebruiken de termen postnatale depressie en postpartum depressie door elkaar. De term postpartum staat voor ‘na de bevalling’. Dit gaat over hoe de moeder zich voelt. 

Postnataal staat voor ‘na de geboorte’ en is meer gericht op de gezondheid van de baby.
De juiste term is dus postpartum depressie, omdat we het hebben over hoe de moeder zich voelt. Maar veel mensen noemen het ook wel een postnatale depressie.

Hoelang duurt een postpartum (postnatale) depressie?

Het verschilt hoelang een postpartum depressie duurt. Het hangt ervan af of klachten op tijd herkend worden. Ook maakt het uit of je steun van je omgeving krijgt. En het is belangrijk dat je op tijd hulp zoekt voor een behandeling. Als je geen behandeling krijgt, duurt de depressie zo’n vier tot zes maanden. Soms langer. Behandeling (psychologische hulp) zorgt ervoor dat je sneller herstelt.

De symptomen van een postpartum depressie zijn meestal dezelfde klachten als bij een depressie. Het verschil is dat een postpartum depressie te maken heeft met de zwangerschap of de bevalling.

Veelvoorkomende klachten van een postpartum depressie zijn:

  • Je voelt je somber en hebt nergens zin in
  • Je voelt je heel erg moe
  • Je bent niet blij met de baby
  • Je bent overbezorgd
  • Je voelt je waardeloos en niet geschikt als ouder
  • Je bent prikkelbaar: je huilt sneller of wordt sneller boos. Soms kan die boosheid heel heftig zijn en kun je plotseling een woede-uitbarsting krijgen (‘postpartum rage’).
  • Je hebt moeite met concentreren en vergeet dingen
  • Je voelt je machteloos, wanhopig en angstig
  • Je slaapt slecht
  • Je eet te veel of juist te weinig

Op Thuisarts.nl lees je meer over de klachten bij een postpartum depressie

Postpartum (postnatale) depressie bij partners

Bij een postpartum depressie wordt minder snel aan de partners gedacht. Maar ook de partner kan tijdens de zwangerschap of na de bevalling een depressie ontwikkelen.

Verschil tussen mannen en vrouwen met een depressie

Bij mannen ziet een depressie er meestal anders uit dan bij vrouwen. Veel mannen zeggen minder snel dat ze somber of verdrietig zijn. Ze uiten zich vaker gefrustreerd, boos of prikkelbaar. Ook zijn mannen over het algemeen eerder geneigd zich in het werk te storten, meer alcohol te drinken of snel geprikkeld te raken.

Weten of je een verhoogd risico op een postpartum (postnatale) depressie hebt? Doe de test

De test laat zien of er depressieklachten aanwezig zijn. En of je mogelijk een verhoogd risico op een postpartum depressie hebt. Je kunt de test tijdens de zwangerschap en na de bevalling invullen.

Doe de postpartum depressietest

Hoe ontstaat een postpartum (postnatale) depressie?

Vaak spelen biologische, sociale en psychische factoren een rol bij het ontstaan van een postpartum depressie.

  • Erfelijke aanleg, bijvoorbeeld als depressie in de familie voorkomt
  • Veranderingen in de hormoonbalans
  • Een verstoorde schildklierwerking
  • Tekort aan bepaalde vitaminen en mineralen, zoals vitamine B6 en B12, zink en ijzer

  • Hoge verwachtingen van het ouderschap en veel van jezelf verwachten. Het loopt misschien anders dan je had gehoopt of had verwacht
  • Een moeilijk verlopende zwangerschap, een medische ingreep tijdens de bevalling of je kindje in het ziekenhuis moeten achterlaten
  • Moeite hebben met grenzen aangeven
  • Moeite hebben om over je gevoelens te praten

  • Heftige gebeurtenissen, zoals ziekte of het verlies van je kindje
  • Meerdere heftige gebeurtenissen in korte tijd, zoals een verhuizing of het overlijden van een dierbare
  • Relatieproblemen of weinig steun van je partner
  • Last hebben van ervaringen uit het verleden

Onderstaande tips kunnen helpen bij het herstel van een postpartum depressie. Sommige kunnen ook helpen om een (nieuwe) postpartum depressie te voorkomen.

  • De eerste stap is toegeven dat er iets aan de hand is. Neem je gevoelens en klachten serieus. Accepteer dat je je op dit moment niet voelt zoals je zou willen.
  • Lees en leer zoveel mogelijk over een postpartum depressie. Bij Memam kun je een webinar volgen om meer te weten te komen over je depressie en andere psychische klachten door de zwangerschap.
  • Praat erover. Het is belangrijk je gevoelens en zorgen met anderen te delen. Praten lucht op en het zorgt ervoor dat je je klachten beter begrijpt.
    • Praat met iemand bij wie je je op je gemak voelt.
    • Of met iemand die (ongeveer) hetzelfde heeft meegemaakt. Dit kan bijvoorbeeld bij Memam.
    • Een gesprek met onze Info- en advieslijn is ook een optie. Deskundige medewerkers luisteren naar je verhaal en denken met je mee. Neem contact op.
  • Lees ervaringsverhalen van anderen. Dat laat zien dat je niet de enige bent en het helpt je om je eigen situatie beter te begrijpen. Ook leer je hoe anderen ermee omgaan.
    • Bij How About Mom lees je ervaringsverhalen van vrouwen die een postpartum (postnatale) depressie hebben meegemaakt.
  • Schrijf het van je af. Als je praten lastig vindt, kan het je helpen om je problemen op te schrijven. Bijvoorbeeld in een dagboek of een brief.
  • Sta jezelf fouten toe. Wees niet te streng voor jezelf. Vallen en opstaan hoort er vaak bij.
  • Laat je partner ook zorgen. Zo belast je jezelf minder en werk je samen aan de band met elkaar.
  • Neem tijd en rust voor jezelf, met en zonder je kind. En spreek duidelijke kraambezoektijden af.
  • Stel andere ingrijpende veranderingen uit, zoals het beginnen van een nieuwe studie of verhuizen.
  • Gebruik een app. Loss is een gratis app voor als je je kindje verloren bent tijdens de zwangerschap, rond de geboorte of kort daarna.
  • Volg een cursus. GGZ-instellingen door het hele land organiseren cursussen voor moeders met depressieklachten of een postpartum depressie. Ook verloskundigen, gynaecologen, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg helpen je op weg.
  • Zoek professionele hulp. Gaan de klachten niet over of worden ze erger? Neem dan contact op met een hulpverlener, zoals je huisarts of een jeugdarts bij het consultatiebureau. Hoe eerder je herstelt, hoe beter. Een postpartum depressie is goed te behandelen.

Ervaringsverhalen van vrouwen met een postpartum (postnatale) depressie

Bij How About Mom lees je ervaringsverhalen van vrouwen die een postnatale depressie hebben meegemaakt. Ze vertellen over hun donkere periode na de geboorte van een baby, en laten zien dat de ‘roze wolk’ er niet altijd bij iedereen is. Ook lees je er interviews met hulpverleners en onderzoekers. Zij delen nieuwe wetenschappelijke inzichten over postnatale depressie.

Wanneer is er hulp nodig? 

Neem contact op met je huisarts, verloskundige of kraamhulp als je denkt dat je een postpartum depressie hebt. Het maakt niet uit welke klachten je hebt. Hoe eerder je hulp zoekt, hoe eerder je van een postpartum depressie kunt herstellen.

Als je de volgende klachten hebt, is het extra belangrijk om hulp te zoeken:

  • De depressieklachten worden steeds erger.
  • Je raakt in de war en je verliest het contact met de werkelijkheid. Je denkt bijvoorbeeld dat het kind niet van jou is.
  • Je bent bang dat je je kind of jezelf iets aandoet.
  • Je kunt je baby niet goed verzorgen.
  • Je maakt je zorgen over je gezondheid of die van je kind.

Een postpartum depressie is goed te behandelen.

Meer informatie


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Dip of depressie

Iedereen heeft wel eens dagen waarop het tegenzit en je je minder goed voelt. Meestal gaat zo’n dip weer voorbij. Maar wat als dat niet gebeurt?

Ontspanning

Soms jaag je maar door. Je moet wel, er moet tenslotte nog zoveel af! Terwijl juist rust en ontspanning je energie kunnen geven om door te gaan.

Praten over mentale gezondheid

Misschien hoor je dit advies weleens: praat over hoe je je voelt. Maar wat als je dat lastig vindt of niet weet hoe je erover kunt beginnen? Deze tips helpen je om de eerste stap…

Persoonlijkheidsstoornis

Iedereen heeft een eigen persoonlijkheid. Je persoonlijkheid zegt iets over wie je bent en hoe je je gedraagt. Bij een persoonlijkheids-stoornis zijn sommige eigenschappen heel sterk aanwezig. Deze hebben invloed op je dagelijkse leven.

Illustratie van overlappende silhouetten van mensen in profiel, in warme gele, oranje, bruine en groene tinten.

In het kort

  • Je persoonlijkheid gaat over hoe je denkt, voelt en doet. Daarbij horen verschillende eigenschappen.
  • Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn bepaalde eigenschappen heel sterk aanwezig. Ze zijn er al lange tijd en geven problemen in het dagelijks leven.
  • Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben met vertrouwen, snel boos worden, heel onzeker zijn of veel behoefte hebben aan controle.
  • Deze tips helpen je verder:
    • Leer patronen kennen: kijk wat je denkt, voelt en doet in bepaalde situaties. Schrijf dit eventueel op en luister ook naar wat mensen om je heen merken.
    • Zorg voor rust en structuur, neem genoeg tijd voor ontspanning.
    • Zoek steun bij mensen die je vertrouwt.
  • Professionele hulp helpt je om met een persoonlijkheidsstoornis om te gaan. Je kunt leren om beter met je klachten om te gaan.

Heb je over dit onderwerp een vraag? Neem dan contact met ons op. 

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

De manier waarop je denkt, voelt en doet, noemen we je persoonlijkheid. Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn sommige eigenschappen heel sterk aanwezig. Daardoor kun je problemen krijgen in je dagelijks leven.

Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben met vertrouwen, snel boos worden, heel onzeker zijn of juist veel behoefte hebben aan controle. Dit heeft invloed op je dagelijkse leven, zoals thuis, op school, op je werk of in relaties.

Patronen

Bij een persoonlijkheidsstoornis komen bepaalde patronen steeds terug. Je reageert bijvoorbeeld vaak op dezelfde manier, ook als die manier je problemen geeft. Deze patronen zijn vaak voor een lange tijd sterk aanwezig. Er zijn verschillende persoonlijkheidsstoornissen, die allemaal hun eigen patroon kennen.

Wanneer is het een persoonlijkheidsstoornis?

Je kunt aan een aantal dingen merken dat het om een persoonlijkheidsstoornis kan gaan:

  • De patronen zijn sterk aanwezig.
  • Ze zijn er al lange tijd.
  • Ze komen terug in verschillende situaties. Bijvoorbeeld thuis, op het werk of bij vrienden.
  • Ze zorgen voor problemen in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld ruzie, afspraken niet nakomen of situaties vermijden.

Vaak kijkt de huisarts of er sprake kan zijn van een persoonlijkheidsstoornis. Voor verder onderzoek kan de huisarts je doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater.

Iedereen is weleens onzeker, wantrouwend, boos of impulsief. Soms komen deze eigenschappen tijdelijk sterker naar voren. Dat betekent niet meteen dat het een persoonlijkheidsstoornis is.

Een persoonlijkheidsstoornis betekent ook niet dat er iets ‘mis’ is met je persoonlijkheid. Het betekent dat bepaalde eigenschappen en patronen zo sterk zijn dat je er in het dagelijkse leven last van hebt.

Welke persoonlijkheidsstoornissen zijn er?

Er zijn tien verschillende persoonlijkheidsstoornissen. Deze zijn op basis van de kenmerken verdeeld in drie groepen (clusters).

Weinig contact met anderen (cluster A)

Je zoekt weinig contact met anderen en bent veel alleen. Bijvoorbeeld omdat je andere mensen niet vertrouwt. Op anderen kun je chaotisch of verward overkomen. Soms hier of zie je dingen die er niet zijn (hallucinaties) of heb je ideeën die niet kloppen met de werkelijkheid (wanen).

Deze persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder:

Je vertrouwt andere mensen vaak niet. Je denkt bijvoorbeeld snel dat iemand slechte bedoelingen heeft, je wil bedriegen of je pijn wil doen. Gewone opmerkingen kun je al snel als negatief of aanvallend zien.

Je bent graag alleen en hebt weinig behoefte aan contact met andere mensen. Je hebt weinig plezier in de meeste activiteiten. Ook laat je geen gevoelens zien.

Je kunt bijzondere gedachten of overtuigingen hebben en je anders gedragen dan anderen gewend zijn. Gesprekken zijn vaak warrig of moeilijk te volgen. Je hebt weinig contact met anderen en hebt daar ook geen behoefte aan.

Sterke emoties en snel reageren (cluster B)

Je emoties zijn sterk en kunnen snel veranderen. Je kunt soms iets doen zonder eerst goed over na te denken. Ook kun je moeite hebben met relaties.

Deze persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder:

Als je een antisociale-persoonlijkheidsstoornis hebt, vind je het moeilijk om rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Je begrijpt niet zo goed hoe anderen zich voelen. Je voelt je bijvoorbeeld niet schuldig als je iemand pijn doet.

Ook vind je het lastig om regels en normen op te volgen. Bijvoorbeeld op school of op het werk. Of in de omgang met anderen. Je kunt liegen, bedriegen, manipuleren, agressief reageren of vaak ruzie krijgen. Soms doe je ook dingen die niet mogen volgens de wet.

Welke symptomen horen bij een antisociale-persoonlijkheidsstoornis?

Een belangrijk kenmerk van ASP is dat je weinig rekening houdt met anderen. Om de diagnose te krijgen, moet je minimaal 18 jaar zijn. Ook heb je minstens drie van de volgende symptomen:

  • Je begaat veel wetsovertredingen
  • Je bedriegt anderen voor eigen voordeel of plezier
  • Je hebt moeite met plannen of vooruitkijken
  • Je bent regelmatig betrokken bij vechtpartijen en geweld
  • Je bent onverschillig over eigen veiligheid of die van anderen
  • Je hebt moeite met het houden van een baan of nakomen van financiële verplichtingen
  • Je hebt geen spijt na kwetsen, mishandeling of diefstal

Kinderen met ASP

Voordat een kind 15 is, wijst het gedrag vaak al richting ASP. Voorbeelden van typisch gedrag vanaf een jaar of 8 zijn pesten, vechten, mishandelen, stelen, inbraken plegen, spijbelen en liegen.

Bij een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) hebt, kunnen je emoties snel veranderen. Het ene moment ben je blij en het volgende moment ineens verdrietig of boos. Je vindt het moeilijk om deze emoties onder controle te houden. Daardoor kun je heel heftig reageren op een kleine gebeurtenis.

Relaties met anderen zijn vaak instabiel. Je bent bang om verlaten te worden en voelt je snel afgewezen of teleurgesteld. Soms doe je dingen zonder eerst na te denken over de gevolgen. Je geeft bijvoorbeeld plotseling veel geld uit, wisselt snel van baan of gebruikt te veel alcohol of drugs. Ook heb je problemen met je identiteit. Je bijvoorbeeld een instabiel, negatief zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. Je vindt het moeilijk om te weten wie je bent en wat je wilt in het leven.

Een borderline persoonlijkheidsstoornis noemen we ook wel borderline, BPS of een emotieregulatiestoornis.

Welke symptomen horen bij borderline?

Als je minimaal vijf van deze symptomen bij jezelf of een ander herkent, kan er sprake zijn van borderline: 

  • Je bent impulsief. Je stort je in nieuwe relaties, projecten of verandert plotseling van baan. Zonder na te denken over de gevolgen. Bij impulsiviteit hoort ook dat je het moeilijk vindt om jezelf te beheersen. Dat kan zorgen voor wisselende seksuele contacten, het uitgeven van te veel geld, misbruik maken van alcohol en drugs, roekeloos rijden of eetbuien. 
  • Je bent heel bang om in de steek gelaten te worden. Je probeert ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt.  
  • Je hebt heftige relaties met anderen, maar deze zijn meestal niet stabiel. Je denkt zwart-wit: of iemand is geweldig, of iemand is waardeloos. Je mening kan in een korte tijd helemaal veranderen. 
  • Je hebt steeds een ander zelfbeeld. De ene keer ben je heel blij met jezelf en de andere keer juist helemaal niet.  
  • Op gebeurtenissen reageer je met sterk wisselende stemmingen of buien. Daardoor word je heel somber, prikkelbaar of angstig. Dit duurt meestal een paar uur, en bijna nooit langer dan een paar dagen. 
  • Je voelt je vaak leeg van binnen.   
  • Je kunt enorm boos worden, terwijl dat niet past bij de situatie. Ook lost het niets op. Soms kun je je boosheid niet onder controle houden. Dan krijg je een driftbui of je hebt een vechtpartij.  
  • Als je gespannen raakt, kun je ook last krijgen van paranoia of achtervolgingswaan. Je denkt dat iemand je volgt of bedreigt. Dit is tijdelijk en gaat weer voorbij. 
  • Je dissocieert. Dat betekent dat jij je hoofd afscheidt van wat er met jou of om jou heen gebeurt. Je krijgt het gevoel er niet meer bij te zijn. Soms weet je ook niet meer precies wat er gebeurd is. 
  • Je hebt een poging gedaan tot zelfdoding, daarmee gedreigd, of jezelf verwond. 

Borderline komt voor bij zowel mannen als vrouwen. Ook komt borderline voor op alle leeftijden. Toch hebben jongvolwassenen vaker last van de klachten van borderline. Als mensen ouder worden, nemen die klachten vaak af.

Een histrionische persoonlijkheidsstoornis wordt ook wel een theatrale persoonlijkheidsstoornis genoemd. Je hebt dan veel behoefte aan aandacht en bevestiging. Je laat je emoties vaak duidelijk zien. Ook kun je je makkelijk laten beïnvloeden door anderen of door wat er om je heen gebeurt.

Bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS) voel je je erg belangrijk en bijzonder. Je vindt dat je beter bent dan anderen. Je kunt niet goed tegen kritiek en hebt steeds bewondering van anderen nodig. Als je die niet krijgt, word je boos of onzeker. Je trekt je terug uit een situatie of zoekt nog meer aandacht op. Ook ben je snel jaloers en stel je hoge eisen aan anderen. Het heeft daarom een negatieve invloed op relaties.  

Veel mensen noemen het ook wel narcisme. De afkorting is NPS.  

Welke kenmerken horen bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis?

Er kan sprake zijn van een narcistische persoonlijkheidsstoornis als minstens vijf van de onderstaande kenmerken langere tijd sterk aanwezig zijn. Deze kenmerken komen voor in verschillende situaties en geven problemen in het dagelijks leven. 

  • Je voelt je belangrijker dan anderen. 
  • Je denkt veel aan succes, macht, schoonheid of perfecte liefde. 
  • Je vindt jezelf bijzonder en uniek. Je wilt ook vooral omgaan met mensen met een ‘hoge status’.  
  • Je wilt bewondering van anderen.  
  • Je vindt dat je speciale rechten hebt: regels gelden minder voor jou. 
  • Je gebruikt anderen om je eigen doelen te behalen. 
  • Je hebt moeite om je in te leven in anderen. 
  • Je bent jaloers op anderen, of denkt dat anderen jaloers zijn op jou. 
  • Je gedraagt je arrogant of neerbuigend. 

Angst, onzekerheid en behoefte aan controle (cluster C)

Je bent bijvoorbeeld om afgewezen te worden, je hebt veel bevestiging nodig of vindt het moeilijk om de controle los te laten.

Deze persoonlijkheidsstoornissen vallen hieronder:

Bij een vermijdende of ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) wil je vaak wel contact met andere mensen, maar ben je erg bang voor afwijzing, kritiek of een negatief oordeel. Je vermijdt sociale situaties omdat je bang bent dat je iets verkeerd doet of zegt.

Bij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis heb je veel behoefte aan steun of hulp van anderen. Je vindt het moeilijk om zelf beslissingen te nemen. Je kunt moeite hebben om voor jezelf op te komen of ‘nee’ te zeggen, omdat je bang bent iemand kwijt te raken.

Bij een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis vind je regels, perfectionisme en controle belangrijk. Je kunt hoge eisen stellen aan jezelf en anderen. Je wilt dingen vaak heel precies of perfect doen. Taken laat je niet aan anderen over en doe je liever zelf. Dit kan veel tijd en energie kosten en problemen geven bij werk, ontspanning of relaties.

Een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis wordt ook wel obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis genoemd. Dit is niet hetzelfde als een dwangstoornis.

Ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis

Het kan zijn dat je persoonlijkheidsproblemen hebt, maar dat de kenmerken niet volledig bij één van de tien persoonlijkheidsstoornissen passen. Of je hebt kenmerken van verschillende persoonlijkheidsstoornissen tegelijk. Dan noemen we dit een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis genoemd.

De oudere naam hiervoor is persoonlijkheidsstoornis NAO: Niet Anderszins Omschreven.

Hoe ontstaat een persoonlijkheidsstoornis?

Er is meestal niet één duidelijke oorzaak voor een persoonlijkheidsstoornis. Waarschijnlijk ontstaat een persoonlijkheidsstoornis door een combinatie van erfelijke aanleg en ervaringen tijdens het leven.

Je erfelijke aanleg kan bijvoorbeeld invloed hebben op hoe gevoelig je bent voor stress, emoties of afwijzing. Ook je jeugd en de omgeving waarin je opgroeit kunnen meespelen. Ervaringen die het risico kunnen vergroten zijn bijvoorbeeld:

  • Je bent mishandeld of misbruikt
  • Je had een onveilige band met ouders of verzorgers
  • Je ouders of verzorgers hadden psychische problemen
  • Je bent een ouder of verzorger verloren
  • Je bent veel gepest

Deze ervaringen zorgen niet altijd voor een persoonlijkheidsstoornis. Je kunt dit ook meemaken zonder later een persoonlijkheidsstoornis te krijgen. Andersom kun je ook een persoonlijkheidsstoornis hebben zonder dat je deze ervaringen hebt gehad.

Wat kun je doen bij een persoonlijkheidsstoornis?

Bij een persoonlijkheidsstoornis gaat het erom dat je patronen beter herkent: wat denk je, voel je en wat doe je? Vervolgens kijk je hoe je hier anders mee kunt omgaan.

Deze dingen kunnen helpen:

  • Lees en leer zoveel mogelijk over een persoonlijkheidsstoornis. Zorg dat je genoeg te weten komt. Begrip is goed voor jezelf en helpt je bij het uitleggen aan anderen.
  • Leer je eigen patronen kennen. Let op momenten waarop je merkt dat je ergens sterk op reageert. Kijk wat er gebeurt, wat je denkt en voelt en wat je daarna doet. Schrijf dit eventueel op. Zo kun je beter herkennen welke situaties lastig voor je zijn en hoe je daar meestal op reageert.
  • Vraag feedback aan iemand die je vertrouwt. Soms ziet een ander dingen die je zelf niet merkt. Vraag wat diegene bij jou opvalt. Dat kan helpen om jezelf beter te begrijpen.
  • Zorg goed voor jezelf: slaap genoeg, beweeg, neem rust en zorg voor voldoende structuur.
  • Zoek steun en hulp bij familie en vrienden. Het kan fijn zijn om te vertellen waar je last van hebt. Zij kunnen dan beter begrijpen waar bepaald gedrag vandaan komt en hoe ze je kunnen steunen. Jij bepaalt zelf met wie je dit wilt delen.
  • Begin klein. Kies iets wat je graag wilt veranderen en wat haalbaar voelt. Als dat lukt, kun je een volgende stap zetten.
  • Zoek professionele hulp. Samen met een professional kijk je waar je last van hebt en wat kan helpen.

Wanneer heb je hulp nodig?

Iedereen heeft sterke en minder sterke kanten in zijn persoonlijkheid. Soms zijn bepaalde eigenschappen tijdelijk sterker aanwezig. Dat betekent niet meteen dat je een persoonlijkheidsstoornis hebt.

Het kan helpen om hulp te vragen als bepaalde patronen lange tijd blijven terugkomen en problemen geven in je dagelijkse leven. Bijvoorbeeld thuis, op school, op het werk of in relaties.

Als je denkt dat je een persoonlijkheidsstoornis hebt, is het handig om een afspraak te maken bij je huisarts. De huisarts kijkt dan of je een doorverwijzing nodig hebt.

Je wordt dan vervolgens doorgestuurd naar een psycholoog, praktijkondersteuner GGZ of een organisatie die hier behandeling voor geeft. Hier krijg je dan een intake. In de intake wordt een diagnose gesteld. Na de diagnose wordt samen met jou gekeken welke behandeling het beste past.


Bel via 0900-1994

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

💬 Chat met ons

Geopend op maandag t/m donderdag van 09:00-12:00

📩 Stuur een mail

Mails beantwoorden we binnen 5 werkdagen: info@mentaalvitaal.nl

  • Anoniem
  • Advies van experts
  • Zonder oordeel

Meer lezen

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat onze gedachten, gevoelens en gedrag invloed hebben op elkaar.

Eerstelijns psycholoog

Als je psychische klachten hebt kun je door de huisarts doorverwezen worden naar een eerstelijns psycholoog.

Huisarts

Bij de huisarts kun je terecht met vragen en klachten over je gezondheid en dus ook, over je mentale gezondheid.

Heb je gevonden wat je zocht?(Vereist)
Stel een vraag